Categorieën
Gelegenheidswoordenboekjes

Oud nieuws 2

Een gelegenheidswoordenboekje omdat 2733 afleveringen van de Oprechte Haerlemsche Courant uit de jaren 1664-1696 voor een nieuw Couranten Corpus zijn getranscribeerd en gecontroleerd.

Op 12 mei 2022 kwam bij het Instituut voor de Nederlandse Taal (INT) het Couranten Corpus online. Het bevat een grote hoeveelheid afleveringen van dertien zeventiende-eeuwse kranten uit Delpher die vrijwilligers hebben gedigitaliseerd. Met het Couranten Corpus is het mogelijk om onderzoek te doen in 109.532 artikelen en naar 18.926.425 woorden. Maar het nodigt ook uit om gewoon kennis te nemen van nieuws dat zeventiende-eeuwers met aandacht zullen hebben gelezen.

Sindsdien wordt er door het Instituut voor de Nederlandse Taal en met een groep vrijwilligers onder leiding van Nicoline van der Sijs naarstig gewerkt aan een nieuw corpus met nog meer zeventiende-eeuwse Nederlandstalige kranten. Daartoe behoren ook 2733 afleveringen van de Oprechte Haerlemsche Courant uit de jaren 1664-1696.

Omdat op dit moment alle afleveringen van deze krant – 100 % dus – gecontroleerd zijn, leek het ons een aardig idee om een gelegenheidswoordenboekje te maken met honderd bijzondere woorden die deze vrijwilligers tijdens hun werkzaamheden zijn tegengekomen. Daaronder bevinden zich leenwoorden uit het Frans en het Engels maar ook Nederlandse woorden die verouderd zijn of in de loop der tijden een andere betekenis hebben gekregen. Juist die laatste categorie woorden kan de moderne lezer op het verkeerde been zetten.

Een vrouw leest in de Oprechte Haerlemsche Courant op een schilderij (omstreeks 1676) van Frans van Mieris (1635-1681) [via WIkimedia Commons]

Dit gelegenheidswoordenboekje is een vervolg op Oud Nieuws, dat twee jaar geleden online kwam toen de vrijwilligers 50% van de Amsterdamse Courant hadden nagekeken. Inmiddels is ook de andere helft van die krant gecontroleerd.

De opbouw van elk lemma is als volgt. Eerst volgt het trefwoord met zo mogelijk een verwijzing naar het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT). Daarna volgt de betekenisomschrijving van het woord en tot slot een citaat uit een exemplaar van de Oprechte Haerlemsche Courant waarin het woord is aangetroffen. Het geheel is opgesierd met enkele zeventiende-eeuwse afbeeldingen uit de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam.

Met dit woordenboekje hoopt het Instituut voor de Nederlandse Taal belangstelling te wekken voor het Couranten Corpus en enkele bijzondere woorden uit de zeventiende eeuw voor het voetlicht te brengen en van een verklaring te voorzien.

Mensen die interesse hebben om als vrijwilliger mee te werken aan het toegankelijk maken van achttiendeeeuwse exemplaren van de Oprechte Haerlemsche Courant, zijn van harte welkom; zij kunnen zich melden bij Nicoline van der Sijs.

aam

Oude vochtmaat, inzonderheid als wijnmaat bekend, houdende vier ankers, dat gelijkstaat aan 35 tot 39 liter.

Op Voorleden Dingsdagh liet Gorgas door een Trompetter aen Prins Maurits weten dat hy, daer gekomen ziinde, wel genegen was, een Roemer Wijn op de gesontheyt van sijn Princelijcke Exell: te drincken; daerop Prins Maurits, seght men, hem een Aem Wijn sondt, met een Korf vars Wittebroot

(Oprechte Haerlemsche Courant, 17 november 1665)

aanmars

Aantocht, mars naar de plaats waar de spreker zich bevindt of waarheen hij zich in gedachte verplaatst.

Alles wert hier geprepareert tot een vroege Compagne, en verwacht men haest de Aanmarsch onser Volckeren uyt de Furstendommen en andere Provintien.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 4 maart 1677)

aanritsgeld

Het geld dat iemand ter hand gesteld wordt, die zich voor de krijgsdienst verbindt.

Gelijck in mijn voorgaende, hebben de respective Collonels, Lt. Collonels, Majoors en Capiteynen van de nieuwe Wervinge Eergisteren hare Commissien ontfangen, en hebben dien Naermiddagh en Gisteren alle den Eedt gepresteert voor de Gecommitteerde Raden, en Borgen gestelt; sullende Morgen de Aenrits-gelden ontfangen, oock aen den Raedt van State Eedt doen

(Oprechte Haerlemsche Courant, 12 maart 1671)

Soldaten krijgen geld [bron: Rijksmuseum]

absolutelijk

In de volste zin, volkomen.

De Franssen rucken nu en dan eenige Macht te samen, die sy dan weder doen scheyden, sonder dat  en weet wat haer Desseyn daer mede is: men seght, dat Vranckrijck begeert, dat de Bureaux absolutelijk werden afgestelt, of dat anders gesint soude zijn die met gewelt af te stellen.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 25 juli 1669)

admodiatie

Verpachting van een domein, een bron van inkomsten door de overheid, bij overeenkomst.

Oock is door een Edict geordonneert, dat de Posteryen, door den Marquis de Louvois in dit Gewest besetten, in Admodiatie gegeven sullen werden.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 30 maart 1694)

adviesjacht        

Jacht, aan grotere schepen toegevoegd, om berichten of lastgevingen over te brengen.

Tot St. Lucas is een Advys-Jacht van Cartagena, op den 28 Mey laetstleden van daer vertrocken, met eenige Depesches van Peru, ende Brieven van Panama van den 28 April, mede laetstleden, aen-gekomen, en voor soo veel men verstaet der Gallioenen verhaesten, de welcke sonder sout in Maert aenstaende de Reyse sullen aen-nemen.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 25 december 1677)

aflijvig

Uit het leven gescheiden, gestorven, dood

Oock divulgeert men, dat hy, indien hy niet te recht kan geraken, sal protesteren, op dat hy in Staet sy, sijne Praetentien, wanneer de Hertoginne van Nemours aflijvig komt te werden, te vernieuwen.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 3 maart 1699)

Het sterven van Maria Stuart [bron: Rijksmuseum]

aposteunie

Abces, zweer.

De regeerende Keyserinne bevint sigh nu vry beter, sedert een Aposteunie van haer deurgebroocken is.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 14 april 1676)

arkebuseren

Iemand met de kogel doden, vroeger hetzelfde wat thans fusilleren wordt genoemd.

Twee Persoonen zijn Gisteren hier geharquebuseert, over ’t afsetten van de Spaensse Post; haer Confraters, die dat aengesien hadden, hebben nu haer moeten deurschieten.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 18 april 1669)

arriere-garde

Achterhoede.

Dese Morgen ten 7 Uren, quam hier in ’t ghesichte de Avantguarde van de Nederlandtse Vloot, komende uyt den Noorden, met een harden Noordt-oosten Windt, wesende ten 11 Uren de Arriergarde dese Stadt al ghepasseert

(Oprechte Haerlemsche Courant, 18 september 1666)

bassa

Naam voor de Turkse groten die thans pasja heeten; titel in Turkije gedragen door officieren van hoge rang, zoals legeraanvoerders en gouverneurs van provinciën.

