Het Groene Woordenboekje

Laura van Eerten

Publicatiedatum: 9 april 2019

Klimaatspijbelaars die 'brossen voor de bossen', een energietransitie gericht op groene stroom en een plasticdieet om je ecologische voetafdruk te verkleinen. Er is veel te doen over klimaat, milieu en duurzaamheid en de maatregelen daaromheen. Denk aan de overgang naar een circulaire economie, het invoeren van milieuzones en het CO2-neutraal maken van woningen. Maar er ontstaat ook landschapspijn en vliegschaamte, en sommige mensen lijden zelfs aan ecorexia. Deze en andere actuele, opvallende en essentiële woorden die te maken hebben met de menselijke voetafdruk, hebben we verzameld in dit gelegenheidswoordenboekje.

Aanvullingen of verbeteringen kunt u doorgeven via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

antropoceen, tijdperk waarin menselijke activiteit van invloed is op de aarde en het klimaat. De term is bedacht door de Nederlandse meteoroloog en Nobelprijswinnaar Paul Crutzen, en opgebouwd uit Grieks anthropos 'mens' en het achtervoegsel -ceen, dat vaker gebruikt wordt in namen van geologische tijdvakken (eoceen, pleistoceen). Volgens Crutzen begint het antropoceen tegelijk met de uitvinding van de stoommachine in 1784. Het antropoceen is niet erkend als nieuw geologisch tijdvak, maar wordt beschouwd als een deel van het holoceen, het huidige geologische tijdperk.

bio-, voorvoegsel waarmee vooral zelfstandige naamwoorden worden gevormd en dat aangeeft dat er een verband bestaat met natuurlijke grondstoffen en/of het zo min mogelijk belasten van het milieu. Voorbeelden zijn biobak, biobrandstof en bio-energie. Bio gaat terug op Grieks bios, dat 'leven' betekent.

biobrandstof, brandstof gewonnen uit natuurlijke, hernieuwbare grondstoffen. Zo ontstaat biogas (ook: groen gas) door vergisting van organisch materiaal, zoals mest of afval, en wordt biodiesel gemaakt op basis van bijvoorbeeld koolzaad- of maïsolie. Biobrandstof wordt ook wel agrobrandstof (waarbij agro- verwijst naar agrarisch, omdat het vaak om winning uit landbouwgewassen gaat), ecobrandstof of groene brandstof genoemd. Zie ook biogasbus in het Algemeen Nederlands Woordenboek.

biopas, pas die geheel gemaakt is van biologisch afbreekbare kunststof en daardoor niet belastend is voor het milieu. (ANW)

bioplastic, plastic dat gemaakt is uit natuurlijke grondstoffen, zoals zetmeel, en daardoor geheel biologisch afbreekbaar is.

broeikaseffect, effect dat zorgt voor opwarming van de aarde als gevolg van de uitstoot (ook: emissie) van broeikasgassen; temperatuurstijging op aarde als gevolg van broeikasgassen.

broeikasgas, gas dat bijdraagt aan de opwarming van de aarde; gas dat bijdraagt aan het broeikaseffect, zoals koolstofdioxide (CO2) en methaan.

bubbelscherm, barrière van luchtbellen dat zwerfvuil in een rivier, zoals plastic, naar de oppervlakte haalt. De bellen ontstaan doordat er lucht gepompt wordt door een geperforeerde buis die op de waterbodem ligt. Door de stroming wordt het afval meegevoerd naar boven. De technologie bestaat al langer om bijvoorbeeld zoet en zout water te scheiden, maar in 2016 kwam de Amsterdamse start-up The Great Bubble Barrier met het idee om het te gebruiken voor het opruimen van plastic afval. Het bubbelscherm wordt meestal bellenscherm of luchtbellenscherm genoemd, en soms ook bellengordijn of onderwatergordijn.

circulaire economie, economisch systeem waarin grondstoffen en producten in een gesloten kringloop blijven; economie waarbij de keten van productie, gebruik en afval gesloten is; kringloopeconomie. Door hergebruik, recycling en het gebruik van hernieuwbare (energie)bronnen bestaat er in een circulaire economie in principe geen afval. Naast circulaire economie komt ook de term biobased economie vaak voor. Dat is een economie waarin biomassa (zoals planten(resten), algen of vleesafval) de grondstof is voor de productie van energie, kunststof en brandstof. En in een waterstofeconomie is waterstof de belangrijkste energiedrager.

