Vroegmiddelnederlands Woordenboek

Historisch wetenschappelijk woordenboek van het 13e-eeuwse Nederlands

Het VMNW is een periodewoordenboek van het Nederlands van 1200 t/m 1300. Het bevat ca. 25.000 trefwoorden en ca. 26.000 citaten. Het is gebaseerd op een tekstverzameling (corpus) met in totaal ruim 1.600.000 woorden.

De informatie in het VMNW

Een VMNW-artikel bestaat uit een lemma, een onderdeel met taalkundige informatie en frequentiegegevens, en een onderdeel met betekenis(sen) en citaten. Antroponiemen en toponiemen zijn ook opgenomen. Andere nuttige extra's zijn: verwijzingen naar bron- of parallelteksten, aandacht voor varianten in de tekstoverlevering en toevoeging van passages uit de bijbel en de Latijnse/Oudfranse bronteksten. Ook encyclopedische informatie heeft ruim aandacht gehad, bijvoorbeeld bij de omschrijving van de juridische termen uit die taalperiode.

Koppelingen

Boven aan het artikel staat de link naar het corresponderende MNW-artikel (voor zover aanwezig). Ook zijn er koppelingen naar de kaarten uit Bijdrage tot een klankatlas van het dertiende-eeuwse Middelnederlands van A. Berteloot. Verder staat boven elk artikel een link naar een applicatie waarmee dialectverschijnselen van een woord in kaart gebracht kunnen worden.

Bronnen

Het VMNW is grotendeel gebaseerd op het Corpus van Middelnederlandse teksten (tot en met het jaar 1300)van dr. Maurits Gysseling. Deze tekstenverzameling bevat negen delen 'ambtelijke bescheiden' en zes delen literaire teksten. Daaraan zijn toegevoegd:

  • Het oudste goederenregister van Oudenbiezen
  • Het Luikse diatessaron
  • Het Glossarium Bernense
  • De schepenbrief van Antwerpen uit 1285
  • Het zgn. Landrecht van Grimberghen
  • Het zgn. Antwerps Obituarium
  • Zeven Brugse oorkonden uit de jaren 1270-1299
  • Een Aardenburgse oorkonde uit 1293
  • Een oorkonde uit Brugge van 1282

Doelgroep

Het VMNW is in eerste instantie bedoeld voor taal- en letterkundigen, maar omdat het toegang geeft tot een groot aantal bronnen is het ook nuttig voor andere doelgroepen. Historici, archivarissen, leraren, genealogen en scheepsarcheologen kunnen bijvoorbeeld hun hart ophalen, en naamkundigen zijn gebaat bij de opname van antroponiemen en toponiemen als trefwoord.