Tot Ierusalem hadde den Bassa gesonden 50 Werck-lie, omme neer te werpen sekere oude Muragie, van de al-outheyt van Salomon, welcke het werck beginnende, waren doodt ter Aerde ghevallen: waer op den Bassa 50 andere hadde ghesonden; maer die waren al even-eens gevaren: waer over hy benieut, was self in Persoon derwaerts gegaen en nemende een Hamer, om op de Muer te slaen, was in die postuer blijven staen, sonder dat men hem van daer kon krijghen, tot een ander Propheet, een Hebreeus Schrift-geleerde, daer by quam, die hem door Ghebeden weder tot sijn voorgaende standt bracht

(Oprechte Haerlemsche Courant, 24 maart 1666)

belhamel

Aanvoerder bij een oproer.

Onsen Vice-Admirael Mr. Southwell is soo yverigh geweest in ’t achterhalen van de Goederen uyt de St. Pieter van Hamburgh, dat reets onder sijn Handen heeft by de 6 a 700 Ponden aen waerde van de Goederen, verkocht by de Barbarisse Moorders van den Schipper en ’t ander Volck van dat Schip: hy heeft oock noch eene van dese Misdadige bekomen, soo dat alleen den Belhamel, genaemt Peter Fox, noch te soecken is, waer toe alle debvoir werdt aengewent.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 28 mei 1675)

berennen

Een versterkte plaats insluiten om ze te belegeren.

Men meent, dat den Coningh Valencijn sal doen berennen, en dat nae Hal sal gaen, om den Prince van Orange, die aldaer met de Spangiaerden, soo men seyt, 40000 Man sterck soude zijn, te attacqueren.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 7 mei 1676)

Belegering [bron: Rijksmuseum]

bestiaal

Vee, groot en klein.

De Brieven van Dyon, van den 24 passato, berichten, dat den Colonel Massiette, uyt het Franche Comte gekomen zijnde met 500 Ruyters en 2 a 300 Dragonders, met deselve was gevallen in ’t Hartogdom van Bourgogne, alwaer quantiteyt van Beestiael heeft weghgehaelt, veele Dorpen berooft, en verbrant 2 Huysen 8 Mylen van Dyon

(Oprechte Haerlemsche Courant, 12 december 16737)

bloedgang

Een al te sterke of gedurige vloeiing der maandstonden.

Men heeft alhier tydinge bekomen van de gevaerlijcke kranckheyt van de Ceurvorstinne van Beyeren, die over de drie uren langh, ter oorsaecke van een Bloetgang, voor doot gehouden wierdt; maer gisteren kreegh men advys van den Ambassadeur van Savoyen, dat sy beter was: sy heeft mede aen den Coningh geschreven.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 19 maart 1676)

bodemerij

Een overeenkomst tussen een geldschieter en een geldopnemer, waarbij een som geld wordt voorgeschoten, met beding van premie en onder verband van schip of goed, of van beide, met dat gevolg, dat, indien het verbondene, geheel of gedeeltelijk, door toevallen op zee, vergaat of vermindert, de geldschieter zijn recht op het voorgeschoten geld en op de premie verliest, voor zover dit een en ander niet op dat wat overblijft kan worden verhaald, maar, als het verbondene behouden op de plaats van bestemming aankomt, de hoofdsom, naast de premie moet betaald worden.

Alsooo in conformiteyt van het Octroy, by de Hoogh Mog. Heeren Staten Generael deser Vereenigde Nederlanden, aen de op nieuw gedirigeerde West-Indische Compagnie verleent, van nu voortaen geene Penningen op Bodemerye, nochte op Intrest, genegotieert sullen mogen werden

(Oprechte Haerlemsche Courant, 24 december 1674)

brander 

Een schip, geheel en al ingericht en met vuurwerken en allerlei spoedig brandbare stoffen toegeladen ten einde ’s vijands schepen aan boord te leggen en ze in brand te steken. 

Een van onse Oorlogh-schepen, voerende 56 Stucken Canon, genaemt de St. Patrick, uyt Harwich uytgeloopen zijnde, met een Brander, om nae Duyns te gaen, ontmoeten, buyten zijnde, twee ghemonteerde Hollandtse Schepen, men seght hier, dat het Oorlog-schepen waren, waer mede het selve in ’t Gevecht raeckte, d’eene van hem de Laegh ontfangende, en d’ander scheen te willen deur gaen, maer siende, datter soo weynigh Volck op was, heeft hem aen Boort geleyt, ge-entert, en met eenen weg genomen.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 26 februari 1667)

Brander (rechtsonder) [bron: Rijksmuseum]

brigantijn

Een klein, licht en snelvarend roei- en zeilvaartuig, gewoonlijk met laag boord, zonder dek, twee masten en zeilen en 10 à 15 roeibanken.

Met de Brigantijn van Pad: Gio: Bat: Copan di Arasti, over 19 dagen van Bosa vertrocken, werdt verstaen, dat een Barbarisse Rover, nu 20 dagen geleden, een Barcke van Sestri boven Malarghi genomen heeft, ’t welck van Bosa naer Large soude gaen, hebbende ’t Volck sig gesalveert;

(Oprechte Haerlemsche Courant, 16 april 1672)

buspoeder

Verouderde naam voor buskruit.

Dese vigoureuse Attacque gaf een groote vrees aen ’t Guarnisoen en de Burgery, invoegen die eenige Gedeputeerden uyt sonden, om te capituleren, maer zy proponeerden seer extravagante en impertinente Conditien; soo dat den Colonel Veterani aen deselve Gedeputeerden de gemaeckte Approchien in de Gracht toonde, en haer seyde, dat’er reets een Mijne geprepareert, en met 60 a 70 Balen Buspoeder was voorsien, waer door men niet alleen de Muuren, maer oock een goet gedeelte van de Stadt soude konnen doen opvliegen

(Oprechte Haerlemsche Courant, 31 oktober 1684)

campêchehout

Het kernhout met blauwzwarte kleur van de tropische boomsoort Haematoxylon campechianum L.

Notitie van de Koopmanschappen, met de Gallioenen gekomen. 7 a 800 Kisten Indigo, eer minder, als meerder. 4000 Arobe Concenilje, Een redelijke Party Sylvester en Campegiana. Weynig Campeche-Hout.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 15 oktober 1686)

chamade

Teken van overgave, teken tot onderhandelen uit een belegerde stad, door trommels, trompetten of witte vlaggen gegeven.

Soo even werdt my gesegt, dat een Expressen aen den Marquis de Louvois, die in dese Stadt is, uyt het Leger voor Camerijck is gekomen, met tydinge, dat die van gemelde Stadt desen morgen ten 5 uren de Chamade hadden geslagen, en de Stadt met Accoort overgegeven;

(Oprechte Haerlemsche Courant, 8 april 1677)

chiragra         

Jicht in de handen; handeuvel.

Den Cardinael de Fourbin kant sig tegen dat Versoeck; heeft heden de Prelaten en Ridders, die het Feest van St. Louys zijn komen bywoonen, magnifijcq getracteert, en by den Paus (welcke het gisteren wegens eenig Ongemack van het Chiragra aen den Savoyssen Resident en verscheyde andere weygerde) een lange particuliere Audientie gehad.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 15 september 1696)

commiesbrood

Het brood, vroeger ammunitiebrood geheten, dat dagelijks aan militairen wordt uitgedeeld.