clexit, terugtrekking uit het klimaatakkoord. Clexit is een mixwoord van climate en exit, en was in 2017 Neologisme van de week naar aanleiding van de Amerikaanse opzegging van het klimaatakkoord van Parijs. Het woord clexit gaat, net als brexit ('vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie'), terug op het al uit 2012 daterende grexit, waarmee destijds de dreigende Griekse uittreding uit de eurozone bedoeld werd.

clifi, literatuur met als centrale thema klimaatverandering en de daarbij horende mogelijke toekomstige scenario's, zoals overstromingen en onleefbare woestijnen; klimaatfictie. Clifi is een verkorting van Engels climate fiction.

CO2-neutraal, evenveel koolstofdioxide gebruikend als uitstotend; niet meer CO2 uitstotend dan gebruikend in bijvoorbeeld een productieproces. Ook de gerelateerde term klimaatneutraal komt voor: geen negatief effect hebbend op het klimaat, door niet meer broeikasgassen uit te stoten dan dat er opgenomen worden en uitstoot eventueel te compenseren door het planten van bomen.

dikketruiendag; warmetruiendag, dag in de winter waarop mensen worden gestimuleerd om de verwarming een graadje lager te zetten en een dikke trui te dragen. Op 16 februari 2005 werd de dag voor het eerst georganiseerd in België, tegelijk met het Kyotoprotocol dat toen in werking trad. In 2006 kreeg het initiatief navolging in Nederland onder de naam warmetruiendag. Lees ook Woordbaak over dikke- en warmetruiendag.

duurzaam, zo min mogelijk grondstoffen gebruikend en daardoor geschikt om 'voort te duren'. Duurzaam is een veelomvattend begrip dat in allerlei combinaties gebruikt wordt, zoals duurzame energie (gebruik van hernieuwbare energiebronnen), duurzame vis (bij de vangst wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met natuur en milieu) of duurzame kleding (bij de productie wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het milieu en de arbeidsomstandigheden). Oorspronkelijk betekent duurzaam 'weinig vergankelijk' of 'lang aanhoudend'. Het woord is opgebouwd uit het werkwoord duren en het achtervoegsel -zaam. Rond het begin van de eenentwintigste eeuw begon de 'milieu'-betekenis van duurzaam gebruikelijker te worden. Inmiddels wordt de term zo breed gebruikt in de zin van 'milieuvriendelijk', dat het een ondoorzichtige term is geworden. Het woord werd zelfs twee keer (in 2014 en 2017) genomineerd in onze verkiezing Weg met dat woord!, want "Het is een hol, betekenisloos containerbegrip geworden."

e-auto, door een elektromotor aangedreven auto, waarvan de accu of batterij moet worden opgeladen bij een laadpunt; elektrische auto. Het voorvoegsel e- is een verkorting van Engels electric en komt vaker voor in namen van elektrische voertuigen, zoals e-bike en e-motor. Zie het Algemeen Nederlands Woordenboek voor meer voorbeelden.

eco-, voorvoegsel dat aangeeft dat er een verband bestaat met het natuurlijk milieu (zoals ecosysteem), of dat iets op een milieuvriendelijke manier wordt uitgevoerd, geproduceerd of verwerkt (bijvoorbeeld ecobrandstof). Eco- komt van Grieks oikos, dat 'huis' betekent, en wordt (in de tweede betekenis) min of meer op dezelfde manier gebruikt als bio-.

ecologische voetafdruk, maataanduiding van het effect dat een per­soon of gemeenschap heeft op de natuurlijke leefomgeving; effect van menselijke activiteit op de leefomgeving. Die omvang wordt onder andere bepaald door woonsituatie, eetpatroon, mobiliteit en afvalverwerking, en uitgedrukt in het aantal benodigde hectare land en water. Zo is berekend dat de ecologische voetafdruk (ook: mondiale voetafdruk) van een gemiddelde Europeaan 3,5 hectare groot is, terwijl er maar 1,7 hectare beschikbaar is per aardbewoner. Het begrip is in de jaren 90 van de vorige eeuw overgenomen uit het Engels (ecological footprint) en wint sindsdien aan populariteit. Voetafdruk wordt vaker in samenstellingen gebruikt om het effect van menselijke activiteit op de leefomgeving uit te drukken, zoals klimaatvoetafdruk, CO2-voetafdruk en milieuvoetafdruk.

