tulp

Door Roland de Bonth

Zaterdag 18 januari 2020 was het Nationale Tulpendag. Sinds 2012 vormt de derde zaterdag van januari de officiële opening van het nieuwe tulpenseizoen. Op de Dam in Amsterdam leggen Nederlandse tulpenkwekers dan een speciale pluktuin aan met meer dan 200.000 tulpen, waar belangstellenden zelf een gratis bosje tulpen mogen plukken. Bij het woord tulp denken we nu direct aan een bloem, maar vroeger betekende het ook nog iets anders. Wat was die betekenis en hoe staat die in verhouding tot de bloem?

Foto: Pascal van de Vendel op Unsplash

Tulpenmanie

Kort na de introductie van de bloem in West-Europa – Antwerpen had in 1562 de primeur van de eerste bollen – verwierf de tulp een ongekende populariteit in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Dat ging zo ver dat van 1630 tot 1637 tulpenbollen het schopten tot speculatieve handelswaar. Die tulpengekte leidde er zelfs toe dat een tulpenbol evenveel waard was als zijn gewicht in puur goud. Tulpen maakten mensen dus gek, maar tulpen waren zelf ook gek…

Gekshoofd

Vanaf de 16e tot en met de 18e eeuw kwam tulp in het Nederlands namelijk ook voor in de zin van 'dwaas', 'domoor'. Zo omschrijft notaris Dirck Heymansz van der Mast in zijn Practique des Notarischaps (1656) tulipa als 'een geckx hooft'. Het woord was in deze betekenis overigens alleen van toepassing op mannen. Het is de mannelijke tegenhanger van malloot, dat oorspronkelijk alleen betrekking had op zich mal gedragende meisjes en vrouwen.

Oorsprong

Het is verleidelijk om tulp in de betekenis 'dwaas' in verband te brengen met de zojuist genoemde tulpengekte, maar dat klopt niet: beide woorden hebben een verschillende herkomst. De bloembenaming is via het Frans tulipe overgenomen van het Turkse tulipan, terwijl de 'dwaze' tulp teruggaat op het 15e-eeuwse Hoogduitse tölp. Dat woord is op zijn beurt waarschijnlijk voortgekomen uit tölpel, dat het Duits ontleend heeft aan het Middelnederlandse dorper, 'een onbeschaafd mens, iemand zonder gevoel, opvoeding en manieren'.

In het Standaardnederlands kennen we het woord tulp tegenwoordig alleen nog als aanduiding voor een bolgewas van het plantengeslacht tulipa. De betekenis 'domoor', 'sufferd' leeft nog wel voort in het Bargoens, de dieventaal, maar de kans dat deze tulpen hierom een eigen nationale feestdag krijgen lijkt erg klein.

Lees meer over de herkomst van de bloemnaam in Woordbaak.

  • Dorper in Middelnederlandsch woordenboek
  • Malloot in Woordenboek der Nederlandsche Taal
  • TulpI in Woordenboek der Nederlandsche Taal
  • TulpII in Woordenboek der Nederlandsche Taal

Op deze website maken wij gebruik van cookies.