Uyt het Fransse Leger zijn noch 20 Dragonders van ’t Regiment van Barbezier en gister 4 Ruyters aengekomen: dese spreecken van schaersheyt van goet Broot, en dat een bequaem vierpondig Tarw Broot een halve Daelder kost en weynig gevonden wert; en het Commis Broot van seer slecht Koorn, gelijck sy getoont hebben, gebacken.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 15 september 1696)

Bakker [bron: Rijksmuseum]

contrescherp

De bedekte weg langs de buitenzijde van de gracht, met het daarbij behorend glacis – een aardglooiing op het voorterrein van een fort, een vesting, vóór de gracht en de bedekte weg -, en vervolgens: een door een glacis gedekte ruimte buiten een vesting.

Eergisteren avont heeft sijne Doorl: den Hartogh van Lottharingen aen de zyde van den Marckgraef van Baden het Contrescherp door 4 Battailjons, als het Souchisse, Starrenbergse, Pioisse en Granisse, laten bestormen, en ’t selve oock geluckelijck verovert en gemaintineert, maer het is seer scherp toegegaen, soo dat by de 600 soo doot als gequetst zijn, zijnde niet een Opper-Officier van Oversten Luytenant ongequetst daer van gekomen, soo dat ten laetsten de Corporaels de Battailjons hebben gecommandeert

(Oprechte Haerlemsche Courant, 11 augustus 1676)

depêche

Brief van zakelijke, inzonderlijk bestuurlijke aard, verzonden op gezag van of gericht aan een overheidspersoon of officiële instantie en door zijn aard met spoed te bezorgen; officieel of ambtelijk schrijven; officiële correspondentie.

Den Heer Don Miguel de Hunera maeckt hem vaerdigh nae Vranckrijck te trecken, om aen dat Hof te gaen resideren, zijnde sijne Depeches  met den lesten Courier van Spangie gekomen.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 16 maart 1669)

detroneren

Afzetten.

Een Persiaens Coopman soude schrijven uyt sijn Lant ontfangen hebben, dat den Coning van Persien na een excessive De Bauche, 48 Jaren out en 27 geregeert hebbende, kranck geworden en overleden is; en jonge Brieven van Constantinopolen melden, dat een quantiteyt Spahis geconspireert heeft, om den Sultan te dethroneren en den Soon van Mahomet IV. tot Keyser te eleveren; maer dat sy betrapt en gestranguleert zijn.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 27 januari 1695)

doodvlek

Aangeboren rode vlek op de huid.

Tot Haerlem wert vermist een Paert en Chaise; ’t Paert een Merry, outachtig, achter belabbert, Wit en met Dootvlackjes; de Chaise Asgrau en ’t snywerk Swart, met een Ysere Bant aen de eene Boom, en een wit en root Trijpt Kussen en onder met een root Seem-Leer.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 27 mei 1690)

dragoman

Tolk bij een gezantschap of consulaat in het Oosten.

Den Dragoman Grillo, die hier aengekomen is, heeft een Paspoort mede gebracht, voor die desen Republijck als Ambassadeur aen ’t Turckse Hof wil senden; en werdt uyt alle omstandigheden vertrouwt, datter een Accoort met de Turcken sal werden gevonden.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 10 juli 1668)

envoyé (niet in WNT)

Gezant; afgevaardigde.

De twee Fransse Commandanten binnen Trier en Philipsburgh hebben ordre van den Coning van Vranckrijck bekomen, om de Contributie van dese Stadt, Spiers en Worms in te vorderen: om welck voor te komen, men een Envoyé van hier na Parijs gesonden heeft.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 5 februari 1675)

fardeel

Pak, baal, met name in toepassing op de pakken waarin sommige tropische producten aankomen.

Van den 20 December heeft men van Zalee schrijvens, dat aldaer opgebracht is het Portugees Schip de Madre de Deos ende St. Gabriel. Cap. Dómingo Franco, komende van Rio di Para naer Portugael, geladen met 300 Quintalen Cacauw, 800 Fardeelen Nagelhout, 1000 stucken Sool-Leer, een Party Huyden, &c.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 11 februari 1694)

Baal met wol [bron: Rijksmuseum]

floretgaren

Garen van de grofste zijde gesponnen, te weten zijde gesponnen van het harde binnenste van de cocon.

Brieven uyt Engelandt vanden 21 deser; maer geven alleen de Carga van de Oost-Indisse Schepen, de Succes, Anna, Loyael Subject, en Samuel en Henry, bestaende in 1373200 pont Salpeter, 33700 p. swarte Peper, 50100 p. Rijs, 24225 p. Stuck-lack, 54200p. Turmerick, 26900 p. Tincal, 15564 p. rouwe Syde, 6594 p. Florette  Garen, en voort een grote quantiteyt Lywaten.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 27 augustus 1675)

gasterij

Overvloedig, weelderig gastmaal; feestmaal, banket; slempmaal, braspartij.

Gisteren heeft den Heer Romer, Hollandsen Resident, hier dapper geviert en een Gastery gehouden over de Vrede.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 12 april 1674)

gelubde                          

Gsnedene, iem. die ontmand, van teelkracht beroofd, gelubd is.

Wyders was aldaer een Gelubde gespitst, om dat hy aen een van de Sultanes of Vrouwen van den Grooten Heer, die over hem geklaegt hadde, weynig respect hadde toegedragen, zijnde hy also ten exempel van andere gestraft:

(Oprechte Haerlemsche Courant, 24 januari 1679)

gemoeder

De vrouw die een kind ten doop heft, de doopmoeder; in betrekking tot den doopvader en tot de ouders van het kind.

Den Heer Erizzo, Ambassadeur van Venetien, vertreckt toekomende Weeck naer Fontainebleau tot het laten dopen van sijne jonggebore Dochter, over dewelcke sijn Majesteyt Gevader en Madame Gemoeder sullen wesen:

(Oprechte Haerlemsche Courant, 6 oktober 1695)

gevader

De man die een kind ten doop heft, de doopvader, de peet; in betrekking tot de doopmoeder en tot de ouders van het kind.

Den Brandenburgsen Afgesant, den Heer Groseck, is sijn Majesteyt nae Elsenborgh gevolght, alwaer sijn Af-scheyt sal nemen en voort vertrecken, mede nemende voor den Brandenburgsen Prins, daer over den Coningh voor Gevader heeft gestaen, een Geschenck, zijnde sijn Majesteyts Af-beeltsel, omset met Diamanten, geschat op 4000 Rijckxdaelders, en is self met een Goude Kettingh vereert.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 6 oktober 1695)

gravamen

Ernstig bezwaar; bedenking.

De Cosackse Ghesanten hebben op haere klachten en Gravaminaes, raeckende de Vryheden van ’t Geestelijck en Wereltlijck, seer goede toe-seggingen ontfanghen, en dat men haere saecken omtrent de Krooninghe sal aldoen;

(Oprechte Haerlemsche Courant, 17 augustus 1669)

graveel

Benaming voor het kalkachtig gruis dat zich bij sommige personen in de nieren en de blaas vormt en met het water geloosd wordt.

