Categorieën
Terug in de taal

boerdelijk

Grappenmakers zullen het woord boerdelijk wel kunnen waarderen.

Een leeftijdsverificatie voor de Beleef de Lente-webcams van Vogelbescherming Nederland, een praatconcert voor mensen die willen praten tijdens een concert en een bananenbrood dat gemaakt is van ‘gebruikte’ bananen uit de Amsterdamse Bananenbar. Bedrijven en instellingen proberen elk jaar weer een zo origineel mogelijke 1 aprilgrap te bedenken. De media zijn hierin de laatste jaren wat terughoudender geworden, om niet de indruk te wekken nepnieuws te verspreiden. Dat is jammer, want er gaat niets boven een boerdelijk leugentje, waar mensen smakelijk om moeten lachen.  

1 aprilgrap in Denemarken uit 2001 [via Wikimedia Commons]

Steekspel

Boerdelijk betekende vroeger ‘schertsend’, ‘grappig’ maar ook ‘verzonnen’, ‘onwaar’. Het woord is afgeleid van het zelfstandig naamwoord boerde, dat op zijn beurt teruggaat op het Oudfranse bo(u)rde, dat ‘spel’, ‘jok’, ‘leugen’ of ‘bedrog’ betekent. De oorsprong van dat woord is onzeker. Vroeger gisten taalkundigen dat het samenhing met bohort, bouhort, ‘steekspel’, maar tegenwoordig vermoeden etymologen dat bourde verwant is met het Provençaals borda ‘leugen’.

De vorm boerdelijk komt weliswaar in de zeventiende eeuw nog voor, met name in het zuidelijk deel van ons taalgebied, maar vanaf de vijftiende eeuw is boertelijk de meer gebruikelijke vorm. Het grondwoord boerde was waarschijnlijk naar analogie van woorden als begeerte (uit begeerde) namelijk veranderd in boerte. Nog weer later verdwijnt ook de –e aan het eind zodat boert overbleef. Het afslijten van die –e is een normaal verschijnsel dat zich bijvoorbeeld ook heeft voorgedaan bij hart (uit harte) en bij taart (uit taarte).  

Boers

Van de vorm boert werd vervolgens het bijvoeglijk naamwoord boertig afgeleid, dat zowel boerdelijk als boertelijk verdrong. We komen het dikwijls tegen in titels van boeken. Zo verscheen van de bekende 17e-eeuwse dichter Bredero postuum een Boertigh, Amoreus, en Aendachtigh Groot Lied-boeck (1622). Maar anders dan de uitgever van zijn nagelaten gedichten en liederen dacht Bredero bij boertig niet zo zeer aan ‘schertsend’ maar aan ‘boers’, ‘boerachtig’. De dwaze daden en gebruiken van de boeren waren toentertijd lachwekkend voor de stadsmensen die zijn liederen lazen en zongen.

De woorden boerdelijk en boertelijk zijn lang geleden uit het levende taalgebruik verdwenen en boertig komt eigenlijk alleen nog maar voor als historische term voor iets wat op een grof komische wijze grappig is. Wat ons rest, is de aprilgrap. Niet alleen het woord maar ook het gebruik. U bent dus gewaarschuwd!


Meer lezen