Categorieën
Terug in de taal

gevaderling

De ‘zoon van iemands broer of zus’ en de ‘zoon van iemands oom of tante’ noemen we in het Standaardnederlands allebei neef. Saai! En dat terwijl er genoeg mooie oude alternatieven zijn.

Als je geregeld een boekwinkel binnenstapt, kan het je niet ontgaan zijn dat het van 11 tot en met 22 maart Boekenweek is. Het thema van dit jaar is Mijn Generatie. Speciaal daarvoor schreef bestsellerauteur Hendrik Groen (alias Peter de Smet) het boekenweekgeschenk Piaggio. Dit boekje gaat over twee mensen voor wie het leven niet meezit, de 61-jarige Anton en zijn tegenspeelster Marieke. Met deze twee hoofdpersonen die zich bevinden op het snijvlak van babyboomers en generatie X zullen jongere lezers zich niet gemakkelijk kunnen identificeren. Zij zouden meer gebaat zijn geweest bij een boekenweekgeschenk over gevaderlingen.

Thomas Hees en zijn bediende Thomas en neven Jan en Andries Hees [bron: Rijksmuseum]

Vedder

Een gevaderling is een van de vele benamingen voor ‘neef’ in het Middelnederlands. Het woord kwam meestal in het meervoud voor en dat geldt ook voor het Angelsaksische gevädran en het Hoogduitse gevettern. In dat laatste woord zien we het hedendaagse Duitse woord voor neef: Vetter. In het middeleeuws Nederlands – en dan met name aan de oostgrens van ons taalgebied – komt de verwante vorm vedder onder andere in de betekenis ‘zoon van een oom’ voor. De achttiende-eeuwse boekdrukker François Halma noemde het in een woordenboek uit 1710 zelfs heel specifiek ‘een Geldersch woord’.

Bloedverwantschap

Net als in gevaderling geeft de uitgang –ling in het woord neveling aan dat er sprake is van verwantschap. Neveling werd gebruikt in de algemene betekenis ‘verwant’ of ‘nabestaande’, maar komt ook voor in de specifiekere betekenis ‘neef’, al is niet altijd precies duidelijk hoe de familierelatie, de bloedverwantschap, in elkaar steekt.

Anders ligt dat bij zusterling (zusterkind) en broederling. Daar is de relatie tussen familieleden wel duidelijk. Het eerste woord verwijst naar een kind van een zuster, vaak een zoon maar lang niet altijd. Een zusterling kan dus of een neef (een ‘oomzegger’) of een nicht (een ‘tantezegger’) zijn. Dit zijn bloedverwanten in de derde graad.

Vierde graad

Het woord broederling is voor het eerst aangetroffen in de zestiende eeuw. Wie denkt dat broederling – analoog aan het Middelnederlandse zusterling – dan wel de naam voor een kind van een broer zal zijn, komt bedrogen uit. Dat woord refereert namelijk aan een ‘vadersbroederszoon’, een kind van een oom (‘oomszoon, ‘oomskind’), met andere woorden een volle neef van vaderszijde. Die werd in de middeleeuwen ook wel naneef, rechtzweer, voorbaren of vormeknie genoemd. Hier is sprake van bloedverwantschap in de vierde graad.

De meeste van de hier besproken benamingen voor neef zijn verdwenen of komen nog maar sporadisch voor. In het Standaardnederlands wordt tegenwoordig niet eens onderscheid gemaakt tussen een ‘zoon van iemands broer of zus’ en ‘voor de zoon van iemands oom of tante’. Dit in tegenstelling tot veel Vlaamse dialecten die hiervoor de woorden neef respectievelijk kozijn gebruiken. Zou een regelneef hier verandering in kunnen brengen?

  • Oude benamingen voor neef met de periode van voorkomen kunt u met de zoekterm neef in Modern lemma vinden in DiaMaNT


Meer lezen