Ook verdryft het Hair- en Dou-worm, Melaetsheyt of Lazery, Jicht, breekt de Steen en Graveel sonder pijn of smert, allerley Koortsen en Ongesontheden, die ’t Menschelijk Lichaem overkomen; ook de Gescheurtheyt, Rode of Graeuwe Loop, veele soort van Blintheyt, Doofheyt, pijn in de Lenden en in ’t Hooft: het doet de Memorie verstercken en is goet voor alle teeringachtige en vallende Sieckte.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 19 oktober 1688)

haardstedengeld

Geld, verschuldigd wegens een haardstede of wegens elk van de in een woning aanwezige haardsteden. Vroeger de naam van een belasting waarvoor het aantal haardsteden de grondslag vormde.

Op Gisteren is by ’t Lager-huys ghelast de Bil in te stellen tegens d’aenwas van de Papery; en wierdt by ’t selve geappointteert een Committe tot het prepareren van een Bil, tot reguleeringh van de Collecten van ’t Haertstede-Gelt

(Oprechte Haerlemsche Courant, 21 maart 1671)

Hakkebord [bron: Rijksmuseum]

hakkebord

Een naam voor het met snijwerk versierde bovenste gedeelte van het achterschip; in eene jongere opvatting meer bepaald voor: de versierde bovenlijst van het achterschip.

De Brieven van Marsilien melden, dat onder d’Eylanden van Hieres een Scheepje, van ’t welcke het Hackebord en andere Stucken waren komen aendrijven, verongeluckt is: Men wist noch de Naem niet.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 6 oktober 1695)

harangeren (niet in WNT)

Een toespraak, een redevoering houden.

Op voorleden Saterdagh harangueerde den Coadjuteur d’Harle den Coningh uyt den naem van de Vergadering van ’t Clerge, aengaende de saecken van de Religie, met verwonderingh van ’t geheele Hof.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 29 augustus 1675)

harpuis     

Een stof, gebezigd tot het besmeren van de rondhouten der schepen, en bestaande uit harpuis – een soort hars – met andere stoffen (lijnolie en vet) te zamen gekookt.

Een Scheepje met Harpuys geladen, hier t’huys hoorende, komende door het Canael, verstaet men van de Engelse genomen te zijn.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 26 oktober 1666)

heiduk        

Lichtgewapende Hongaarse soldaat; lijfknecht in Hongaarse klederdracht.

Den Keyserlijcken Ambassadeur heeft den Kamerling, tot nu toe by hem in Arrest gehouden, met desselfs Vrou naer Napels aen den Vicerby gesonden; en men spreeckt, dat hy aen den Paus meent te laten weten, dat hy sijne kleyne Wacht van Heyducken sal afdancken, om aen den Franssen Ambassadeur tot het aennemen van Overalpisch Volck geen gelegentheyt te geven

(Oprechte Haerlemsche Courant, 22 augustus 1699)

hond

De […] naam van een, niet in alle streken even grote vlaktemaat, doch gemeenlijk de naam voor (het zesde deel van een Rijnlandse morgen): honderd vierkante roeden.

Noch 30 Morgen extraordinair schoon Wey en Warmoeslant, daer by, om en aen gelegen; als mede een extraordinair vermakelijk welgebout Heeren Huys en Hofstadt, met Tuynen, Vyver, Cingels, Lanen, Stallinge, Koetshuys en Tuynmans Woninge, en daer in begrepen een stukje van 7 Hont Warmoeslant, gelegen onder Wassenaer en t’samen omtrent 5 Morgen

(Oprechte Haerlemsche Courant, 17 februari 1693)

hoornbeest

Hoorndragend dier, bepaaldelijk: rund, koebeest.

De Partyen, die van hier zijn uytgeweest, zijn soo veel, dat te langh soude zijn te verhaelen; onder andere is eene, die in Ceuls-landt in het Dorp Blaetze verscheyde Huysen heeft doen afbranden, en wel 30 Hoorn-Beesten  met 8 Paerden mede gebracht, die sedert by de Trompet verkocht zijn

(Oprechte Haerlemsche Courant, 15 oktober 1672)

influeren

Vastleggen, stipuleeren; opnemen.

Om de voorslag van het veranderen van den Twintigjarigen Treves in een Eeuwigen Vrede te smakelijker aen den Paus te maken, wil men, dat onsen Ambassadeur in sijne Propositie heeft laten influeren, dat het selve in de Landen, die hoop hebben, na ’t expireren van den Treves weder in Euangelische handen te vallen, de Roomsse Kerck veel voordeel soude toebrengen.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 18 februari 1687)

Legerkamp [bron: Rijksmuseum]

kamperen

Soldaten (troepen) een kamp doen betrekken, in een kamp doen legeren.

Men blijft noch by de resolutie van eenigh Volck in ’t opene Velt te doen campeeren, voor de reste van de Somer, terwijl sal beraemt worden, waer dan die best sullen ingequartiert worden.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 9 augustus 1668)

kapotteren

Dood maken (ombrengen; ter dood brengen; vermoorden).

Van Constantinopolen heeft men tydinge van een merckelijcke Nederlaeg, die de Turcken tegen de Moscoviters hebben geleden, daer over den Grooten Heer seer ontstelt, en sodanig gestoort wiert op den Primo Visir, dat hy hem aenstonts soude hebben doen capotteren, ten waer de Mignon van den Grooten Heer sigh daer tusschen had gestelt;

(Oprechte Haerlemsche Courant, 14 september 1679)

karkas

De naam van een soort van brandbommen of -kogels: een uit een paar ijzeren banden of hoepels bestaand geraamte, met geteerd linnen overtrokken en gevuld met brandmiddelen en projectielen.

Twee Zeeussche Fregatten (waer onder dat van Cap. Pieter Meyster soude wesen) zijn tot St. Anthony gearriveert; medebrengende 3 Fransse Prijsen, een met Wijn, een met swart Sout en de derde een kloecke Fluyt, 250 Vat groot, geladen met Kogels, Carcassen, Mortieren, Lonten en 70 Metale Stucken Canon, van Rochefort na Brest vertrocken en de Lading voor de Frasse Oorlogschepen geordonneert

(Oprechte Haerlemsche Courant, 11 februari 1694)

keetvrouw

Vrouw die de huishouding doet in een keet, polderkeet; veelal de vrouw van de putbaas bij wie de polderwerkers in de kost zijn.

Anna de Vries, Keetvrouw tot Muyden aen de Weeseperpoort, praesenteert de Sack Out wit Sout voor 60 Stuyvers Contant: De Kopers kunnen met een Stuyver Vracht van de Sack door de Veerman op Amsterdam gedient werden: Die genegen is, te kopen, sal eygen Sacken medebrengen of tot versekering 6 Stuyvers voor yder Sack te pant laten.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 18 september 1696)

kolenhaler

Een schip of schipper die om kolen vaart.

Omtrent hondert Koolhaelders vertrocken onder Convoy van de Fregatten de Meermin, Richmond ende Portsmouth den 18 ende 19 van Newcastle: De Richmond, siende, dat een Kaper een der Koolhaelders  weghsleepte, joeg hem na, hernam de Prijs en brachtse in de Haven van Jarmouth

(Oprechte Haerlemsche Courant, 19 december 1690)

Walvistraankokerij [bron Rijksmuseum]

kwarteel

Benaming van zekere maten voor droge en natte waren, en van vaten die zulke maten inhouden. In het bijzonder een vat voor walvisspek en -traan.