ecorexia, obsessie voor duurzaam leven. Mensen met ecorexia slaan zo ver door in hun groene levensstijl dat ze er ongelukkig van worden. Ecorexia dook in 2016 voor het eerst op in het Nederlands en wordt sindsdien steeds vaker gebruikt, maar het is vooralsnog geen officiële aandoening.

ecotaks, belasting op stoffen die schadelijk zijn voor het milieu; milieuheffing (in België), of belasting op het gebruik van energie; energieheffing (in Nederland). (ANW)

ecotoerisme, kleinschalige vorm van toerisme naar natuurgebieden, zonder dat er door de toerist aan de natuur schade wordt toegebracht en waarbij de toerist aandacht heeft voor de lokale gebruiken en cultuur van de bezochte plaats. Ecotoerisme wordt ook wel duurzaam toerisme en natuurtoerisme genoemd. (ANW)

elektrisch cremeren, vorm van cremeren waarbij geen gas wordt gebruikt, maar elektriciteit. Het begrip werd begin 2018 Neologisme van de week toen uitvaartorganisatie DELA aankondigde het eerste crematorium zonder gas te gaan bouwen. Volgens directeur Chris Beaulen streeft de organisatie ernaar om in 2030 alle uitvaarten klimaatneutraal te laten zijn.

energieneutraal, evenveel energie opwekkend als verbruikend. (ANW)

energietransitie, grootschalige overgang van het gebruik van fossiele brandstoffen (zoals olie, aardgas en steenkolen) naar het gebruik van schone en duurzame energiebronnen (zoals zonne-energie en waterkracht); overgang van fossiele naar duurzame energie. (ANW)

greenwashing, het milieuvriendelijker of maatschappelijk verantwoorder voordoen of presenteren van zaken (bijvoorbeeld producten of bedrijven) dan die in werkelijkheid zijn. Ook de term groenwassen komt voor. (ANW)

groen, milieuvriendelijk. Het woord groen wordt in allerlei combinaties gebruikt om aan te geven dat iets relatief goed is voor het milieu, omdat het bijvoorbeeld gemaakt is uit natuurlijke grondstoffen (groene brandstof). Groen wordt ook vaak gebruikt als er geïnvesteerd wordt in milieuprojecten (groene bank, groen beleggen, groen sparen).

groene energie, energie die op een relatief milieuvriendelijke manier wordt opgewekt. Groene stroom is een vorm van groene energie, die weer bestaat uit verschillende varianten met ieder een eigen kleur: witte stroom is stroom die wordt opgewekt door waterkracht; gele stroom wordt opgewekt uit urine en blauwe stroom wordt opgewekt door het op vermengen van zoet en zout water.

klimaatadaptatie, het aanpassen (van de leefomgeving) aan de verandering van het klimaat; aanpassing aan extremere weersomstandigheden door het ophogen en versterken van dijken en het uitbreiden van wateropslag in stedelijke gebieden.

klimaatakkoord, overeenkomst (tussen overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijven) waarin maatregelen zijn vastgelegd die moeten leiden tot vermindering van de CO2-uitstoot. In het klimaatakkoord van Parijs (ook: akkoord van Parijs of Parijsakkoord, onderdeel van het internationale klimaatverdrag en in 2015 gepresenteerd tijdens de klimaatconferentie in Parijs) is afgesproken dat de opwarming van de aarde beperkt moet worden tot maximaal twee graden Celsius, met als ultieme streven een beperking tot 1,5 graden. Nederland heeft een nationaal klimaatakkoord opgesteld met als doel om in 2030 bijna de helft minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990, om te kunnen voldoen aan het klimaatakkoord van Parijs. Uit rapporten van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) van maart 2019, blijkt dat Nederland de gestelde doelen niet gaat halen als ingrijpende maatregelen achterwege blijven.

klimaatontkenner, iemand die klimaatverandering, en dan met name temperatuurstijging, door toedoen van de mens ontkent. Een klimaatontkenner wordt ook wel klimaatnegationist genoemd.

