Categorieën
Terug in de taal

armbezorger

Pizzabezorgers bezorgen pizza’s, postbezorgers post. Maar wat bezorgden armbezorgers?

Geen zin om te koken? Laat een pizza bezorgen. Geen tijd om naar een boekwinkel te gaan? Laat een roman opsturen. In thuisquarantaine? Laat je boodschappen thuis bezorgen. Met een telefoon of via internet kun je snel een bezorger mobiliseren, die vervolgens op de fiets, met een scooter, auto of bestelbus de gewenste producten zo snel mogelijk bij je thuis aflevert. Omdat we steeds vaker van deze diensten gebruik maken, blijft de behoefte aan maaltijdbezorgers, pakketbezorgers en postbezorgers onverminderd groot. Maar vacatures voor armbezorgers zie je tegenwoordig niet meer. Wat bezorgden zij vroeger?

Illustratie: Lidewij de Bonth

Bezorger van lichaamsdelen?

Als je kijkt naar andere samenstellingen met bezorger, zoals krantenbezorger en geldbezorger, zou je haast denken dat een armbezorger beroepshalve belast is met het afleveren van een arm. Dat is gelukkig niet zo. Het beroep heeft ook niets te maken met arme personen naar huis brengen, zoals de spellingvariant armenbezorger lijkt te suggereren. Nee, een arm(en)bezorger was meestal een bestuurder van een armenhuis.

Dat wij de betekenis van dit woord niet kunnen afleiden uit de samenstellende delen, heeft te maken met een verouderde betekenis van bezorgen. Dit werkwoord betekende vroeger namelijk ook  ‘verzorgen’, ‘zorg dragen voor’. Met deze kennis is de uitspraak “Bezorg u zelf voor al” uit Vondels Elektra (1639) lang zo merkwaardig niet meer: ‘zorg vooral voor jezelf’.

Bezorger in Jeruzalem

Naast de meer algemene betekenis ‘verzorger’ kwam het woord bezorger in de 17e eeuw ook voor als purisme voor de Latijnse termen curator, procurator en procureur. Zo specifiek was het gebruik van bezorger in de middeleeuwen nog niet. Oorspronkelijk betekende het woord ‘bestuurder’ of ‘regeerder’ in het algemeen. In een 14e-eeuws exemplaar van Jacob van Maerlants Rijmbijbel lezen we dat iemand zijn oudste zoon bezorger laat zijn in Jeruzalem – “Hi hiet mede […] sinen oudsten sone […] besorgre sijn in Jherusalem”. Die zal daar echt geen broodjes falafel rondgebracht hebben …

Bezorger in de zin van ‘iemand die iets aan een bepaald adres’ aflevert, komen we in het Woordenboek der Nederlandsche Taal pas omstreeks het midden van de 19e eeuw tegen. Bij het artikel bezorger uit 1901 staat dat het weinig voorkomt. Een eeuw later is het de gebruikelijkste betekenis geworden. Niemand zal tegenwoordig denken dat een pizzabezorger pizza’s ‘verzorgt’ of pizza’s ‘bestuurt’. Wat hij wél bestuurt is de scooter waarop hij ze bezorgt.