locavoor

Iemand die om principiële redenen alleen producten uit de eigen streek eet. Het Nederlandse woord is een leenwoord van Engels locavore, dat in 2008 door The New Oxford American Dictionary verkozen werd tot het woord van het jaar en een mixwoord is van Engels local en omnivore. Ook in het  Nederlands is locavoor al wat ouder, maar het is nu echt aan het doorbreken. Het past in een rijtje van woorden als carnivoor, herbivoor, insectivoor, omnivoor, waarbij het achtervoegsel -voor aangeeft dat gegeten wordt wat in het eerste deel van het woord genoemd wordt: bij de carnivoor vlees, bij de herbivoor plantaardig voedsel, bij de insectivoor insecten en bij de omnivoor letterlijk alles.

Bronnen: www.iblaes.nl en www.proz.com

23/2012