Categorieën
Grammaticasafari

De of het deksel?

Wat is het juiste lidwoord?

Het deksel?’ klonk het van de week vol ongeloof bij ons thuis. ‘Dat kan echt niet, het is de deksel!’ Maar zo stond het toch echt in Harry Potter, dat we aan het voorlezen waren: het deksel. Helemaal fout, volgens de kinderen.

Bij veruit de meeste zelfstandige naamwoorden bestaat er geen enkele twijfel over het juiste lidwoord: het is de tafel, de lucht, de tekening en het boek, het net, het vaatwastablet. Toch is het niet moeilijk om, net als deksel, zo een aantal woorden te noemen waar de keuze niet gelijk duidelijk is. Bijvoorbeeld (we laten woorden waarbij er een betekenisverschil is, zoals de/het bal hier buiten beschouwing):

  • krat
  • doolhof
  • paper
  • eigendom
  • display
  • modem
  • mechaniek
  • liniaal

Het notebook

Van de woorden die we uit het Engels hebben overgenomen is het niet zo vreemd dat er soms onduidelijkheid bestaat over het lidwoord, want dat moeten we er zelf bij verzinnen. Vaak kiezen we voor de, maar het komt ook voor. We leunen dan vaak op Nederlandse woorden die erop lijken: het notebook vanwege het boek, het copyright vanwege het recht.

Bij nieuwe (leen)woorden kan er een periode zijn waarin de en het door elkaar worden gebruikt, maar er na verloop van tijd toch een als winnaar uit de bus komt. Dit is mooi te zien bij account, dat z’n opmars maakte aan het begin van deze eeuw:

De account (zwart) en het account (rood) in het Nederlands-Nederlands
De account (zwart) en het account (rood) in het Belgisch-Nederlands

Deze figuren zijn gemaakt met Woordpeiler, waarmee je heel mooi het gebruik van woorden en woordcombinaties in Nederlandse en Belgische kranten in de afgelopen 25 jaar kunt zien. Goed is te zien hoe de account en het account aanvankelijk stuivertje wisselden, maar dat het account in beide taalvarianten uiteindelijk aan het langste eind heeft getrokken.

De/het dekselse matras

Ook bij woorden die al eeuwen in het Nederlands voorkomen is het lidwoord soms in beweging. Matras is zo’n voorbeeld. Het matras heeft sinds de eeuwwisseling een flinke sprint ingezet en is de matras inmiddels flink voorbijgestreefd. In het Nederlands-Nederlands dan. In het Belgisch-Nederlands blijft de matras onveranderlijk aan de top.

De matras (zwart) en het matras (rood) in het Nederlands-Nederlands
De matras (zwart) en het matras (rood) in het Belgisch-Nederlands

En deksel? Ook daar zit de beweging ’m vooral in het noorden: in het Nederlands-Nederlands zijn de het-sprekers nog altijd in de meerderheid, maar hun voorsprong is tanende. De deksel heeft de toekomst: de kinderen lijken dit keer gelijk te hebben. Of is het deze keer?

De deksel (zwart) en het deksel (rood) in het Nederlands-Nederlands
De deksel (zwart) en het deksel (rood) in het Belgisch-Nederlands

Meer over de en het vind je in de Algemene Nederlandse Spraakkunst.


Meer lezen