Geniet je aan het begin van de lente ook van die spinrokjes, de blauwe, geurende bloemetjes die weer overal in bloei staan? Het is een naam voor de plant die we meestal blauwe druifjes noemen, of met de Latijnse naam Muscari armeniacum. Ze duiken overal op: in tuinen, langs stoepjes en in parken. Maar waarom heten blauwe druifjes eigenlijk spinrokjes? En welke andere synoniemen bestaan er voor deze voorjaarsbloem in de Nederlandse dialecten?

Rok van een spinnewiel
De naam spinrokje is afgeleid van het uiterlijk van de bloemetjes. De bloeiwijze lijkt namelijk op de rok van een spinnewiel. De rok is de verticale constructie waaraan vroeger wol werd gehangen bij het spinnen. Die vorm – een tros op een lange stok – doet denken aan blauwe druifjes, die een vrij lange steel hebben met bovenaan een trosje blauwe bloemen. De naam komt voor het Pajottenland. In het Waasland in Oost-Vlaanderen vind je ook mariaspinrokskes.
Dat het om een tros bloemetjes gaat, hoor je in de naam troshyacint. Zo’n tros kun je ook wel een beetje vergelijken met een torentje. In West-Vlaanderen levert dat de naam blauwe torentjes op.
Druifjes, paaskaarsjes en pareltjes
Zoals de naam al zegt zijn blauwe druifjes blauw, en dat zie je ook terug in veel namen. De kleine bloemetjes staan dicht op elkaar en vormen trosjes die sterk op druiven lijken. Daarom heten ze in het Standaardnederlands én in veel dialecten simpelweg blauwe druifjes, of korter druifjes. Ook in het Engels verwijst de naam naar die vorm: daar heet de plant grape hyacinth.
In Vlaanderen hoor je daarnaast namen als blauwe kousjes en blauwe kaarsjes. Dat lijkt misschien een groot verschil, maar in sommige dialecten klinken kous en kaars bijna hetzelfde. Het is dus niet vreemd dat die woorden door elkaar gaan lopen. En als paars hier en daar blauw vervangt en bovendien bijna hetzelfde klinkt als paas, dan is van paarse kaarsjes de stap naar paaskaarsje snel gemaakt. Wat er eerst was – de kousjes of de kaarsjes – is een vraag waarop nog geen duidelijk antwoord bestaat.
Andere namen verwijzen, net als druifjes, naar kleine ronde voorwerpen. (Blauwe) kraaltjes en (blauwe) pareltjes leggen de nadruk op de glanzende, bolle vorm van de bloemetjes. Hier en daar vergelijkt een dialectspreker de bloemetjes ook met tranen, wellicht omdat ze een beetje op druppeltjes lijken.
Bijenhuizen
Soms zagen dialectsprekers er iets heel anders in. De dicht opeengepakte bloemetjes deden sommigen denken aan de structuur van een honingraat. Zo ontstonden namen als bijenhuis of bijenkorf voor deze blauwe druifjes.
Stijfselbloemetjes
De naam stijfselbloemetjes lijkt te zijn overgenomen van een andere plant. Stijfselbloem is namelijk een dialectnaam voor de Cardamine pratensis, de pinksterbloem, die net als blauwe druifjes paarsachtige bloemen kan hebben. Dat een naam van de ene bloem gemakkelijk overgaat op een andere, is een bekend verschijnsel. Op Goeree-Overflakkee hoor je bovendien ook de naam blauwe stijfseltjes.
Muscari
Hier en daar gebruikt een spreker ook het woord muscari, de Latijnse naam van de plant. Daarbij is het benoemingsmotief de geur van de bloem. In muscari kun je namelijk het woord muskus herkennen, zoals in muskusparfum.
- Dialectwoorden voor blauwe druifjes in de Database voor de Zuidelijk-Nederlandse Dialecten (DSDD)
- Dialectwoorden voor de blauwe druifjes in de etymologiebank
- Dialectwoorden voor de blauwe druifjes in de woordenbanken e-WND en woordenbank.be
- Dialectwoorden voor de blauwe druifjes in het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT)
- Dialectwoorden voor de blauwe druifjes in de PLAND

