zeer prikkelrijke tv, vaak kinderprogramma’s, die een soort verslavende werking zou hebben
Programmamaker Pieter Hulst vindt dat veel kindertelevisie tegenwoordig “te veel stimuli” bevat en “te hyperactief” is. Je moet dan denken aan peuterprogramma’s als Cocomelon. Vol felle kleuren, indringende deuntjes die barsten van de herhalingen en vooral: veel razendsnel wisselende shots. Kleine kinderen zouden er helemaal in opgaan en de wereld om zich heen compleet vergeten. Hulst noemt dit soort programma’s in het NPO-programma Spraakmakers niet voor niets “mediadrugs”. Het neologisme mediadrug(s) is een vrij doorzichtige samenstelling die goed past bij een ander vrij nieuw woord dat al eerder voor dit soort tv werd bedacht door Arjen Lubach: kindercrack.

Ook Lubach noemde Cocomelon – dat volgens hem “klinkt als een vapesmaakje” – ruim een jaar terug al “superverslavend en schadelijk voor kinderen”. Om die kindercrack wat meer te reguleren vindt Hulst dat er een speciale “nutriscore voor jeugd-tv” zou moeten komen. Een nutriscore wordt nu nog alleen voor eten en drinken gebruikt om aan te geven in welke mate een bepaald product bijdraagt aan een gezonde levensstijl. Als je zo’n label ook voor kinder-tv inzet kun je “het onderscheid tussen een ‘gezond’ kinderprogramma en een ‘ongezond’ kinderprogramma” duidelijk maken, aldus Hulst. Programma’s als Cocomelon zijn schadelijk omdat kinderen er overprikkeld van zouden raken, waarbij stresshormonen als cortisol kunnen vrijkomen. Ook zou dergelijke tv het beloningssysteem sterk activeren, bijvoorbeeld met het hormoon dopamine, vertelt een Amerikaanse wetenschapper in het filmpje van Lubach.
Toch vindt Lubach dat er ook een taak is weggelegd voor de ouders (“dat zijn mensen die zelf kinderen houden”), want die zetten hun kroost vaak voor het beeld zodat ze even handig iets voor zichzelf kunnen doen. Al met al lijkt de oplossing vooral: minder schermtijd. Dat woord komt al sinds ongeveer 2008 in het Nederlands voor in de betekenis ‘tijd die iemand kan of mag besteden of besteedt aan iets op een beeldscherm, bijvoorbeeld op een tablet of een smartphone’ (Woordenboek van Nieuwe Woorden). Als je het woord opzoekt in Woordpeiler, zie je dat schermtijd door de tijd heen steeds meer gebruikt wordt. Maar niet alleen kinderen moeten op hun schermtijd gekort worden: ook volwassenen zitten aan hun schermpjes geplakt en hebben bovendien volop last van digibesitas (en attentiorexia). We zitten in de huidige “aandachtseconomie” met z’n allen vast in een “swipetrance”, waarschuwde trendanalist Thijs Pepping in 2024 al in NRC. Ontprikkelen: je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen.
Bronnen:
- NPO Spraakmakers, Een nutriscore voor jeugdmedia, 19 februari 2026
- Arjen Lubach, En nou is het afgelopen: peuter-tv, 2025
- NRC, 9 augustus 2024 (alleen voor abonnees)

