iemand die, vooral in appgroepen, anderen voortdurend vragen stelt die gemakkelijk op te zoeken en te beantwoorden zijn en in die zin geen vinger uitsteekt
Vingerprins – ook vingerprinses wordt gebruikt – is een nieuw Nederlands woord, maar het is een zeer letterlijke leenvertaling van het Koreaanse mixwoord ping-peu. Niet direct een heel doorzichtig woord en bij het eerste stukje van het woord denk je in eerste instantie dat het van het werkwoord vingeren komt. Maar het woord heeft verder niets met seks te maken, en het gebruik van vinger is ook nog eens verwarrend omdat de vingerprins dus juist géén vinger uitsteekt. Of moet je die prins juist zien als iemand die de hele tijd z’n vinger opsteekt om iets te vragen? Journalist Janna Reinsma introduceerde het neologisme in de Volkskrant. Vingerprinsen en -prinsessen zijn vooral actief in appgroepen en vragen daarin voortdurend dingen die allang ter sprake zijn gekomen of makkelijk uit te vinden zijn, zoals “‘Bij wie gingen we afspreken?’, ‘Moest ik nou nog iets meenemen?’ of ‘Waar is het restaurant?’”, aldus Reinsma.

Prinsen en prinsessen figureren wel vaker in nieuwe woorden, en meestal gaat het dan niet daadwerkelijk om leden van het Koninklijk Huis. De beroemdste nieuwewoordenprinses is waarschijnlijk de deeltijdprinses. Dat is een beetje een onaardige benaming, en het Woordenboek van Nieuwe Woorden (WNW) definieert deze prinses als een ‘vrouw die in deeltijd werkt, lui en verwend zou zijn en een gemakkelijk en luxueus leven zou leiden, vaak omdat de partner een goede baan heeft’. Maar niet alleen vrouwen werken in Nederland veel in deeltijd: iedereen doet dat. M/v/x: we lijden allemaal aan zogeheten deeltijddecadentie. Het woord deeltijdprins is inmiddels aan een opmars bezig, en gek genoeg kom je in plaats daarvan ook wel deeltijdridder tegen.
Samenstellingen met prins of prinses leggen vaak de nadruk op bepaald verwend gedrag, terwijl nieuwe woorden met –ridder erin vaak worden gebruikt om mensen te bespotten die zich heldhaftig of stoer proberen voor te doen maar dat intussen niet zijn. De dashcamridder bijvoorbeeld filmt asociaal rijgedrag van anderen en deelt dat vervolgens verontwaardigd online. Ook de toetsenbordridder gooit veilig vanachter een schermpje zijn meningen de wereld in. De vingerprins zou juist wat meer online actief kunnen zijn, maar laat dan weer liever zijn personeel googelen. Die zal dus niet zo gauw vingerridder genoemd worden.
Bronnen:
- de Volkskrant, 4 maart 2026
- The Guardian, 18 februari 2026

