het kijken naar een programma, meestal een realityshow op televisie, waarin veel sociaal ongemakkelijke en pijnlijke situaties voorkomen, met als doel om te ‘cringen’: te genieten van de ‘cringe’, het gevoel van gêne of plaatsvervangende schaamte, die dat oproept
In 2013 maakte bingewatching zijn entree in de Nederlandse taal en sindsdien is het volledig ingeburgerd geraakt. Zozeer zelfs dat er nu ook een woordspelig neologisme op gebaseerd is: cringewatching. Die nieuwe term werd vorige week spontaan ontlokt aan twee journalisten die hetzelfde tv-programma hadden gekeken: Winter vol liefde, waarin Nederlanders die in het buitenland wonen in de winter op zoek gaan naar een relatie. “Het programma heeft intussen zo’n trouwe fanschare opgebouwd dat als RTL 24 uur per dag afleveringen zou uitzenden er nog steeds meer dan een miljoen mensen aan de buis gekluisterd zullen zitten. Bingewatching of – in dit geval – eerder cringewatching. Want nondeju wat is het allemaal weer ongemakkelijk”, zegt Roelf Jan Duin in Het Parool. Wilfred Takken van de NRC maakt zich o.a. erge zorgen over de mismatch tussen Monique en Edwin, wiens humor niet altijd even goed navoelbaar is. “‘Maak er een eind aan!’ wil je dan tegen Monique zeggen. ‘Verlos hem uit zijn lijden!’ Maar ja, wij willen dit zelf. Hoe meer ongemak en ergernis, hoe beter. Het blijft cringe watching.”
Het Engelse werkwoord to cringe betekent ‘ineenkrimpen’, vergelijkbaar met ‘kromme [in België: ‘gekrulde’] tenen krijgen’. Wij kennen cringe sinds 2015 als bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘gênant; ongemakkelijk’. Het werkwoord cringen kwam een paar jaar later in omloop en sinds vorig jaar is cringe ook in gebruik als zelfstandig naamwoord: “Aan het eind van de dienst, toen de kist werd weggedragen, begon het nummer My Way, van Frank Sinatra. En daarmee begon ook mijn cringe”, aldus Doortje Smithuijsen in de Volkskrant. Of cringewatching met het werkwoord of het zelfstandig naamwoord is gevormd, is onduidelijk.

In zijn recensie heeft Takken het ook over een spin-off van Winter vol liefde: De Hanslers. “Dat is puur hate watching. […] Monique werd […] afgeslacht door de kijkers die haar al wekenlang met groot enthousiasme haten.” (Het gaat hier over een andere Monique dan die van Edwin.) Mensen die een programma volgen om zich eens lekker te ergeren aan irritante realitysoapsterren noemt hij hatewatchers. Wie kijkt om juist te genieten van plaatsvervangende schaamte is dan dus een cringewatcher.
Je hebt ook mensen die genot beleven aan kloofporno. Het Woordenboek van Nieuwe Woorden (WNW) beschrijft dat als een ‘vorm van vermaak, bijvoorbeeld een tv-programma, waarin heel bewust mensen met zeer verschillende achtergronden met elkaar in contact worden gebracht of waarin het leven wordt gevolgd van mensen die het niet breed hebben, vooral gemaakt met de bedoeling dat de kijker zich om het gedrag van die mensen kan verkneukelen’. Bijna synoniem daarmee is armoedeporno. Dat die vormen van kijkgenot zo heten is veelzeggend: je zou bijna denken dat we ons een beetje schamen voor hoe we ons verlustigen in andermans ellende, net zoals echte porno ook nog altijd taboe is. En het is eveneens verslavend, want het weerhoudt mensen er niet van om zich avonden achter elkaar comfortabel vanaf de bank te vergapen aan het gedrag van hun medemens. Eigenlijk is het gewoon aapjes kijken. Al dan niet met kromme tenen.
Bronnen:
NRC, 14 januari 2026 (betaalmuur)
Het Parool, 14 januari 2026 (betaalmuur)
de Volkskrant, 12 januari 2025 (betaalmuur)