De Declaratie van de Wijn behelst de nette Prijs, die deselve sal mogen gelden, dat is de Canari-Wijnen van Alicanten, in ’t groot niet hooger sullen mogen werden verkocht als tot 36 Ponden Sterlinghs de Pijp, en 12 Penningen de Pint, en de rest na advenant, de Spaensse Wijnen, genaamt Sec, tot 32 Ponden de Pijp en 12 Penningen de Pint, de Fransse Wijnen tot 26 Ponden ’t Vat en 12 Penningen het Quarteel, en de Rijnsse Wijnen tot 10 Ponden Sterlinghs het Aem, en 18 Penningen het Quarteel, &c.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 16 april 1671)

latiteren

(Zich) verbergen, schuilhouden. Van of met betrekking tot personen die gerechtelijke vervolging ondergaan of hiervoor vrezen. 

Saturdagh heeft men ruym 300 Geschriften, genaemt 6 Papieren van Dr. Burnet ende wesende Antwoorden op ’s Conings Proclamatie voor de Vryheyt en Conscientie, aengehaelt: de Herdrucker latiteert, maer wert vlijtig gesocht.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 11 december 1687)

lorrendraaier

Iemand die ongeoorloofde handel drijft, smokkelaar, sluikhandelaar, enz.

Capit: Loncke, hier op de Brantwacht leggende, heeft op heden opgesonden twee Smacken, geladen met Wijn en Brandewijn, komende van Duynkercken, ende, soo voorgeven, wilde nae Hamburg; maer men hout, dat het Lorrendrayers zijn, sullen naeder ondersocht werden.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 30 april 1672)

maniëren

Beslissen hoe het genoemde zijn beslag dient te krijgen; bepalen.

’t Gerucht, ’t geen sommige uytstroyen, als of een considerabele Somme Gelts, by eenige op 6 Millioenen begroot, uyt Vranckrijck na Polen gesonden soude zijn, wert niet gelooft, aengesien de Wisselaers, die dat Werck maniëren mosten, niets daer van weten.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 24 februari 1688)

marodeur

Soldaaten die op het platteland uit stelen gaat.

Onse Kroons Militie heeft een sware Ontmoeting moeten uytstaen, even nae dat sy ingevolge van d’Ordre van haren Veltheer van Monasteriz naer Podaize opgebroocken was; want de rontom swevende Tartaren, dewelcke van de Swackte en van de Bewegingen der Poolen kennis hadden en in het gemeen op 50000 Man begroot werden, quamen den 8 met hun gantsche Macht soo hevig d’onse op het Lijf vallen, dat sy ’s avonts met groote moeyte de Voorstad van Podaize bereyckten; doch de Marodeurs verstroyt en door de Vyanden ter neder gemaeckt of gevangen genomen wierden

(Oprechte Haerlemsche Courant, 11 oktober 1698)

malmole

Benaming voor een soort van Indisch mousseline: hind. malmal, eng. mulmull, fr. malle-molle.

1000 ps. Seyldoeck. 151 ps. Bengaelse Armosijn. 150 ps. Bengaelse Longrys. 11150 pont Catoene Garen. 24130 p. Sappanhout. 136000 p. Salpeter. 47100 p. Chiams Tin. 100 p. Douriallen. 200 p. Chitter. 13 Kassen Malda. 7 ps. Mallemolens. 24341 p. Suycker. 161080 catty Peper.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 31 augustus 1675)

moernagel

Kruidnagel die zijn volkomen rijpheid bijna verkregen heeft. 

3147584 Pont bruyne Peper. 75117 p. witte Peper. 1640600 p. Salpeter. 241029 p. Sapanhout. 158774 p. Foulie. 2240 p. Moernagelen.  20 Potjes geconfijte Nagelen. 329 p. Oly van Noten in Koecken. 179 p. Vogelnesjes. 329 p. Draeckenbloet.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 4 oktober 1692)

mompeling    

Gerucht, praatjes.

Daer is hier eenige mompeling, dat het Deensse Desseyn wel op Gottenburgh mochte leggen, ’t welck soo zijnde, de Sweden wel een groote diversie voor Christiaen-stadt soude maecken; dan dit zijn noch maer gissingen

(Oprechte Haerlemsche Courant, 3 mei 1678)

montering

De uitrusting van een soldaat, meer bepaald de kleding, en soms alleen de uniformrok.

Gister hebben de Fransse hare Ruytery en Dragonders by Haslingen gemonstert en schatten se op 5000 Man; op dat het getal te grooter soude schijnen, mosten de Ruyters en Dragonders, welcke te Hunningen leggen, by het gecampeerde Volck verschijnen: Veele lopen dagelijcks over, sommige met volle Montering  en andere, sonder iets by haer te hebben

(Oprechte Haerlemsche Courant, 10 juni 1690)

Gehavend schip [bron: Rijksmuseum]

negenmannetje

In vroeger tijd een geldstukje ter waarde van een duit, of 1/2 oordje, of 9 mijten, zodat manneken in dit woord wellicht met mijt synoniem is.

De Staten van Brabant, zijnde door sijn Excellentie by een geroepen, om over de Gelt-middelen, die in dese tegenwoordige conjuncture ten hoogsten van nooden zijn, te delibereren, hebben geen beter konnen uytvinden, als een Negemanneken op yder Kanne Bier te stellen

(Oprechte Haerlemsche Courant, 4 april 1669)

ontrampeneren      

Havenen, inzonderheid gezegd van schepen en hun tuig.

den Engels-man heeft hem al sijn Rinckelwerck af-geschoten, en groote schade in sijn Want, zeylen en Touwen gedaen: in tegendeel hadden die van ’t Schip de Luypaert altoos in’ thart van ’t Engels Schip geschoten, waer door het selve dapper ontramponeert was, en veel Volckx af-gheschoten, want het Bloet te Spij-gaten uyt-liep

(Oprechte Haerlemsche Courant, 1 september 1665)

obstakeling (niet in WNT)

Datgene wat (diegene die) hindert bij een handeling, bij de uitvoering van een taak of voornemen, bij het behalen van een resultaat; hinderpaal, belemmering, beletsel.

Den Coningh heeft, ter oorsaecke van het quade We’er en bittere Koude, sijne Reyse van hier uytgestelt tot den 8 February; maer sal dan sekerlijck voort gaen, alsoo sijn Majest: vastelijck heeft beslooten de voltreckingh van desselfs Huwelijck te verhaesten, schoon de veelvuldige obstakelingen, die by eenige daer tegens werden aengewent.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 8 februari 1670)

overoudvaderlijk

Eigen aan, afkomstig van iemands overgrootvader.

De Meublen, bewegende Goederen, overoutvaderlijcke Servicen, Registers, Ornamenten en Kleynodien nevens het geene, dat sijn Vrou Moeder privatelijck in het Graefschap Benthem beseten heeft, en, wat hun dese drie verlope Jaren minder, als het AEquivalent, gelevert is, deugdelijck vergoet

(Oprechte Haerlemsche Courant, 28 april 1696)

paskwil 

Schimpdicht, schotschrift, of beledigende spotternij in woord of beeld.

