Categorieën
Nieuw woord van de week

brokjesoverheid

Als de overheid verkokert.

overheid waarin ministeries, topambtenaren en andere overheidsinstanties niet samen een geheel vormen maar veel langs elkaar heen werken en vooral het eigen territorium bewaken, waarbij het belang van de burger vaak uit het oog verdwijnt

Brokjesoverheid is een nieuwe samenstelling uit het verkleinwoord brokje en het zelfstandige naamwoord overheid. Het woord werd bedacht door Volkskrant-columnist Kustaw Bessems. Hij maakt zich vooral zorgen over de topambtenaren in het Secretarissen-Generaal Overleg (SGO), die zich zouden gedragen als “stamoudsten met territoriumdrift”. Bessems vindt dat zij veel meer in samenspraak zouden moeten doen met burgers, praktijkmensen en deskundigen. Dit advies klinkt misschien voor veel mensen vanzelfsprekend, maar Bessems waarschuwt – en daar introduceert hij weer een nieuw woord – voor dit “‘nogal wiedes’-gevoel”. Het is namelijk helemaal niet zo wiedes dat de overheid minder verkokerd gaat werken.

Foto: Fernando Jorge op Unsplash

Op de overheid en de politiek in het algemeen wordt vaker gemopperd en dat leverde door de jaren heen al behoorlijk wat neologismen op. Opvallend genoeg zijn dat niet zo vaak woorden die eindigen op –overheid. Vaker gaat het om samenstellingen met de woorden –samenleving (bijvoorbeeld laagvertrouwensamenleving) en –maatschappij (flintstonemaatschappij). Een inmiddels oude bekende is het mixwoord – of blend – roverheid, gevormd uit rover en overheid. Dat wordt al sinds het einde van de jaren nul gebruikt en is inmiddels goed ingeburgerd. Het is een kritische benaming voor een overheid die er vooral op uit zou zijn om van mensen te ‘roven’, om hen uit te buiten. De brokjesoverheid is niet per se een roverheid, maar als je onderling zo langs elkaar heen werkt, zou het zomaar kunnen dat je niet eens in de gaten hebt dat er überhaupt geroofd wordt. Want wie niet oplet, is voor de poes.

Bron:
de Volkskrant, 7 februari 2026 (alleen voor abonnees)


Meer lezen