Categorieën
Woorden weten alles

De taak van de kemphaan

We mogen de kemphaan niet vergeten, want hij is een taalkundig fenomeen.

Zelfs de ANWB Vogelgids van Europa heeft het moeilijk met de kemphaan. De vogel broedt volgens dat boek in de taiga en de toendra, en die hebben wij al eeuwen geleden verkaveld en vol beton gestort. De enige reden waarom de Philomachus pugnax nog in de gids met Europese vogels wordt getolereerd, is “om vergelijking met enkele gelijkende soorten te vergemakkelijken,” zo verdedigt zich de redactie. Anders kwam hij er gewoon niet in.

de kemphaan
Foto door Arjan Haverkamp via Flickr

Alweer een woord dat in zijn overdrachtelijke betekenis, ‘vechtlustig persoon’, duurzamer blijkt dan in de natuur. Toch mogen we de kemphaan niet vergeten, want hij is een taalkundig fenomeen. Het Algemeen Nederlands Woordenboek (ANW) kent hem als een ‘trekvogel die behoort tot de familie van de snipvogels, die in de broedtijd een opvallende halskraag en kuif draagt en met andere mannetjes samenkomt op een plek om schijngevechten tegen elkaar te houden’. Wilt u graag zo’n gevecht meemaken vanaf de eerste rij? Dat kan, want er zit een filmpje bij. David Attenborough heeft zijn sporen nagelaten.

Maar hebt u het gemerkt? De kemphaan is volgens het ANW een vogel die vecht ‘met andere mannetjes’. De vrouwtjes doen daar niet aan mee; in het filmpje treden ze op als scheidsrechter. Daarom maakt het woordenboek onderscheid tussen drie benamingen: naast het mannelijke kemphaan en het vrouwelijke kemphen, is kemphaan ook wat het woordenboek het androniem noemt, de geslachtsneutrale benaming dus, die hier gelijk is aan de mannelijke. Voorwaar een heikele kwestie, als u de discussies over genderneutraliteit hebt gevolgd.

“De kemphaan legt zijn eieren op de grond.” Taalkundig is dat niet ongewoon. We kunnen genieten van een documentaire over leeuwen, ook al doen de leeuwinnen doorgaans het zware werk. We spreken van een roedel wolven, ook al zullen het bijna allemaal wolvinnen zijn. Zelfs bij mensen doen we dat: we spreken van Nederlanders, kiezers, ambtenaars, dokters en docenten, of het nu mannen of vrouwen zijn, zelfs al zijn er vrouwelijke woorden voorhanden. Je kunt dat vanuit ideologisch oogpunt betreuren, maar zo is dat in onze taal nu eenmaal gegroeid.

Er zijn weinig uitzonderingen. De kip is er een van. We gebruiken het woord ‘ter aanduiding van het vrouwtje, maar ook voor de gehele diersoort zonder de gedachte aan een bepaald geslacht’, zegt het ANW. Ik heb nog nooit iemand horen beweren dat de kip een vrouwelijke haan is. Hetzelfde voor de koe (een vrouwelijke stier?) en de geit (een vrouwelijke bok?). De stier een mannelijke koe noemen en de bok een mannelijke geit, dáár is dan weer niets ongewoons aan.

In deze zeldzame gevallen is de andronieme benaming vrouwelijk. Hoe dat zo is gekomen, weet ik niet met zekerheid. Maar ik heb een vermoeden. Als voornamelijk de wijfjes economisch van nut zijn (en wel omdat ze eieren leggen of melk geven) dan dienen de mannetjes alleen om de soort in stand te houden. Die zijn de boer dan nauwelijks een eigen benaming waard.

De kemphaan geeft niks. Die zet alleen een hoge borst op. Daarom mag de soort mannelijk worden genoemd.


Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden van nieuwe afleveringen van WoordHoek? Schrijf u dan in voor Taalpost, de gratis e-mailnieuwsbrief van het Genootschap Onze Taal.

Ludo Permentier is journalist en auteur. Hij was docent in het middelbaar onderwijs, werkte bij Van Dale en de Taalunie en publiceerde taalboeken. Vijftien jaar lang schreef hij de taalcolumn Woorden weten alles in De Standaard.

E-mail: ludo.permentier@telenet.be