Categorieën
Woorden weten alles

Wat een troep!

Duizenden troepen, zijn dat duizenden mensen of een veelvoud daarvan?

De Verenigde Staten overwegen tienduizenden troepen naar Europa te sturen om Rusland te intimideren, dat aan de grens met Oekraïne staat te dreigen. Ik vat het even kort samen, maar zo stond het in de meeste kranten. En steeds meer mensen vinden dat normaal.

Hier en daar protesteert nog een dwarsligger. Die vraagt zich schamper af hoeveel miljoen militairen er dan overgevlogen worden. Want eenmanstroepen bestaan niet. Een troep moet toch minimaal met vijftig zijn om die Russen ook maar een beetje geloofwaardig te intimideren, zou je denken. Tienduizenden troepen, dat is een volksverhuizing.

Leger(tje)

Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) is een troep inderdaad ‘een quantitatief willekeurig doch qualitatief min of meer bepaald aantal levende wezens’. En met betrekking tot het krijgswezen: ‘Een aantal manschappen die een leger(tje), een deel daarvan of althans een zekere mil. eenheid vormen’. Als we vandaag spreken van troepen die zich voorbereiden op een confrontatie, dan is dat begonnen met een zelfstandig naamwoord, troep, waarvan het enkelvoud in de loop van de jaren is verdord.

‘De troep’ als benaming voor het gehele leger is in België gesneuveld in 1992, toen de dienstplicht werd afgeschaft. Voordien moesten jongemannen nog een jaar ‘bij den troep’ als milicien. En als ze mochten afzwaaien, zongen de rekruten enthousiast een populair lied met een flinke scheut rancune tegenover de beroepsmilitairen:

En we zijn er van de klas
En we drinken bier met emmerkes
Terwijl die arme schachten aan ’t patatten jassen zijn
Vergeten wij den troep en zijn droevige dagen
En roepen allen gelijk:
Sm..rlappen ge zijt ons kwijt!

Een land stuurt dus nooit zijn troep. Dat moet in het meervoud: (zijn) troepen inzetten, verplaatsen of sturen. Hooguit kan er een bijvoeglijk naamwoord bij: verse troepen, Franse troepen, buitenlandse troepen, communistische troepen. Dat kan allemaal. Maar een bepaald telwoord vóór troepen, dat wringt. Eén troep sturen (ook al zou dat zinvol zijn, denk aan David en Goliath) lukt niet. En als één troep niet kan, dan kan tienduizenden troepen nog minder.

Maar wat niet is, kan nog komen. Kijk naar manschappen, een ander woord in dezelfde betekenissfeer, dat vandaag bekend staat als een plurale tantum, een woord dat geen enkelvoud heeft.

Manschap

Dat is niet altijd zo geweest. Het Middelnederlandsch Woordenboek (MNW) leert ons dat de manschap een term was uit het feodale tijdperk. Die sloeg op de dienstbaarheid van een leenman tegenover zijn leenheer. Pas later stond het woord voor ‘de verzamelde leenmannen’. Toen werd het dus een enkelvoudig zelfstandig naamwoord met een meervoudige betekenis (zoals ‘bemanning’ en ‘politie’ nog vandaag). Die enkelvoudige vorm kennen we niet meer en al zul je niet zo gauw ‘twee manschappen’ van de politie aan de deur krijgen, we vinden ‘tienduizenden manschappen’ zeker niet ongewoon.

Daar komt bij dat nogal wat taalverandering tegenwoordig gestuurd wordt van over de oceaan. Ook in het Amerikaanse Engels staat troop voor een groep soldaten. Maar ze kennen daar ook het woord trooper, dat ook een cavalerist of een soldaat in het algemeen kan betekenen. Misschien is de betekenis van troops onder invloed van troopers aan het verruimen, zodat je uiteindelijk kunt spreken van thousands of troops (ook hier alleen grote getallen, niet five troops of zo.)

Bij ons zie je argeloze (of luie) persmensen die het anglicisme in hun teksten laten sluipen, terwijl hun taaladviseurs en eindredacteuren vragen om troops te vertalen als militairen, soldaten of manschappen.

Als je schuldigen zoekt die taalfouten zo dikwijls maken dat ze op den duur tot de standaardtaal gaan behoren, kijk naar de pers. Maar dat is dan nog niet zo erg als de troep die vechtende legers kunnen veroorzaken.


Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden van nieuwe afleveringen van WoordHoek? Schrijf u dan in voor Taalpost, de gratis e-mailnieuwsbrief van het Genootschap Onze Taal.

Ludo Permentier is journalist en auteur. Hij was docent in het middelbaar onderwijs, werkte bij Van Dale en de Taalunie en publiceerde taalboeken. Vijftien jaar lang schreef hij de taalcolumn Woorden weten alles in De Standaard.

E-mail: ludo.permentier@telenet.be