klimaatopa, opa die aandacht vraagt, bijvoorbeeld door actie te voeren, voor klimaatverandering, omdat hij zich zorgen maakt over de toekomst van zijn kleinkind(eren). In België en Nederland kunnen bezorgde opa's en oma's zich aansluiten bij de groep 'Grootouders voor het Klimaat', opgericht in navolging van de wereldwijde beweging 'Grandparents for Climate'.

klimaatspijbelaar, leerling die spijbelt om aandacht te vragen voor het klimaatprobleem, en door middel van protestacties de regering aanspoort om snel meer en betere maatregelen te nemen om klimaatverandering af te remmen. Klimaatspijbelaars worden ook klimaatbrossers of bosbrossers genoemd: in België is brossen een informeel woord voor spijbelen. Spijbelen voor behoud van het bos dus, waarbij bos in bredere zin staat voor natuur, milieu en klimaat.

Bence Damokos [CC BY-SA 4.0] via Wikimedia Commons

klimaattafel, overlegorgaan dat bestaat uit vertegenwoordigers van overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties, en afspraken maakt over sectorspecifieke maatregelen om de CO2-uitstoot te verminderen. In Nederland zijn er vijf klimaattafels, ingedeeld in de sectoren elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik, en mobiliteit. Tafel verwijst naar de vergadertafel waaraan overleggen meestal plaatsvinden.

klimaattop, klimaatconferentie. Top is een verkorting van topconferentie, een conferentie op het hoogste (politieke) niveau.

klimaatverandering, verandering van de huidige gesteldheid van de lucht en het weer, zoals veranderingen in neerslag, temperatuur en wind, over een langere periode; verandering van het klimaat. Vooral de algehele temperatuurstijging (ook wel: klimaatopwarming) door toename van broeikasgassen is op dit moment een veelbesproken thema in de politiek en de media.

klimaatverdrag, internationaal verdrag waarin afspraken tot vermindering van de uitstoot van broeikasgassen vastgelegd zijn. In 1992 werd in Rio de Janeiro het Klimaatverdrag (van Rio) gesloten tijdens de "Earth Summit" klimaatconferentie.

klimaatvluchteling, iemand die om klimatologische redenen zijn land ontvlucht of, al dan niet tijdelijk, verlaat, bijvoorbeeld vanwege droogte, kou, zeespiegelstijging of extreme weersomstandigheden, en naar een andere plaats afreist waar een voor hem gunstiger klimaat heerst; vluchteling om klimatologische redenen. Een ander woord voor klimaatvluchteling is klimaatmigrant. (ANW)

klimaatwaakhond, instelling die erop toeziet dat de wettelijke bepalingen en de regels op het gebied van het klimaat gerespecteerd worden; toezichthouder op klimaatgebied. Waakhond in de betekenis 'toezichthouder' wordt vaker gebruikt in samenstellingen, zoals in energiewaakhond, mediawaakhond en privacywaakhond. (ANW)

klimaatzonde, feit waaraan iemand zich schuldig maakt dat een negatieve invloed heeft op het klimaat, zoals autorijden, vliegen, lang douchen of vlees eten.

Kyotoprotocol, verdrag waarin afspraken tot vermindering van de uitstoot van broeikasgassen vastgelegd zijn. Het protocol is een uitwerking van het Klimaatverdrag van Rio, en is vernoemd naar de Japanse stad Kyoto, waar het in 1997 opgesteld werd tijdens de klimaatconferentie.

landschapspijn, schrijnend gevoel dat iemand ervaart bij het zien verschralen van een landschap, zoals het verdwijnen van planten-, insecten-, en vogelsoorten. In 2016 gebruikte journalist Jantien de Boer het woord in een artikel over het Friese platteland in de Leeuwarder Courant, waardoor het vervolgens ook in de race kwam voor het Van Dale Woord van het Jaar. Naast landschapspijn komt ook de term natuurrouw voor.

microplastics, microscopisch kleine deeltjes plastic; stukjes plastic kleiner dan vijf millimeter. Plastic dat in het milieu terechtkomt verteert niet maar breekt zeer langzaam af in microplastics. Die kleine stukjes plastic kunnen in de voedselketen terechtkomen, onder andere omdat ze gegeten worden door vissen. In de cosmetica-industrie komen ook microplastics voor, microbeads genoemd (bead is Engels voor kraal). Ze worden gebruikt in bijvoorbeeld shampoo en scrubgels. Nog kleinere deeltjes plastic heten nanoplastics.