Also in den voorleden Jare 1675. alhier in den Hage was uytgestroyt seecker gedruckt Pasquil tegens Abraham van Hoochbrugh, Procureur voor desen Hove, ende die van sijne Familie: ende dat daer over aen den Advocaet Guilliaem vander Meer eenige communatoire Brieven waren geschreven, mede brengende, dat hy ’t selve Pasquil gemaeckt soude hebben, met bedreyginge, van hem daer over het Leven te benemen

(Oprechte Haerlemsche Courant, 18 februari 1676)

Bontwerk [bron: Rijksmuseum]

pelterij

Pelswerk, bontwerk, als algemene naam voor de vellen van verschillende dieren, met het haar toebereid en tot allerlei doeleinden gebruikt, inzonderheid tot het maken of het voeren van kledingstukken.

2 Kapers van St. Malo hebben genomen en opgebracht een Nieu Schip van Boston, groot 280 Vat, geladen met 200 Vaten rauwe Suyker, 269 Oxhoofden Syroop, eenige Vaten Walvis-Traen, wat Peltery, 80000 p. Campechichout, 36000 p. Brasilienhout en eenig Gout-Poeder, t’samen 100000 Guldens waerdig geacht

(Oprechte Haerlemsche Courant, 9 augustus 1696)

pillegift         

Geschenk aan jonggeboren kinderen of hun ouders door de doopheffers geschonken bij gelegenheid van de doop. 

Den Chevallier de Bethune werdt nae Portugael gesonden, met een Pillegift van 300000 Gulden aen de nieuw gebooren Princesse

(Oprechte Haerlemsche Courant, 7 februari 1669)

pilorie

Zeker strafwerktuig bij de oude rechtspleging: een houten gestel, bestaande uit twee beweegbare stukken, welke te zamen gevoegd gaten openlieten, waardoor het hoofd en de handen van de misdadiger heenkwamen, die op deze wijze op een pilaar of voetstuk te pronk gesteld en aan de spot en belediging van het volk werd prijsgegeven.

Mr. Venable, eenige valsche Conterfeytsels verkocht hebbende, is in 300 Ponden, en 5 mael in de Pillory te staen, gecondemneert, als tot Tunbridge, Westmunster, Bramley, Maidstone en Seavenoake, als zijnde de Plaetsen, waer hy die verkocht heeft.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 16 december 1683)

plenipotentiaris

Afgezant van een regeerend persoon (of personen) die volmacht heeft, hetzij om bij bepaalde onderhandelingen (b.v. over een vrede of een verdrag) voor hem (hen) op te treden, hetzij hem (hen) voor langeren tijd in een vreemd land te vertegenwoordigen; bij een gezantschap in rang volgend op gezant of ambassadeur. Gevolmachtigd minister. 

De Spaensse Post heeft, so men segt, aen den Grave van Tirimont de Caracter van tweede Plenipotentiaris van Maj. op de Vredehandeling medegebracht: Dese keur wert om ’s Grave uytmuntende Bequaemheden, ten uyttersten geapplaudeert

(Oprechte Haerlemsche Courant, 1 december 1696)

podagra

Soort van jicht die zich openbaart door een hevige pijn in den voet, vooral in het gewricht tusschen middelvoetsbeentje en grooten teen. De kwaal ontstaat door een ophooping van urinezuur in dat gewricht. Soms wordt de naam ook gebezigd voor een soortgelijk euvel in de hand, hoewel het in de omgangstaal geheel onbekende chiragra daarvoor juister benaming is.

Laurens Alard, woonachtig tot Amsterdam, op de Cingel, nevens d’Appel-Marckt, ’t vierde Huys van de twee Vercken-slagers, geneest onfeylbaer binnen 12 a 14 dagen het Flerecijn of Podagra, hoe verout het selve soude mogen zijn, met een klare aengename Bloet-suyverende Dranck, 23 Glaesjes daegs daer van ingenomen, sonder dat de Patient de minste alteratie ter werelt daer van heeft

(Oprechte Haerlemsche Courant, 30 november 1679)

poltron

Lummel, vlegel; misschien ook is bedoeld lafaard.

Den Mareschal de Crequi hier gekomen zijnde, heeft den Keurvorst gepermitteert gehad binnen de Kerck te gaen: de selve heeft in de disordre tot Trier weynigh mededogen over de sijne betoont, wanneer eenige door de Geallieerde neder gemaeckt wierden, seggende dat het maer Schelmen en Poltrons waren, die men niet te hart konde tracteren

(Oprechte Haerlemsche Courant, 21 september 1675)

ponjaarderen

Met een ponjaard [‘korte, puntige degen; dolk’] kwetsen, doorsteken.

Maffei, den Camerlingh van den Heer Frederick Cornaro, hem geoffenceert vindende, om een Bastonnade, heeft een Braef omgekocht, die, de gelegentheydt waernemende, dat den gemelden Cornaro uyt een Gondel trad, meynde hem te ponjardeeren; doch gheraeckte maer een weynigh aen sijn zijde, en geholpen zijnde van ’t volck van den Gondel, kregen den handtdadige vast, die voort sijn Meester heeft bekent.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 8 september 1665)

prijs

Buitgemaakt schip.

De Brieven van Zeelandt zijn seer out, en brengen weynigh veranderingh. Passagiers, na de Brieven, van daer gekomen, melden, dat een Commissie-vaerder, die daer was binnen ghekomen, met twee Prijsen, het eene een Fluyt- Schip, en ’t ander een Kits.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 10 maart 1665)

reduit

Binnenwerk waarop de verdedigers zich kunnen terugtrekken, bij vestingen meestal in de vorm van een lage ronde toren, bij veldversterkingen in die van een vierkant blokhuis.

Den Prince van Condé leyt met sijn Armee gecampeert tusschen Kettenholtz en Sletstad, soodanigh verschanst en met Reduyten voorsien, dat deselve niet te genaecken is.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 14 september 1675)

Verdedigingswal [bron: Rijksmuseum]

retranchement

Uitgegraven verschansing in het open veld, veldschans.

dog aenstonds deede ik den Heer van Ouwerkerk marcheren door Winck na Nevel, regt op Gent, terwyle dat wy met de Infanterye over langs het Retranchement afsakten, daer uyt gingen, en den weg na Woutergem insloegen:

(Oprechte Haerlemsche Courant, 23 juli 1695)

reverteren

Wederkeren, terugkomen.

Soo even komen de Engelsse Brieven van den 17 deser, meldende, dat de Koningin tot Londen gereverteert was, en den Koning en ’t gantsche Hof’s anderendaegs verwacht wiert: na eenige weynige dagen verblijf aldaer, stont het selve na Windsor te vertrecken.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 21 april 1682)

rijfelaar

Dobbelaar.

Burgemeesteren en Regeerders der Stad Edam notificeren by desen, dat sy op haer aenstaende Jaermarckt, die wesen sal den 7 October, 1691, niet sullen admitteren eenige Commoedianten, Koordedanssers, Marionetten, Rijffelaers, Draeyborden ofte eenige andere Speelen.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 25 september 1691)

rosbaar

Een draagkoets of draagzetel, draagstoel, door paarden (muilezels) of ook door mannen gedragen, en bovendien ook een draagbed of draagbaar waarop het lijk van een vorst of ander hooggeplaatst persoon wordt vervoerd.

