Categorieën
Woorden weten alles

Amoras is ontvlaamst

Hoe de taal van Suske en Wiske veranderde.

“Tante Sidonie en Wiske brengen een dagje verlof door te Doel aan de Schelde.” Zo begint Op het eiland Amoras, het eerste officiële avontuur van Suske en Wiske. Tante Sidonie zit te breien in het gras, Wiske staat tot haar knieën in het water met een hengeltje. Ze draagt een eendelig badpak met horizontale strepen. “Krabben vangen is plezant he tante”, roept ze in het tweede plaatje. We zijn in Vlaanderen, we schrijven 1947.

Illustratie: Op het eiland Amoras 1947

Een jaar na de eerste druk van het stripverhaal zit het duo in een tweede uitgave alweer aan de waterkant. Het landschap is identiek, maar iemand heeft met de tekst gesjoemeld. “Tante Sidonie en Wiske brengen een vacantiedagje door bij het Krabbengat aan de Schelde”. En weer enkele jaren later: “Tante Sidonia en Wiske brengen een dag vakantie door aan het water”.

Er schijnen edities te bestaan waarin de Gyronef, die wonderlijke helikopter van professor Barabas, niet opstijgt vanaf de Grote Markt in Antwerpen, maar voor het koninklijk paleis in Amsterdam. De strijdkreet van Suske is daar niet “Seefhoek, vooruit”, maar “Jordaan, vooruit”. Kortom: Suske en Wiske werd systematisch ontvlaamst en als het nodig was, werden niet alleen de tekstballonnetjes, maar ook de decors en zelfs de namen van de personages aangepast.

De discussie daarover is al zo oud als de aanpassing zelf. Gingen Willy Vandersteen en zijn medewerkers alleen maar mee met de veranderende tijd, of mikten ze op commercieel interessante afzetgebieden? Verloochenden zij het authentieke karakter van Sus en Wis, of legden ze hun amateurisme af? Daar ga ik niet over. Voor de liefhebbers van het eerste uur zijn de oude uitgaven pure nostalgie.

Eerlijk gezegd, echt spannend is Op het eiland Amoras niet, al zit het verhaal vol verrassingen. De humor is een beetje aftands en de zogenaamde maatschappijkritiek gaat niet dieper dan enkele keren zeggen dat ‘de beschaafde wereld’ ook je dat niet is. De moraal: een slechterik kan altijd tot inkeer komen. De Tweede Wereldoorlog was net afgelopen.

En toch lees ik graag dat oorspronkelijke album, al heb ik alleen een herdruk. Met weemoed kijk ik naar de onbeholpen tekeningen, maar ook naar de teksten. Misschien viel het u daarstraks op, maar Sidonie en Wiske brachten “een dagje verlof” door “te Doel”. Dat eerste hoor je vandaag nog. Maar wie bevindt zich tegenwoordig nog “te Doel”?

Nog een paar citaten meer. “Wat is dat spannend”, zegt Wiske in de Teletijdmachine. “Zo ik aan dezen hefboom trek, gaat het misschien wat vlugger!” De personages spraken met naamvallen en zo was nog een voegwoord van voorwaarde. Enkele pagina’s verder trekt Suske de stad in om met de arme bevolking “in voeling te komen”. Als Wiske tot koningin van Amoras is gekroond, breekt hongersnood uit en ze “begeeft zich onder het volk om dezes moraal op te monteren”. Ik citeer uit een boekje dat vooral bij kinderen populair was.

Je kunt daar vandaag meewarig naar kijken. Maar mijn generatie heeft met die stripverhalen leren lezen, zo simpel is dat. En als iemand in mijn buurt durft te roepen “Jordaan, vooruit!’, dan spring ik overeind om de authentieke Suske en Wiske te verdedigen.


Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden van nieuwe afleveringen van WoordHoek? Schrijf u dan in voor Taalpost, de gratis e-mailnieuwsbrief van het Genootschap Onze Taal.

Ludo Permentier is journalist en auteur. Hij was docent in het middelbaar onderwijs, werkte bij Van Dale en de Taalunie en publiceerde taalboeken. Vijftien jaar lang schreef hij de taalcolumn Woorden weten alles in De Standaard.

E-mail: ludo.permentier@telenet.be