Categorieën
Woorden weten alles

Raak de oligarchen

Sinds wanneer kennen we oligarchen?

Omdat Vladimir Poetin niet vol in zijn gezicht te raken is, probeert het Westen de Russische oligarchen pijn te doen in hun portemonnee, in de hoop dat die zich afwenden van hun president. Zo staat het in de kranten. En voor wie even niet heeft opgelet sinds 1991 (de ontbinding van de Sovjet-Unie) wil ik graag uitleggen wat en wie die oligarchen zijn.

Groepje

Het woord oligarch staat nog niet in alle woordenboeken, maar oligarchie wel. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) omschrijft het als “Regeering van slechts enkele personen die tot de hoogere, bevoorrechte standen behooren en buiten wie aan niemand een indirect of direct aandeel in ’s lands bestuur is gegund.” In mensentaal: een land dat niet wordt bestuurd door één dictator, maar door een groepje. De leden van zo’n groepje zijn dus oligarchen. Dat is dus niet iets waar je voor kunt studeren of solliciteren.

Marseille was ooit een oligarchie.

Het woord is samengesteld uit de Griekse stammen oligos (weinig) en archein (heersen) en inderdaad, het systeem bestond al in het Oude Griekenland, bijvoorbeeld in Sparta en Athene, maar ook in Massalia (Marseille). Toen werd je oligarch door geboorte en dan kreeg je meteen als levenstaak de macht binnen je familie te houden. De filosoof Plato beschreef in zijn boek De republiek (360 voor Christus) vijf regeervormen: aristocratie (de besten regeren), timocratie (militairen regeren), oligarchie (een kleine groep regeert), democratie (het volk regeert) en tirannie (een despoot regeert). Let op: deze volgorde is niet toevallig. Volgens Plato was de aristocratie de beste en de tirannie de slechtste vorm. Democratie was dus nog slechter dan geregeerd te worden door een militaire junta of een maffia.

Doodgewoon

Het woord oligarchie komt in het Frans voor sinds de veertiende eeuw. Het is overgenomen door het Engels en het Duits, en haalde de Algemeene kunstwoordentolk van Jacob Kramers in 1847. Dat het woord algemeen was, mag ons niet verwonderen, want oligarchieën waren eeuwenlang dagelijkse kost in de hele wereld, op grote en op kleine schaal.

Zo doodgewoon, dat er in kranten en tijdschriften nauwelijks over oligarchen geschreven werd. Tot twintig jaar geleden, dus. Nadat de president van de Sovjet-Unie, Michail Gorbatsjov, en de president van de Russische Federatie, Boris Jeltsin, de markt in hun land hadden geliberaliseerd, begonnen sluwe Russische handelaars goederen uit het Westen te importeren en in hun land te verkopen tegen woekerprijzen. Ze werden er steenrijk door en kregen veel politieke macht. Tientallen van deze oligarchen zijn bekend met naam en toenaam. Die van Roman Abramovitsj en Michail Chodorkovski zijn overbekend omdat ze ook bij ons hun invloed laten gelden. Ook Oekraïne heeft trouwens oligarchen, bijvoorbeeld de gewezen premier Joelija Tymosjenko.

Bestier van weinigen

Het zullen wel niet de laatste oligarchen zijn. Er bestaat immers een ‘IJzeren wet van de oligarchie’, geformuleerd door de socioloog Robert Michels in 1911: “Wie organisatie zegt, zegt oligarchie”. Een gedachte die volgens het WNT al door G.K. van Hogendorp werd geformuleerd in zijn Brieven en Gedenkschriften (1785!): “Zoo ongelukkig is eene regering van aanzienlijksten, dat zij telkens tot een bestier van weinigen, of eene oligarchie overgaat, en dat dan één magtig burger alles aan zijn gezag onderwerpt, of een opstand des volks onder stroomen bloeds de misbruiken wreekt.”

Vindt u nu toch nog een vacature voor een oligarch in Rusland of daarbuiten, ik zou er niet op ingaan.


Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden van nieuwe afleveringen van WoordHoek? Schrijf u dan in voor Taalpost, de gratis e-mailnieuwsbrief van het Genootschap Onze Taal.

Ludo Permentier is journalist en auteur. Hij was docent in het middelbaar onderwijs, werkte bij Van Dale en de Taalunie en publiceerde taalboeken. Vijftien jaar lang schreef hij de taalcolumn Woorden weten alles in De Standaard.

E-mail: ludo.permentier@telenet.be