Sijne Doorl. Prins Herman van Baden onpasselijck zijnde, heeft sigh in een Rosbaer na Baden laten voeren, en het Commando aen den Heere Grave van Arck, den Heere Gen. Wachtmeester Berlips, en den Heere Grave van Mansfelt overgegeven.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 3 december 1678)

saai

Zekere lichte, gekeperde wollen stof: gekeperde kamelot of wollen grein.

Daer is zedert den 29 en 30 December vermist een gepackte Kas, gemerckt R. en No. 3. van Amsterdam op Swol en over Bremen op Hamburg ingescheept, daer in zijn Leydse Pletsen, Sayen en Katoene Linten

(Oprechte Haerlemsche Courant, 23 maart 1683)

sluikerij

Smokkelarij, ontduiken van een belasting.  

Aen de Heeren haer Hoog Mog. Gedeputeerden tot de Saken van de Zee en de Gecommitteerden ter Admiraliteyt, die heden hare Conferentien gecontinueert hebben, heeft men een Project tot het volkomen weeren van de Sluykeryen der verbode Fransse Waren door een Praemie aen d’Aenbrengers overgegeven.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 3 juni 1690)

smaadprent (niet in WNT)

Prent, inzonderheid publiek gemaakte prent, waarin iemand opzettelijk smaad wordt aangedaan.

Op ’t Tafeltje, op ’t welcke hy de Papieren, die hem ter hant gestelt werden, nederlegt, vont men deser dagen een, in ’t welcke de Schrijver veele slinckse Handelingen, Konstenaryen en aerdige Misleydingen van de Werveldraeyers van het Hof met d’omstandigheden van Jaer, Dag, Hoedanigheyt en Plaets voordraegt; en aen ’t Quirinael is een Smaet-Prent aengeplakt met de Beeltenis van den Paus, op een Bertie door 2 Ossen voortgetrocken, en by deselve de 3 Catdinalen van het Paleys, Spada en Albano, mede onder ’t Jock en d’Ossen helpende, en Panciatici, wat achterwaerts met een Prickel d’Ossen voortdrijvende.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 29 oktober 1695)

smak

Schip voor de kustvaart, van de vorm van een tjalk, met een grote en een kleine mast en zwaarden.

Daer op gisteren gevolght is, dat de Sweden een Deens Schip en 2 a 3 Hollandse Smacken met Haringh genomen ende tot Staden opgebracht hebben:

(Oprechte Haerlemsche Courant, 29 augustus 1675)

snippeling

Geconfijt reepje schil van een oranjeappel, sinaasappel of citroen; snipper.

Hy verkoopt ook geconfyte Oranjen in Quarto, bequaem soo tot Snippeling, Cantaliseeren als anders, alles tot een seer civile prys.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 9 juni 1693)

Vrouw met citroen [bron: Rijksmuseum]

snoeien

Vooral met gouden of zilveren munten tot voorwerp: er aan den rand iets afsnijden (zie geldsnoeier).

Saturdag approbeerden de Lords met eenige Verbeteringen de Bil tegen moeyelijcke Quellagien en ontfingen van de Goutsmeden een Petitie tegens de Bil wegens het snoeyen van het Gelt.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 4 mei 1694)

soufflet

Oorvijg.

Aenstaende Saturdag sal een Corsisch Soldaet, overtuygt, van sijn Vader, om een Soufflet, die hy van hem gekregen had, met een Musquet doorschoten te hebben, gestraft werden.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 26 juli 1685)

sterrenbos

Bos doorsneden door straalsgewijze van een middelpunt uitgaande lanen.

Op Woensdag, den 12 February, sal men in ’s Gravenhage in de Castelenye van den Hove van Hollant verkopen een schoone aensienelijke Hofstede, genaemt Gruysbeeck, gelegen even buyten den Dorpe van Rijswijck, tegen over het Konincklijcke Huys; voorsien van een extraordinaris treffelijck Gebou, met een Toorn, daer op staende, met een schoon sterck Schaelijdack en veel deftige Vertrecken en Gemacken; mitsgaders een vrye Swaenendrift, oock Koetshuys en Paerdestal, een Thuynmanshuys; mitsgaders Schuuren, Bargen, Thuynen, Bogaerden, Cingels, Lanen, een schoon playsant Sterrebosch en verscheyde Vyvers, groot 6 Morgen 3 Hont, &c.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 4 februari 1698)

stok

Recht en doorgaans rolrond (althans niet plat) stuk hout […], niet te groot om te hanteren. Met of bij de stok verkopen, als vorm bij een openbare verkoping.

Op Saturdag, den 18 Augusti, sal men in ’t openbaer by de Stock tot Ter Veere in de Herberg den Toorn ’s Morgens ten 10 uuren praecijs verkopen een Party van 78 à 82000 Pont puycks puyck Senegaelse Gomme met omtrent 3000 Pont Oliphants Tanden en wat droge Huyden.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 4 augustus 1696)

stom                 

Wijn die niet gegist heeft, doordat er zwavel aan toe is gevoegd, in navolging van fr. vin muet.

daer waren 2 prysen op gebraght, als de Goude kop van Rotterdam geladen met Wijn en Stom, en de Fenix van Riga, geladen tot Bourdeaux voor Hollanders.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 29 januari 1667)

straatschender

Iemand die wegen onveilig maakt, straatrover, bandiet.

Nae de afschrickelijcke Actie, op de Kerck-wegh nae Vaels, hebben dese Straetschenders noch ontmoet een Karre, komende uyt het Bosch, waer op seeckere Schilders Vrouw van Limburch sat, hebbende tot Convoy by haer 4 Soldaten; doch des onaengesien, hebben deselve aengherant, gants uytgetrocken, en twee Koffers by haer zijnde, open geslagen en t’eenemael uytgeplondert

(Oprechte Haerlemsche Courant, 24 september 1669)

Bijbeltje met zilveren sloten [bron: Rijksmuseum]

testamentje

In het bijzonder wordt met testament het Nieuwe Testament bedoeld; zo is een testamentje in gebruik voor een kerkboekje dat het N.T., eventueel met berijmde psalmen en gezangen, Heidelbergse Catechismus en Formulieren van enigheid, bevat.

Hy heeft nevens eenig Gelt gestolen: 1 Testamentje van Schildpad met Gout beslagen: 1 Goude Beugeltasse: 1 Goude Ketting met platte Schacheltjes: 1 Coralleyne Braselette in Gout geset: 1 Goude Hairnaelt: 1 Silver Horologie, by Tray tot Rotterdam gemaeckt: 2 Silvere Lepels: 2 Vorcken en noch eenige Kleynigheden

(Oprechte Haerlemsche Courant, 22 november 1696)

tranchee     

In het krijgswezen: loopgraaf; ook: door ophoging ter weerszijden, bijvoorbeeld door middel van rotsblokken, zandzakken enz., ontstane gang.

de Spaense Soldaten hebben boven alle andere uytgemunt; speciael in ’t maecken van een Werck teghen de Franse, meer als 200 Passen buyten, alwaer d’onse een so hoog Werck opgeworpen hadden, als de Wallen van dese Stadt; invoegen, dat, na dat den Vyandt nu 2 dagen de Trencheen hadde geopent, niet en hadde konnen winnen.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 11 augustus 1667)

troostbazuin (niet in WNT)

Naam voor een soort van blaasinstrumenten van zeer krachtige klank, in verschillende vormen in gebruik bij allerlei volken, en in onze taal in het bijzonder bekend door de bijbelvertaling.

