Categorieën
Uit de streek

slons

Lijd je aan flens of zit je met een ploddetje? Hopelijk zijn we binnenkort van de griepepidemie verlost!

Het is nog altijd winter en overal hoor je mensen snotteren en hoesten. Wie pech had, kreeg de afgelopen weken de slonse of slunse te pakken. De wachtzalen zitten overvol met patiënten met griepsymptomen. Slons is namelijk een West-Vlaams woord voor de griep, zoals te zien is op de kaart uit de Database van de Zuidelijk-Nederlandse Dialecten (DSDD). Maar waar komen slonse of slunse in de betekenis ‘griep’ vandaan? En welke andere benamingen gebruiken dialectsprekers elders in Vlaanderen en Nederland?

Dialectkaart uit de Database van de Zuidelijk-Nederlandse Dialecten (DSDD)

Influenza

Vroeger werd de griep influenza genoemd, een wat eigenaardige, moeilijke naam die we uit het Italiaans hebben geleend. Het Italiaanse influenza is hetzelfde woord als het Franse influence, dat ‘invloed’ betekent en ook gebruikt werd in de betekenis ‘epidemie’. Met die invloed bedoelde men de invloed van de sterren. Men zocht de oorzaak van ziekten immers vaak bij de hemellichamen. Men geloofde dat mensen werden ‘bezocht’ door een vloeistof die van de sterren afstroomde. De mensen kenden het woord natuurlijk via hun artsen, maar omdat het niet het meest gemakkelijke woord is, werd influenza vaak verkort tot fluenza of fluenze.

Verbasteringen zijn niet ongewoon bij dergelijke moeilijke woorden. Het woord dat het dichtst bij de (ingekorte) vorm fluenza staat, is flens. Die benaming komt vooral voor in de Hollandse en Zeeuwse dialecten, zoals te zien is op de kaart van Weijnen in de kaartenbank van het Meertens Instituut. Hier en daar komt flens ook voor in Brabantse dialecten, met name in de streek rond Bergen op Zoom en Leuven.

Flem

Is flem een nog verdere vervorming van fluenza? Bij flem kan ook de bijgedachte aan vlam meespelen: wie ziek is en koorts heeft, krijgt het immers warm. Flem komt vooral voor in het zuiden van Vlaams-Brabant. Naast ‘griep’ kan het woord ook ‘gemak’, ‘luiheid’ of ‘wrok’ betekenen. Mogelijk is flem niet verbasterd uit fluenza, maar ontleend aan het Italiaanse flemma ‘traagheid, rust’, dat teruggaat op het Latijnse phlegma, een van de lichaamsvochten waaraan het flegmatische temperament werd toegeschreven. Dat Latijnse woord is op zijn beurt afkomstig van het Griekse phlegma, dat ‘ontsteking’ betekent.

Slons/sluns

Is slunse dan wel een verbastering van influenza? Wellicht wel. Van flens naar sluns is niet zo’n grote stap. Je hoeft slechts de fl te wisselen met een sl en de associatie met slunse ‘vod, lap, lor’ zal geholpen hebben. Je voelt je immers maar slapjes als je de griep hebt, je voelt je als een vod of lap. In hetzelfde betekenisveld vind je bijvoorbeeld je zo slap als een vaatdoek voelen, of in de lappenmand liggen.

In Antwerpen en Vlaams-Brabant kan je ook met de plod of het plod(d)etje (uitgesproken als plotteke) zitten. Een plod is, net als een sluns, een vod. Maar met het woord influenza heeft het waarschijnlijk niets te maken. De herkomst is onduidelijk.

Zwaar te pakken

Tegenwoordig spreekt iedereen gewoon van griep. Dat is een Frans leenwoord, mogelijk in de achttiende eeuw ontleend aan het Franse grippe, afgeleid van gripper ‘pakken, grijpen’, dat zelf misschien teruggaat op een Germaans woord dat we nu in het Nederlands nog steeds kennen als grijpen.

In sommige dialecten betekent bezet ‘aangetast, bevangen door een ziekte’. In Noord-Brabant komt bezetting een aantal keer voor in de betekenis ‘griep’, al kan het daar ook ‘verkoudheid’ betekenen (zie: valling in Uit de streek).

Ziek in het Latijn

Arts of gewone volksmens, we spreken zonder het te beseffen zo nu en dan ook wel een woordje Latijn of Italiaans als we ziek zijn. Of we nu lijden aan flens of influenza, met de griep zitten of met een ploddetje, we kunnen enkel hopen dat we heel binnenkort weer stralend en gezond van de griepepidemie verlost zijn.


Meer lezen