Categorieën
Terug in de taal

handdwaal

Op de Dag van de Handdoek staan we stil bij deze onmisbare lap stof. En bij een verdwenen synoniem: de handdwaal.

Ze zijn er in klein en groot formaat, in zachte en felle kleuren, in effen en bont en we komen er allen dagelijks mee in aanraking: handdoeken. Deze Terug in de Taal is een eerbetoon aan dit bijzondere gebruiksvoorwerp. Elk jaar vieren we op 25 mei namelijk de Dag van de Handdoek. Maar we gedenken ook dat op die dag de bekende sciencefictionschrijver Douglas Adams (1952-2001) overleed. Bestaat er een relatie tussen deze twee gebeurtenissen? Ja hoor. Het personage Ford Prefect uit Adams’ zesdelige reeks The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy had altijd een handdoek bij zich. Had de schrijver dit buitenaardse wezen in een historische roman verwerkt, dan was hij ongetwijfeld te herkennen geweest aan een handdwaal.

Jongeren vieren de Dag van de Handdoek [foto: Andrey Larin, via Wikimedia Commons]

handdoek bij het eten?

Het woord handdwaal komen we van de veertiende tot en met de negentiende eeuw tegen in het Nederlands. De eerste en oudste betekenis ervan was ‘handdoek’ of preciezer ‘een doek die men bij het wassen van handen en gelaat of bij het baden gebruikt om zich af te drogen’. In de zeventiende eeuw kwam daar de betekenis ‘servet’ bij, anders gezegd ‘een doek om bij de maaltijd de handen aan te wissen’. Bijzonder is dat beide betekenissen vroeger ook in gebruik waren voor handdoek, al was de betekenis van ‘servet’ niet zo gangbaar. 

Engelse handdoek 

In de samenstelling handdwaal is het eerste lid een toevoeging uit de middeleeuwen. Uit het Oudnederlands kennen we alleen de hand-loze vorm dwaal. Overigens is dit woord niet aangetroffen in teksten, maar door historisch taalkundigen gereconstrueerd op basis van het Oudfranse toaille ‘handdoek, servet’ dat zelf op een nog oudere Oudnederlandse vorm þwahila teruggaat. Vergelijkbare vormen duiken ook op in andere oude Germaanse talen. In het Engels bijvoorbeeld heeft dat woord zich uiteindelijk ontwikkeld tot towel.

wassen

De betekenis van dwaal volgt duidelijk uit de etymologie van het woord. Dwaal is afgeleid van een werkwoord dwaen ‘wassen’. Daarachter is het achtervoegsel –el geplakt, dat van een woord een gereedschapsnaam of gebruiksvoorwerp maakt. Is het toeval dat dit woord dwaal zo sterk lijkt op ons tegenwoordige woord dweil, ‘vochtabsorberende lap om de vloer mee schoon te maken’? Zeker niet, beide lappen stof hebben een gemeenschappelijke oorsprong in het zojuist genoemde werkwoord dwaen. Het verschil is alleen dat dweil wel en dwaal geen umlaut heeft. Dat is een klankverandering die vaker optreedt bij nauw verwante woorden. Denk aan schip en schepen, en lang en lengte.

Voor Ford Prefect zouden die verschillende benamingen niet zoveel hebben uitgemaakt, hij vond het vooral belangrijk dat hij zich met een handdoek of handdwaal veilig door het universum kon verplaatsen. Fijne Dag van de Handdwaal!