Tot Amsterdam, by Daniel vanden Dalen, Boeckverkooper in de Hasselaer-steegh, wordt uytgegeven: Simonis Oomius Troost-Basuyne, geblasen tot aenmoediginge van alle bekommerde Ingesetenen in het Vereenigde Nederlandt, op seeckere gronden van hope, dat sy noch eens eyndelijck, door de Rechter-handt des Heeren, alle swarigheden ontworstelen, en uyt hare vernederinge, verhooght sullen worden.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 14 oktober 1673)

uitschot

Groep van mannen die vroeger op last van de landsregering door de plaatselijke (stedelijke en plattelands-)overheden uit de bevolking uitgekozen en voor krijgsdienst aangenomen werden. 

Den Bisschop van Munster heeft zijn Uytschot gemonstert, en den Grave van Bentem by hem ontboden, die eenig Volck uyt het Neder-Graefschap heeft opontboden.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 4 februari 1672)

uitstrooien

Rondvertellen, overal bekend maken, overal openbaren.

Men heeft hier uytgestroyt, dat de St. Patrick weder hernomen was door twee van onse Fregatten, maer men heeft geen vervolgh daer van bekomen.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 5 maart 1667)

Ketting als versperring [bron: Rijksmuseum]

verhouwing

Fortificatie, versterkende versperring.

De Fransse Intendant tot Montroyael, la Goupilliere, heeft aen d’inwoonders t’Arweiler, Aderau, Aldenau en langs d’Ahr op poene van de Brant bevolen, de verhouwe Passen en Bossen t’openen; sy door Gedeputeerden aen hem laten remonstreren, het selve, wijl de Verhouwing  door ordre der Geallieerden geschiet is, niet te durven bestaen, en hy haer geantwoort, dat sy hare beste Saken in seeckerheyt konnen brengen, want dat van de Somer veel daer omtrent te doen sal vallen.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 31 maart 1691)

verwulfsel

Hol-gebogen overdekking van een ruimte, bepaaldelijk als specifieke metselconstructie, maar soms ook van hout; gewelfde zoldering; gewelf.

De 100 Mannen, tot besetting van ons Slot uyt het Leger der Geallieerden herwaerts gesonden, moeten sig in de Verwulfsels, wijl al het overige geruineert is, onthouden ende sullen daer door veel werck hebben, eer sy sig in die Staet stellen, dat sy tegen een Overrompeling secuur zijn.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 26 september 1693)

vluchten

Bergen, elders in veiligheid brengen.

Den jongsten Soone van den tegenwoordigen Prince de Ligne was mede op het Casteel; doch is door de Fransse niet gemoeyt; maer het Goet, door de Boeren derwaerts gevlucht, gestolen.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 17 mei 1696)

voordeftig

Van personen: zeer verheven; zeer aanzienlijk, zeer voornaam; voortreffelijk.

Oock is op nieu wederom herdruckt en by deselve te bekomen: De Kennisse der Waerheyt na de Godsaligheyt, in voordeftige Predicatien over uytgelese Plaetsen des O. en N. Testaments, &c., door den hooggeleerden en wijdberoemden Heer Willem Momma, zalr., gewese Predikant en Opper-Leermeester der Heylige Godgeleertheyt, &c. tot Middelburg.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 4 september 1696)

vuurroer

Geweer dat door middel van een vuurslot afgeschoten werd (tegenover een lontroer).

En op den selven Dagh was sijn Majest: de Reviere op, om ’t Divertissement van ’t schieten met het Vierroer te genieten, en quam ten 12 uren weder te rugge.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 22 augustus 1671)

Vuurroer [bron: Rijksmuseum]

vuurwerk

Als verzamelnaam voor voorwerpen of, met meervoud, een enkel voorwerp gevuld met ontploffende, brandbare of lichtgevende stoffen die (dat) in de oorlog voor het ontsteken van ladingen (buizen, lonten, slaghoedjes), tot brandstichting (brandkogels, brandgranaten), tot verlichting (pekkransen, flambouwen) of tot het geven van seinen (blikvuren, alarmstangen) worden (wordt) gebruikt (zie ook vuurwerker).

Den 14, 15 en 16 deser zijn de drie Armeen, te weten, de Keysersse, Brandenburgse en de Lottharinghse, te samen, soo men hier seght, 52000 Man sterck, met veel Canon, Mortieren en Vierwercken, tot Costheym over de twee Bruggen de Meyn gepasseert; sy willen haestigh nae beneden, hebbende hare Krancken, die omtrent 400 zijn, tot Costheym achter gelaten.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 27 december 1672)

winterkwartier

Verblijfplaats van een leger of legereenheden gedurende de winter. 

De Fransse, hebbende Aelst, Ninove en Gramont gedemanteleert, hebben te Halewijn by Comene, twee ende half uur van Yperen, 2 Bruggen over de Revier de Ley geslagen; waer mede men gelooft sy nu in ’t Winter Quartier gaen sullen.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 22 september 1667)

zeilree            

Gereed om uit te zeilen; zeilklaar.

De Heeren, tot Visitatie der Schepen, in Tessel zeylrede leggende, zijn derwaerts vertrocken; sulcx dat de Convoyers na Cadix en Straetwaert in met den eersten staen uyt te lopen.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 6 juli 1688)

zinking

Ten gevolge van het neerkomen of zinken van bepaalde kwade humeuren of vochten uit de hersenen op een deel van het menselijk of dierlijk, waardoor dat deel volgens de oude medische voorstelling door een ziekte wordt aangedaan.

Den Cardinael Leopoldus hebbende ondervonden, dat de Lucht hem schadelijck was aen de groote sinckinge op sijn Lincker Oogh, ’t welck byna uytgeweest is, heeft sigh niet nae de Baden van St. Castiano derven begeven; maer gelast het Water van daer herwaerts te brengen, om dat d’aenstaende Weeck te gebruycken, volgens de voorschrijvinge van de Medicijns.

(Oprechte Haerlemsche Courant, 15 oktober 1671)

zoetelaar

Kleinhandelaar in levensmiddelen die als venter, vaak ook als gaarkok, manschappen van legers, scheepsbemanningen, polderarbeiders e.d. voorziet van proviand en drank. 

By Waerschouwinge van haer Hoog Mog: is bekent gemaeckt, hoe by den Hartogh van Villa Hermosa vryheyt is gegeven, dat alle de Vivres en Levens-middelen, die de Soetelaers uyt dese Landen voeren, omme geconsumeert te werden by het Leger, vry en sonder het inkomende Recht in de Spaensse Nederlanden te betalen, directe derwaerts sullen mogen werden gebracht, mits dat een Paspoort hebben van Sijn Hoogheyt of den Heere Grave van Waldeck

(Oprechte Haerlemsche Courant, 13 juni 1675)

Met dank aan vrijwilligers Henriëtte Bollee, Willem Eikelboom, René Kurpershoek, Leena Määttänen, Huib Neven en Herman Wiltink voor het aanleveren van bijzondere zeventiende-eeuwse woorden.