Opvoedwoordenboekje

Neologismen voor het nieuwe opvoeden

Laatste update: woensdag 9 april 2015

Vroeger dacht je bij het woord gezin aan twee ouders met een of meer kinderen. Zo'n gezin heet tegenwoordig een tweeoudergezin. Gezinssamenstellingen, opvoeden en maatschappij veranderen, en dat zie je terug in onze taal. Er ontstaan nieuwe woorden, neologismen, zoals kristalkind en shufflegeneratie. Deze verzamelt het INL voor het Algemeen Nederlands Woordenboek (ANW). Taalkundige Vivien Waszink vatte de neologismen van het nieuwe opvoeden samen in een woordenboekje.

Curlingouders hebben boemerangkinderen, en de moedermaffia houdt ook op papadagen een oogje in het zeil. In deze apenstaartgeneratie lijkt alles mogelijk. Lees hier de neologismen per onderwerp:

Kinderen


  • boemerangkind, kind dat, na enige tijd zelfstandig te hebben geleefd, terugkeert naar het ouderlijk huis om daar weer (tijdelijk) te gaan te gaan wonen, bijvoorbeeld omdat het een relatie met een partner beëindigd heeft, omdat het met zijn studie gestopt is, omdat het werkloos is geraakt of omdat het geen huisvesting heeft of op een woning wacht.
    Het woord boemerangkind heeft ook een tweede betekenis: een teken dat het neologisme al goed is ingeburgerd in de Nederlandse taal. Een boemerangkind is ook een uitwonende student of studente die in het weekend terugkeert naar het ouderlijk huis om de was te brengen en in de weekends bij zijn of haar ouders verblijft. Naast boemerangkind bestaat ook boemeranggeneratie: als er andere woorden worden afgeleid bij een woord, duidt dat er meestal op dat een woord al goed bekend is in de taal.
  • nieuwetijdskind, hooggevoelig kind met een sterk intuïtief bewustzijn dat paranormale gaven en specifieke taken in het leven zou hebben, bijvoorbeeld het bevorderen van vrede en harmonie. De naam nieuwetijdskind wordt ook vaak als een overkoepelende term gebruikt voor verschillende typen hooggevoelige kinderen, bijvoorbeeld aquariuskinderen, indigokinderen, kristalkinderen, regenboogkinderen en sterrenkinderen, maar ook voor een type kind in een opeenvolging van generaties van kinderen met bijzondere gaven.
  • scharrelkind, kind dat buiten mag spelen en rondlopen zonder dat daar continu een volwassene bij is; kind dat buiten mag rondscharrelen om zich te vermaken.
  • sponsorkind, kind uit een ontwikkelingsland dat voor zijn levensonderhoud, scholing e.d. gesponsord wordt door iemand die daarvoor geld ter beschikking stelt via een hulporganisatie.

Moeders


  • buikmoeder, moeder die direct na de geboorte afstand heeft gedaan van een of meer kinderen; moeder die direct na de geboorte een of meer kinderen heeft afgestaan voor adoptie; biologische moeder van een of meer adoptiekinderen; biologische moeder van een afgestaan kind; synoniemen zijn afstandsmoeder en geboortemoeder.
  • laatstekansmoeder, vrouw die haar kinderen krijgt op een moment dat het biologisch gezien nog net voor haar zou moeten kunnen; vrouw die het krijgen van kinderen om de een of andere reden zo lang mogelijk heeft uitgesteld; een synoniem is lastminutemama. Er zijn ook laatstekansvaders, maar dit zijn vooral de partners van laatstekansmoeders. Het woord laatstekansmoeder komt veel meer voor dan de mannelijke variant: dit komt waarschijnlijk omdat vrouwen tot op minder hoge leeftijd dan mannen kinderen kunnen krijgen, en deze 'laatste kans' nadrukkelijker geldt voor vrouwen dan voor mannen.
  • uitstelmoeder, vrouw die het moederschap uitstelt, meestal omdat ze eerst carrière wil maken; ook het woord uitstelvader komt voor, maar veel minder vaak.
  • meemoeder, lesbische vrouw die niet de biologische moeder is van een of meer kinderen, maar die binnen een vaste relatie als het ware mede moeder is samen met haar partner, die de biologische moeder is van een of meerdere kinderen; lesbische moeder die geen biologische kinderen heeft; duomoeder. Synoniemen zijn duomoeder en medemoeder en de woordgroepen sociale moeder en tweede moeder. Afleidingen van het ietwat kleinerende meemoedertje, en meemoederschap.
  • tijgermoeder, moeder die ernaar streeft dat haar kinderen in alles uitblinken en daarbij geen rekening houdt met de vraag of zij daar gelukkig van worden; streberige moeder die haar kinderen pusht. Het woord tijgermoeder is een bestaand woord in een nieuwe betekenis; het heeft als eerste betekenis 'tijgervrouwtje dat jongen heeft; vrouwtjestijger met jongen'.
  • thuisblijfmoeder, moeder die niet werkt, maar thuisblijft om zoveel mogelijk tijd met haar kind of kinderen te kunnen doorbrengen; niet-werkende moeder. Een antoniem is carrièremoeder. Ook de thuisblijfvader bestaat.
  • moedermaffia, groep moeders die zich vol overgave stort op alle aspecten die bij het moederschap horen en bepaalde opvattingen heeft en uitdraagt over de juiste wijze van opvoeden en het vervullen van het moederschap, bijvoorbeeld over het geven van borstvoeding, bevallingsmethoden, kinderopvang en werken in combinatie met een gezin.

