Da's geen klein bier!

Wat woordenboeken ons vertellen over bier van vroeger

29 augustus 2012 - Laura van Eerten

Een abonnement op de wc dankzij de jeukstaart, een dunbier voor mevrouw en ongegeneerd kuiten aan de bar. De historische woordenboeken van het INL geven een inkijkje in de geschiedenis van bier.

In de middeleeuwen dronk iedereen bier. Gemiddeld zo'n 300 liter per persoon per jaar. Het water in de steden was erg vervuild, waardoor het niet veilig was om het te drinken. Bier werd bij de bereiding gekookt en gefilterd en bevatte bovendien voedzame ingrediënten zoals graan en gist. Een stuk gezonder dus dan water. Niet verwonderlijk dat er in die tijd al veel verschillende bieren in omloop waren.

Nonnen aan het bier

Witbier, bokbier, amberbier, fruitbier, abdijbier, stout, ale, pils; een greep uit de verschillende bieren van nu. Vroeger waren er grofweg twee biersoorten: klein- of dunbier en groot- of dikbier. Kleinbier was licht van kleur, had weinig smaak en bevatte niet zo veel alcohol. Vooral nonnen dronken dit, in de middeleeuwen brouwden zij het bier in de kloosters. De paters dronken voornamelijk dikbier: zwaarder en kwalitatief beter, met minder verdunde ingrediënten. In de kroeg gebruiken we deze benamingen niet meer. Maar in Vlaanderen is de uitdrukking da's geen klein bier nog altijd heel gewoon, om aan te geven dat iets niet gemakkelijk is.

Pilsen en kuiten

"Gaan we vanavond lekker pilsen?" Deze uitspraak is je waarschijnlijk niet onbekend. Het woord pilsen is afgeleid van het meest gedronken bier in Nederland vandaag de dag. Pils wordt gebrouwen uit mout, water, hop en gist en komt oorspronkelijk uit de Tsjechische stad Pilsen, vandaar de naam pils. Vroeger was kuit het bekendste lichte bier. Het werd gebrouwen uit tarwe, haver en gerst en op smaak gebracht met gruit, een bepaald kruidenmengsel. Net als dat het woord pilsen afgeleid is van de biernaam, bestond vroeger ook het woord kuiten dat 'bierdrinken' betekent. Het bier bestaat niet meer in deze vorm, maar de naam leeft voort in de familienaam Kuitenbrouwer.

Wagebaard en jeukstaart

Bieren hebben soms wonderbaarlijke namen. Denk bijvoorbeeld aan de Belgische bieren Duvel, Kwak en Delirium. Vroeger werden de biernamen afgeleid van lokale gebruiken of de manier waarop het bier gebrouwen werd. De smalband bijvoorbeeld. Dit bier bewaarde men waarschijnlijk in vaten met smalle banden. Andere namen verwezen naar het effect van bier. Wagebaard was een populaire biersoort in de 16e eeuw. Als de man het dronk ging zijn baard heftig wagen (bewegen). Een zwaar bier dus, waar je dronken van werd. Van de jeukstaart moest je vaak plassen; het gaf een prikkelend of jeukend gevoel in de mannelijke staart.