milieu, leefklimaat van mens, dier en plant; geheel van uitwendige omstandigheden zoals lucht, bodem en water, dat van invloed is op het leven; (natuurlijke) leefomgeving. Het woord komt uit het Frans en is opgebouwd uit mi- 'midden' en lieu 'plaats'.

milieubrigadier, (vooral in Suriname) leerling op een lagere school die ervoor moet zorgen dat de leefomgeving in en rond de school schoon en afvalvrij blijft en dat er duurzaam wordt omgegaan met energie; leerling die toeziet op het milieu in de school. (ANW)

milieucheque, (vooral in België) cheque van maximaal 250 euro die door een bedrijf aan een werknemer kan worden gegeven als belastingvrije aanvulling op het salaris en waarmee hij of zij ecologische producten en diensten kan kopen. De milieucheque wordt ook wel ecocheque of groene cheque genoemd. (ANW)

milieugebruiksruimte, hoeveelheid beschikbare energie; niet-hernieuwbare grondstof, water, hout en landbouwgrond die gebruikt kan worden zonder dat het milieu te veel belast of overvraagd wordt. Zie ook Uitgelichte term uit onze Terminologienieuwsbrief.

milieumelancholie, zwaarmoedige gevoelens als gevolg van de achteruitgang en het verlies van het huidige leefklimaat. Ook klimaatdepressie wordt als synoniem gebruikt voor milieumelancholie.

milieumisdadiger, iemand die milieudelicten pleegt; iemand die de milieuwet overtreedt door bijvoorbeeld giftig afval te storten. Een milieumisdadiger wordt ook wel milieucrimineel genoemd. (ANW)

milieuzone, gebied in een (binnen)stad waar de toegang beperkt is voor voertuigen die te veel fijnstof en stikstofoxiden uitstoten, zoals oude vrachtwagens en dieselauto's. De zones worden door gemeenten ingesteld om de luchtkwaliteit te verbeteren.

nul-op-de-meterwoning, woning die evenveel energie opwekt als verbruikt; energieneutrale woning. Het begrip wordt veel gebruikt in de woningbouw en is ook bekend onder de namen NOM-woning en energienulwoning. Een ander type energiezuinige woning heet passiefhuis: een zeer goed geïsoleerd huis dat efficiënt gebruikmaakt van 'passieve' zonne-energie.

plasticdieet, dieet om het gebruik van (wegwerp)plastic te verminderen. In 2016 werd het plasticdieet voor het eerst in Nederland onder de aandacht gebracht als onderdeel van Plastic Free July, een Australisch initiatief uit 2011 waarbij mensen uitgedaagd werden om maximaal een maand lang wegwerpplastic te weigeren. Een interessant woord, want dieet heeft normaal gesproken betrekking op eten en drinken. Maar bij een plasticdieet gaat het niet om letterlijke, maar figuurlijke consumptie. Alhoewel: plastic kan ook voorkomen in ons eten en drinken (zie: microplastics).

plasticsoep, grote hoeveelheid afval van plastic en kunststof die in zee ronddrijft en zeer langzaam in kleine stukjes afbreekt die niet verteren, maar zich op plaatsen waar zeestromen bijeenkomen verzamelen, en op die manier een gevaar opleveren voor de plaatselijke fauna en voor de scheepvaart. (ANW)

Eelke - CC BY 2.0

plastictariër, iemand die niets eet en drinkt dat uit een plastic (wegwerp)verpakking komt. De tienjarige Tesse uit Peize bedacht de term in 2018. Hij besloot plastictariër te worden toen hij op school leerde over de plasticsoep.

plasticvanger, 600 meter lange veegarm waarmee plastic afval in zeeën en oceanen opgeruimd kan worden. De plasticvanger, die soms ook zeebezem genoemd wordt, is bedacht door de Nederlander Boyan Slat (1994) die in 2013 zijn stichting The Ocean Cleanup oprichtte. In september 2018 werd de plasticvanger voor het eerst gebruikt maar hij werkte nog niet optimaal: eind 2018 bleek dat het systeem te langzaam bewoog om het plastic goed vast te houden, en begin 2019 werd de opruimactie tijdelijk gestaakt vanwege materiaalpech.