Ouders


  • Veel ouders van nu zijn overbezorgd en voeden hun kroost te beschermend op. Die kun je hyperouder en überouder noemen, maar er zijn ook nog andere typen overbezorgde ouders:
  • curlingouder, ouder die zijn kind te beschermend opvoedt. Het woord curlingouder is een leenvertaling uit het Deens. Het woord is bedacht door de Deense socioloog Bent Hougaerd en wordt zo genoemd omdat de ouder alle mogelijke obstakels uit de weg ruimt voor het kind en het kind als het ware probleemloos de wereld in 'glijdt', net als in de curlingsport waarbij met bezems de baan van de schijf wordt opgepoetst om zo alle oneffenheden te verwijderen.
  • helikopterouder, ouder die zijn kind te beschermend opvoedt in die zin dat hij alles probeert te overzien en de ontwikkeling van het kind volledig probeert te sturen, bijvoorbeeld door het kind overmatig veel aandacht te geven, het overal in te begeleiden en te anticiperen op alle mogelijke problemen die het kind zou kunnen tegenkomen.
  • nachtouder, ouder die 's nachts wakker is voor het verzorgen van een kind of kinderen. Het tijdschrift Ouders van Nu is op de langste nacht van 2011, de nacht van 21 op 22 december, gestart met het project nachttweets. Dit zijn twitterberichten voor ouders die 's nachts wakker zijn, omdat de verzorging van hun kind of kinderen hen bezighoudt. Ouders van Nu noemt deze ouders nachtouders en geeft deze wakkere ouders elke nacht een steuntje in de rug met een opbeurend twitterbericht. In dergelijke nachttweets staan bijvoorbeeld tips of speciale acties voor ouders. Elke nachttweet krijgt de hashtag 'nachtouders' (#nachtouders). De nachtouders kunnen zo makkelijk contact houden met elkaar.
  • vrije-uitloopouders, ouders die hun kinderen zonder begeleiding van een volwassene buiten laten spelen of naar school laten gaan. Het is een leenvertaling van het Amerikaans Engelse free range parents.

Vaders


  • Naast laatstekansmoeder, uitstelmoeder, heb je ook de mannelijke varianten laatstekansvader en uitstelvader. Toch komen de mannelijke varianten veel minder voor: het gaat hier vooral om partners van laatstekansmoeders en uitstelmoeders, omdat de biologische klok van mannen minder hard tikt.
  • thuisblijfvader, vader die niet werkt, maar thuisblijft om zoveel mogelijk tijd met zijn kind of kinderen te kunnen doorbrengen; niet-werkende vader. De thuisblijfvader komt wel frequent voor: het blijft bijzonder dat moeders, maar dus ook vaders, hun carrière opgeven voor de kinderen.
  • papadag, dag, meestal een vaste dag in de week, waarop een vader de zorg van zijn kind of kinderen op zich neemt en niet werkt.
  • tweedelegvader, man die al een kind of kinderen heeft uit een eerdere relatie, en opnieuw kinderen krijgt in een nieuwe relatie, vaak met een jongere vrouw; vader die opnieuw een gezin start.

Gezinnen


  • patchworkgezin, gezin waarvan in elk geval een van beide ouders een of meer kinderen heeft uit een of meer eerdere relaties en waarvan de ouders gezamenlijk ook een of meer kinderen kunnen hebben; samengesteld gezin; synoniemen zijn fusiegezin, mikadogezin (hierbij ook: mikadogeneratie), mozaïekgezin en de woordgroep samengesteld gezin.
  • tweeoudergezin, gezin met twee ouders; traditioneel gezin.
    Kennelijk is er iets veranderd in de maatschappij, waardoor het meest traditionele gezin, bestaande uit twee ouders, ook in een samenstelling wordt benoemd, en onder het meer algemene gezin naast dit meest traditionele gezin, ook andere gezinsvormen vallen, bijvoorbeeld het eenoudergezin, het nuloudergezin en het sologezin.
  • spitsuurgezin, gezin van tweeverdieners dat werk met de zorg voor ouders en/of kinderen moet combineren en dat het daar buitengewoon druk mee heeft; een samenstelling is superspitsuurgezin.

Generaties


  • apenstaartgeneratie, generatie die geboren is tussen 1990 en 2005 en die opgegroeid is met moderne communicatiemiddelen, zoals e-mail, waarin het apenstaartje een grote rol speelt. Synoniemen zijn beeldschermgeneratie, duimgeneratie, Fox-kidsgeneratie, i-generatie, internetgeneratie en webgeneratie en de woordgroepen generatie Einstein, generatie knip-en-plak en generatie pick-en-mix.
  • shufflegeneratie, generatie die gevormd wordt door de huidige twintigers, die geen doorzettingsvermogen zouden hebben en snel verveeld zouden zijn, wat onder andere tot uiting komt in het voortdurend wisselen van studie, werk, partner en muziekvoorkeur.
    Oorspronkelijk werd met de Engelse term shuffle generation gedoeld op de door Apple uitgebrachte iPods, de zogeheten Apple shuffle generation. Vervolgens werd het figuurlijk gebruikt voor de groep mensen die gebruikmaakt van dat type iPods, waarna de term - zonder de bijgedachte aan iPods - figuurlijk gebezigd werd voor de gehele generatie.


Zijn er volgens u woorden die ontbreken in deze lijst? Stuur een tweet met het betreffende #opvoedwoord naar @Taalbank_INL. Wij vullen de lijst dan verder aan.

Het opvoedwoord wordt in het woordenboek opgenomen als u kunt aantonen dat het een bestaand woord is. Vermeld bij het opvoedwoord een RT, een citaat of link.