Categorieën
Terug in de taal

regenschuur

Buien en april: een eeuwenoude combinatie

In april kun je soms al lekker van het zonnetje genieten, maar het weer kan ook nog vies tegenvallen. Regen, hagel, sneeuw en zon: april doet wat hij wil, zeggen de Nederlanders. Vlamingen hebben het over aprilse grillen.

April is ook de maand waarin de koeien weer naar buiten mogen. Bij het soms nog bar-en-boze aprilweer is een regenschuurtje dan een welkome schuilplek voor het vee in de wei, zou je kunnen denken. Toch schuilde je vroeger nooit in maar altijd voor een regenschuur. Hoe zit dat?

April showers [via Wikimedia Commons]

Aprilse regenschuren

Aprilse buien zijn fenomenen die zich natuurlijk al vele eeuwen voordoen. Toch is het Nederlandse woord bui relatief jong, in de middeleeuwen kwam het nog helemaal niet voor. Wanneer je toen wou zeggen dat je een flinke regenbui over je heen gekregen had, dan had je het over ene grote regenschure. Dit heeft niets te maken met het woord schuur dat wij kennen in de betekenis van ‘gebouw(tje) bij een huis of boerderij dat dienst doet als berg- of opslagplaats’. Schure in regenschure staat voor ‘bui’ en behoort tot dezelfde woordfamilie als shower en Schauer, de Engelse en Duitse equivalenten ervan. Dat middeleeuwse schure is nu uit het Nederlands verdwenen, maar in bepaalde dialecten is het nog bewaard gebleven in de vorm schoer.

Andere middeleeuwse buien

Naast schure kon je in de middeleeuwen nog andere woorden gebruiken om toch wat variatie aan te brengen in je small talk over het weer. Zo kon je schure afwisselen met synoniemen als slag, vlake en vooral vlaag. Dit laatste woord is ook nu nog altijd bij de Vlamingen een stuk populairder dan het in hun oren misschien wat te Hollands klinkende ‘bui’.

Eén sneeuw, twee hagels en drie regens

Afhankelijk van wat er uit de hemel viel, kon een middeleeuwer het verder ook nog gewoon hebben over een sneeuw, twee hagels of drie regens wanneer hij wou aangeven hoeveel buien er overgetrokken waren. In het Middelnederlands kon je dus iets wat wij in het huidige Nederlands niet meer kunnen. Hagel, sneeuw en regen zijn voor ons alleen verzamelnamen voor de massa hagelkorrels, sneeuwvlokken en regendruppels die er naar beneden komen. Maar voor de Middelnederlandstaligen waren hagel, sneeuw en regen ook nog eens telbare begrippen waarmee de bui zelf aangeduid kon worden.