plogging, tijdens het hardlopen afval oprapen. Plogging komt oorspronkelijk uit Zweden en is een mixwoord van Zweeds plocka, dat 'pakken' betekent, en Engels jogging. In Nederland werd het ploggingconcept al in 2013 geïntroduceerd door de Haarlemse Brigitte Paulissen onder de naam troeptrimmen (zie ook Neologisme van de week uit 2018).

priksafari, wandeling door de stad waarbij zwerfafval opgeruimd wordt met behulp van prikstokken. Het woord was in januari 2019 Neologisme van de week.

tiny house, klein woonhuis dat gebouwd is voor mensen die bereid zijn genoegen te nemen met een beperkte leefruimte, vaak vanuit de behoefte om het milieu te sparen, een kleinere ecologische voetafdruk achter te laten en om een leven te leiden dat minder gericht is op consumeren en verzamelen. Soms ook naar het Nederlands vertaald als ecohuisje. (ANW)

uitstootkloof, verschil tussen wat er in het klimaatakkoord van Parijs is afgesproken over de reductie van CO2-uitstoot en wat er daadwerkelijk aan maatregelen nodig is om die doelstellingen te halen.

verticaal bos, woontoren in een stad waarbij de buitenzijde van het gebouw uitgerust is met een grote hoeveelheid bomen en planten. Het groen is onderdeel van het ontwerp, en moet onder andere zorgen voor de opname van broeikasgassen en meer biodiversiteit in de stad. Het type woontoren, ook groene woontoren of groene woonflat genoemd, is bedacht door architect Stefano Boeri. In 2014 opende het eerste 'Bosco Verticale' zijn deuren in Milaan.

vliegschaamte, schaamte die iemand ervaart als hij of zij gebruikmaakt van het vliegtuig, terwijl er minder milieubelastende alternatieven zijn om zich te verplaatsen, zoals de trein. De positieve tegenhanger van vliegschaamte is dan ook treintrots: gevoel van voldoening dat iemand ervaart omdat hij of zij zich verplaatst met een relatief milieuvriendelijk vervoermiddel.

vleesverkettering, sterke veroordeling van het eten van vlees, door bijvoorbeeld veganisten of klimaatactivisten. In januari 2019 was in De Telegraaf te lezen dat de Vlaamse voedingsprofessor Frédéric Leroy waarschuwt voor vleesverkettering: "Wie vlees afwijst op ideologische gronden en zonder kennis van essentiële voedingsstoffen, loopt grote risico's." De herkomst van het woord is uitgebreid beschreven op het weblog Taalbank.nl.

waterstof, zeer brandbaar gas dat vrijkomt door elektriciteit door water te voeren (elektrolyse); waterstof in de vorm van gas. Bij de verbranding van het gas komt alleen water vrij en bijvoorbeeld geen CO2 , wat het een aantrekkelijk en schoon alternatief maakt voor aardgas. Groene waterstof wordt gemaakt met bijvoorbeeld wind- of zonne-energie. Zie ook het Algemeen Nederlands Woordenboek.

waterstofbus, bus die op waterstofstroom en accustroom rijdt. Ook wel brandstofcelbus genoemd (ANW).

waterstofpaneel, zonnepaneel dat waterstofgas maakt. Het paneel neemt vocht op uit de lucht en zet het samen met de energie uit zonlicht om in waterstofgas. Het gas is makkelijk op te slaan, en volgens de ontwikkelaars van de KU Leuven zou je met twintig van deze panelen een goed geïsoleerd huis een hele winter kunnen verwarmen en van elektriciteit voorzien. In 2019 start een eerste proef met de panelen op een huis het plaatsje Oud-Heverlee.

zero waste, levensstijl waarbij iemand ernaar streeft om geen of zo min mogelijk afval te produceren, om op die manier bij te dragen aan een beter milieu.

zure regen, neer­slag van verzurende stof­fen zoals zwaveldioxide en stikstofoxiden. De zuren komen via onder andere uitlaatgassen in het milieu terecht en zijn zeer schadelijk. In de jaren tachtig was zure regen een groot milieuprobleem. Inmiddels is het grotendeels opgelost door regelgeving op het gebied van uitstoot van de schadelijke stoffen.

Zie voor een uitgebreid overzicht van klimaatwoorden de Klimaatwoordenlijst, samengesteld door Ton den Boon, hoofdredacteur van Van Dale.

Op deze website maken wij gebruik van cookies.