Binnen een straal van een kilometer hebben omwonenden van een geitenhouderij een sterk verhoogde kans om een longontsteking op te lopen. Daarom adviseerde de Gezondheidsraad vorig jaar in december aan het kabinet-Schoof om de bouw van nieuwe woningen in de nabijheid van geitenhouderijen niet toe te staan. Toch verrezen daar de afgelopen jaren tienduizenden woningen, hoewel het al langer bekend is dat de gezondheidsrisico’s groot zijn. Zou het ook ongezond zijn om dicht bij een corduanier te wonen?

Nee, waarschijnlijk niet. De ziekten die je krijgt van geiten worden namelijk overgebracht door virussen, bacteriën of parasieten. Met die ziekteverwekkers kom je bijvoorbeeld in aanraking als je een geit hebt geaaid, als een geit je hand likt of als je in een stal met geiten bent geweest. Maar een corduanier heeft niet zo veel van doen met levende geiten, hij is vooral in de weer met dode exemplaren. Om precies te zijn, met de gelooide huid van die beesten.
Córdoba
Een corduanier was namelijk een schoenmaker. Voor het vervaardigen van zijn schoenen en laarzen bediende hij zich van cordovaans leer. Die naam verwijst naar de Zuid-Spaanse stad Córdoba, waar de Arabieren in de middeleeuwen – net als in andere delen van het Iberisch schiereiland – de macht in handen hadden. Later werd corduaan ook gebruikt voor geitenleer uit andere delen van Spanje en nog weer later voor geitenleer in het algemeen.
Statussymbool
Leerbewerking was toentertijd een specialiteit van de Arabieren in Spanje en corduaan stond dan ook bekend als bijzonder fijn en kostbaar leer. Het dragen van schoenen die daarvan gemaakt waren, was een soort statussymbool. In een tekst uit de twaalfde eeuw lezen we bijvoorbeeld dat broeders en zusters (van een kloosterorde) schoenen van rundleer dragen maar dat de priester wegens het aanzien van zijn functie schoenen van cordovaans leer moet dragen!
‘zagt en smeudig’
Een andere, door Arabieren verwerkte leersoort die zijn naam ontleent aan het gebied van oorsprong is marokijn. Die naam hebben Europeanen gegeven aan het in Marokko vervaardigde geitenleer. Later duidde het woord ook leersoorten aan die op marokijn leken. Net als corduaan werd marokijn gewaardeerd om zijn bijzondere eigenschappen. In zijn Algemeen huishoudelijk-, natuur-, zedekundig- en konst-woordenboek (1771) schrijft M. Noël Chomel: “Het beste marroquin is week, zagt en smeudig in het aanraaken”. Omdat marokijn een fijne maar tevens sterke en flexibele leersoort is, werd het onder andere vaak gebruikt voor het maken van kostbare omslagen voor boekbanden.

Hoewel er in Nederland op dit moment talrijke geitenhouderijen zijn, produceren zij voornamelijk voor de export. Voor geitenzuivelproducten is Frankrijk is een van de belangrijkste afnemers. Geitenvlees wordt doorgaans naar Zuid-Europa geëxporteerd, waar het een delicatesse is. Voor geitenleer daarentegen zullen de meeste Nederlanders hun neus niet ophalen. Een vakbekwame corduanier kan daar fraaie, stevige en comfortabele schoenen van maken.
- corduaan in het Oudnederlands Woordenboek (ONW), in het Vroegmiddelnederlands Woordenboek (VMNW), het Middelnederlandsch Woordenboek (MNW), in het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT)
- corduanier in het VMNW, in het MNW
- marokijn in het WNT

