Traditiegetrouw reiken burgemeesters op de laatste werkdag vóór de verjaardag van de grootmeester van de Nederlandse ridderorden – koning Willem-Alexander – koninklijke onderscheidingen uit. Dit gebeurt tijdens de Algemene Gelegenheid, een naam die bij de meeste mensen geen belletje zal doen rinkelen. Deze feestelijke gebeurtenis is beter bekend onder de naam ‘lintjesregen’. Tijdens dit jaarlijkse evenement worden ongeveer 3000 burgers in het zonnetje gezet vanwege hun bijzondere bijdrage aan een mooiere samenleving. Zij doen dat doorgaans geheel belangeloos en altijd met tomeloze inzet. Putertieren kun je hen dan ook zeker niet noemen.

Verdorven
Het woord putertieren is al eeuwen uit het levende taalgebruik verdwenen en daar hoeven we niet echt rouwig om te zijn. Het had namelijk altijd betrekking op minder fraaie eigenschappen van mensen, zoals daar zijn ‘boosaardig’, ‘wreed’, ‘nors’ en ‘lelijk’. Oorspronkelijk bestond putertieren uit twee woorden: puter tiere(n):de tweede naamval van het verbogen bijvoeglijk naamwoord pute ‘verdorven’ – dat via het Oudfrans put teruggaat op het Latijn putidus – werd verbonden met het zelfstandig naamwoord tier ‘aard’. De eigenlijke betekenis van putertieren was dus ‘van verdorven aard’.
Ziekelijk
Vooral in de middeleeuwen komen we tal van woorden op –tieren tegen die op dezelfde wijze gevormd zijn. Voorbeelden daarvan zijn losertieren ‘arglistig’, kwadertieren ‘wreed’, betertieren ‘zachtzinniger’ en ziekertieren ‘ziekelijk’. Ook gevallen waarbij het eerste deel bestaat uit een voornaamwoord of een telwoord waren toentertijd niet ongewoon, zoals allertieren ‘allerlei’, elkertieren ‘allerlei’, enigertieren ‘enigerlei’, genertieren ‘generlei’, menigertieren ‘menigerlei’ en velertieren ‘velerlei’ laten zien.
Barmhartig
Een positieve tegenhanger van putertieren was goedertieren. Het betekende in het Middelnederlands ‘zachtzinnig’, ‘welwillend’ en ‘genadig’. Inmiddels is ook dat woord hard op weg in het vergeetboek te raken. Tegenwoordig komt het bijna alleen nog maar voor in een religieuze context. Goedertieren wordt dan gebruikt in combinatie met God, die ‘barmhartig’ en ‘liefderijk’ is. Het is Gods liefde die mensen echt gelukkig maakt, aldus Dirck Volkertszoon Coornhert in zijn Dat Godts gheboden licht zijn ende leerlijck uit 1630:
In Hemele nochte op Aerden en vindtmen nyet vrolijckers, lieflijckers nochte soeters, dan die goedertieren Liefde, die verde boven Wijn ende Musijcke t Herte kan verblijden
- goedertieren in het Vroegmiddelnederlands Woordenboek (VMNW), in het Middelnederlandsch Woordenboek (MNW), in het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT)
- putertieren in het MNW, in het WNT
- tier in het MNW

