Wat doet het schoonmaakattribuut in 'dweilorkest'?

Josefien Sweep

Een dweilorkest is een soort fanfarebandje dat feestnummers speelt, bijvoorbeeld tijdens carnaval of bij evenementen zoals schaatswedstrijden. Het woord orkest is dus wel duidelijk, maar zo'n feestbandje heeft toch niets met een dweil te maken?

dweilorkest

Peter Lee - CC BY 2.0

Nee, dat klopt: een dweil als schoonmaakattribuut speelt geen rol. Het gaat hier om de stam van het werkwoord dweilen, maar dan in een andere betekenis dan 'met een dweil schoonmaken'. Dweilen betekent namelijk ook iets als 'over straat dwalen', met daarbij vaak de associatie 'aangeschoten' of 'feestend'. Het woord dweilorkest slaat op het feit dat deze bandjes (bijvoorbeeld tijdens carnaval) over straat trekken, van café naar café. Deze 'over straat dwaal'-betekenis van dweilen is overigens wel wat verouderd en het werkwoord wordt niet vaak meer in deze zin gebruikt.

Dweilpauzes bij het schaatsen

Meestal wordt dweilen gebruikt voor 'met een dweil schoonmaken', bijvoorbeeld bij een vloer, maar je kunt ook de ijsbaan dweilen. Het ijs wordt dan glad gemaakt door een machine die eerst het oppervlak een beetje afschraapt, dan een laagje water op het ijs spuit en dat vervolgens glad veegt, zodat het goed opvriest. Tijdens schaatswedstrijden moet de ijsbaan om de zoveel tijd op deze manier gedweild worden en dat kost even tijd: de dweilpauze. Om de dweilpauzes voor het publiek niet saai te maken, speelt er dan vaak ook een dweilorkest. Maar het woord dweilorkest heeft dus niet direct met het woord dweilpauze of met de ijsbaan dweilen te maken.

Dweilband, harmonie of fanfare

Een dweilorkest kent geen vaste bezetting, maar bestaat in ieder geval uit slagwerk en blaasinstrumenten, zoals een trompet, trombone, saxofoon of klarinet. Het is dus ook geen echt orkest, maar eerder een bandje. Het woord dweilband komt ook voor. In veel dialecten van verschillende streken waar ze carnaval vieren, wordt vaak over een hermenie(ke) gesproken, een harmonie-orkestje dus. In een harmonie spelen echter ook altijd houtblazers, zoals dwarsfluiten en hobo's mee. Dit in tegenstelling tot de fanfare die alleen uit slagwerk en koperblazers bestaat. De fanfare dankt zelfs zijn naam daaraan: fanfare is een afleiding van een Frans woord dat 'trompetgeschal' betekent. Dat woord is op zijn beurt verwant aan een Spaans woord voor 'opschepperij' dat net als trompetgeschal zeer luidruchtig kan zijn.