Laatste nieuws/

In vroeger tijden hadden gewesten elk hun eigen muntstelsel. Nog weer later werden dat nationale stelsels. De euro, één muntstelsel voor alle Europese landen, komt dus van ver. Steeds speelden ook de namen en waarden van buitenlandse munten een rol. De vele namen voor de munten in ons taalgebied (en voor de waarde die zij vertegenwoordigden) getuigen van die gevarieerde historische werkelijkheid. Hieronder een kleine greep uit de enorme collectie Nederlandse muntnamen. Soms waren het officiële namen, vaak ook vondsten die in het dagelijks gebruik ontstonden, zoals het oude en nog steeds gebruikte dubbeltje.

muntnaam, uitdrukking oudste vermelding waarde (plusminus) verklaring van de naam opmerkingen
pond 1237 20 schellingen latijn pondō grote zilveren munt maar meestal alleen rekeneenheid
schelling 1236 12 penningen, 1/20 pond onbekend  
penning
tot de laatste penning betalen
1240 1/240 pond; later golden andere waarden onbekend kleine zilveren munt, later van koper
halling 1240 halve penning < halfling  
groot, grote 1248-1271 zoveel waard als de Parijse schelling   ook: oude grote
duit
een duit in het zakje doen
1268 2 penningen ?, misschien uit Noord-Germaanse taal  
schild, schildje 1292 halve halling naar wapenschild op de munt muntje van weinig waarde; later kwam een duurdere gouden schild
mite, mijt 1301-1400 1/3 of 1/2 penning ? Vlaamse en Brabantse mijten verschilden in waarde
oord, oordje
zijn laatste oortje versnoept hebben
c. 1350 2 duiten, 1/4 stuiver kwart v.h. oppervlak (hoek of oord) van m.n. een stuiver  
stuiver
stuivertje wisselen
c. 1380 8 duiten; later 1/20 gulden, 5 cent ?  
bot
botje bij botje leggen
1390-1424 halve botdrager < botdrager = iemand met een mand op de rug de afbeelding op de munt leek daarop
braspenning 1409 2-2,5 groot of (later) 10 duiten vele niet bewezen theorieën in WNT-artikel braspenning, w.o.: geld om te verbrassen zilveren munt
daalder
op de markt is je gulden een daalder waard
1553 30 stuivers = 1,5 gulden < duits taler = Joachimsthaler  
dubbeltje; informeel ook duppie
als je voor een dubbeltje geboren bent, wordt je nooit een kwartje
1612 2 stuivers = 10 cent; na 2001: 10 eurocent dubbele waarde van de stuiver al midden 15de eeuw werd een dubbele als muntnaam genoemd.
knaak 1689 verschillend, in de 20ste eeuw f. 2,50 uit de "dieven-taal", etymologie onbekend  

Kanttekening

Bij het schema: "oudste vermelding" wil zeggen: oudste ons bekende voorkomen als Nederlands woord; de munt zelf kan ouder zijn. De informatie bij de munten is (vaak sterk) vereenvoudigd. Voor precieze historische gegevens moet men de vakliteratuur raadplegen.

Literatuur


  • Karina van Dalen-Oskam en Marijke Mooijaart (1992). ‘Vroegmiddelnederlandse muntnamen. Vorm en betekenis’. In: Amsterdamer Beiträge zur älteren Germanistik 35 (1992). p. 87-126.
  • Ewoud Sanders, Voor een dubbeltje op de eerste rang. 1001 Nederlandse spreekwoorden en zegswijzen over geld. 2001.
  • Wikipedia, artikel Lijst van oude muntsoorten in de Lage Landen.

Aanmelden nieuwsbrief /

Op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief.

Nieuwsbrief algemeen
Terminologie

Lees onze privacyverklaring

Onze algemene nieuwsbrief verschijnt zes keer per jaar.

Op deze website maken wij gebruik van cookies.