Categorieën
Terug in de taal

drogenis

Het woord drogenis drukt goed uit dat lang niet alles is wat het lijkt.

Enkele weken geleden ging de Russische oppositieleider Alexei Navalny in hongerstaking. Daarmee protesteerde hij tegen de slechte omstandigheden en de gebrekkige medische hulp in het Russische strafkamp waarin hij was opgesloten. Ook in Nederland was men bezorgd om Navalny’s gezondheid. Nederlandse Kamerleden voerden daarom online een gesprek met Leonid Volkov, een hooggeplaatste medewerker van Navalny. Grote vraag is of die Kamerleden echt met Volkov hebben gesproken of dat er sprake was van (een) drogenis?

Jheronimus Bosch of omgeving, De goochelaar via Wikimedia Commons

Geestverschijning

Het woord drogenis stamt uit de middeleeuwen en betekent ‘spook’, ‘geestverschijning’ of ‘droomgezicht’. Een dergelijk waanbeeld stond toen ook bekend als drog. Dat het zien van een drogenis tot ontzetting leidde, lezen we in een veertiende-eeuws Vlaams handschrift waar beschreven wordt dat Jezus over het water naar zijn leerlingen loopt, die zich op een boot in het midden van een meer bevinden:

Sie ziende hem wandelende up de zee, waenden dat [‘dat het’] een droghenesse ware ende riepen [‘schreeuwden’]

Deepfake-technologie

Op dit moment is er nog veel onduidelijkheid over het gesprek tussen de Kamerleden en Volkov. De laatste houdt het erop dat twee Russische grappenmakers zich voor hem hebben uitgegeven. Zij zouden daarvoor deepfake-technologie hebben gebruikt. Daarmee is het mogelijk iemand dingen te laten zeggen die een persoon in werkelijkheid nooit over zijn lippen zou kunnen krijgen. Dat sluit wonderwel aan bij die ándere betekenis die het Middelnederlandsch Woordenboek bij drogenis geeft, namelijk ‘bedrog’, ‘bedriegerij’.  

Oorsprong

Ook de Middelnederlandse woorden drogen (‘drogene’) en drogerie zijn synoniemen van drogenis. Ze gaan alle terug op droge of drog (‘droch’). Die laatste vorm zien we nog terug in het tegenwoordige woord drogreden, ‘een bedrieglijk argument’. Zowel droge als drog zijn afgeleid van driegen, ‘misleiden’. Na de zestiende eeuw komen we dat werkwoord in die vorm niet meer tegen. Het is volledig verdrongen door de variant bedriegen, die overigens al in de 10e eeuw in het Nederlands voorkomt.

Bedriegers en bedriegsters

Het is veelzeggend dat alleen al het Middelnederlandsch Woordenboek meer dan twintig trefwoorden herbergt die als betekenisomschrijving ‘bedrieger’ hebben. Wie iemand met valse praatjes om de tuin leidde, heette een drogenaar (‘drogenare’) of een drog (‘droch’). Het eerste woord was voorbehouden aan mannelijke misleiders, het tweede kon ook toegepast worden op vrouwen die iemand met list en bedrog deden dwalen. Hoewel drog nog wordt aangetroffen in de zeventiende eeuw, voeren vanaf eind zestiende eeuw de be-vormen de boventoon: een man is een bedrieger, een vrouw een bedriegster, bedriegerse of bedriegeregge.

Gelukkig laten verstandige mensen zich niet zo gemakkelijk een rad voor ogen draaien. Vondel laat in zijn toneelstuk Joseph in Dothan (1640) het personage Ruben tegen zijn broers zeggen:

Bedriegers, gaet bedrieght de harsselooze simpelen,
En kleene kinders, maer geen’ man, die harssens heeft.