Categorieën
Woorden weten alles

Hoe hoog moet de lat?

De lat is een geliefd instrument in het onderwijs. Ludo Permentier vraagt zich af: gaan we eroverheen of eronderdoor?

De lat is een geliefd instrument in het onderwijs. Je kunt ermee meten en er rechte lijntjes mee trekken, de meester of juf kan er de onderdelen van de meikever of de krokus mee aanwijzen op een didactische plaat, en als je daar je gedachten niet bij kunt houden, kan er een tik van de lat volgen, op je schoolbank of op je vingers.

Afbeelding: Pixabay

Want er moet gepresteerd worden. Of om het in de terminologie van politici en onderwijshervormers te zeggen: de lat moet hoog. Toen het Vlaams Parlement deze maand nieuwe ‘eindtermen’ goedkeurde voor het middelbaar onderwijs, was de kreet niet van de lucht: leggen we de lat wel hoog genoeg voor onze kinderen? Durven we nog wel eisen te stellen?

De lat is de vriend én de vijand van de hoogspringer. Voorbij die lat ligt het succes, maar alleen als die hoger lag dan voor de tegenstanders. Zo wordt de uitdrukking al jarenlang gebruikt om prestaties in de verf te zetten. In het bedrijfsleven, in de ethiek, in de cultuur: de lat moet hoger, hoger, hoger.

Uiteindelijk ligt die lat zo hoog, dat een slimmerik er fluitend onderdoor loopt. Eind 1999 schreef toenmalig CVP-voorzitter Stefaan De Clerck een opiniestuk in De Standaard, waarin hij met scherp schoot op de Volksunie (tegenwoordig N-VA), die een heleboel eisen had gesteld aan de financiering van het Franstalig onderwijs, maar tijdens nachtelijke onderhandelingen op alle vlakken toegaf: “Ze gaat nu helemaal onder de lat door”.

En toen werd het limbodansen populair. Het gaat er in deze Zuid-Amerikaanse discipline om, met een achterwaarts gebogen lichaam al dansend onder een lat door te gaan. Met voldoende alcohol en mooie meiden in de buurt schijnt dat heel plezierig te zijn.

Dat inspireerde weer andere politici om de metafoor van de lat om te draaien en met leedvermaak te beschrijven hoe hun tegenstanders “plat op de buik gaan liggen om onder de lat door te kunnen” (Karel De Gucht, Open VLD, 2007).

Eroverheen of eronderdoor? Dat is een kwestie van levenshouding. De Vlaamse theatermaker Dimitri Leue vertelt in zijn roman Het Lortchersyndroom over een muzikant die aan het eind van zijn leven beseft dat hij zijn dromen niet heeft waargemaakt. Een drama voor dat personage, maar Leue denkt daar zelf anders over, zegt hij in een interview: “Ik vind onder de lat doorlopen, zonder dat die lat valt, ook al niet slecht. Ambitie kan mensen zo ongelukkig maken.”


Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden van nieuwe afleveringen van WoordHoek? Schrijf u dan in voor Taalpost, de gratis e-mailnieuwsbrief van het Genootschap Onze Taal.

Ludo Permentier is journalist en auteur. Hij was docent in het middelbaar onderwijs, werkte bij Van Dale en de Taalunie en publiceerde taalboeken. Vijftien jaar lang schreef hij de taalcolumn Woorden weten alles in De Standaard.

E-mail: ludo.permentier@telenet.be