Categorieën
Terug in de taal

valhoed

Vroeger konden kinderen wel tegen een stootje, dankzij de valhoed.

Tussen 1951 en 2019 is de gemiddelde leeftijd van Nederlandse mannen en vrouwen gestegen van 71,4 naar 82,0 jaar. De prognose is dat deze trend zal doorzetten naar 88,0 jaar in 2060. Een hogere levensverwachting is een zegen als het aantal gezonde levensjaren daarmee gelijke tred houdt. Helaas is dat niet altijd het geval. Met het klimmen der jaren loopt één op de drie 65-plussers een verhoogd risico op vallen, berichtte NRC onlangs. Kan een valhoed daar bescherming tegen bieden?

valhoed
Kind met valhoed op het schilderij David Leeuw met zijn gezin van Abraham van den Tempel (Rijksmuseum). Foto: Roland de Bonth

Nooit meer vallen

Het aantal gevallen van ernstig letsel na een val bij ouderen is met maar liefst 11 procent gestegen. De gevolgen  die ouderen daarvan ondervinden, zijn vaak zeer ingrijpend. Ze worden beperkt in hun mobiliteit, worden depressief, kunnen niet meer zelfstandig wonen en hun gezondheid neemt af. De meest voor de hand liggende maatregel om ouderen tegen valpartijen te beschermen is ervoor zorgen dat zij überhaupt niet vallen. Een valpreventiecursus kan daarbij uitkomst bieden.

Valbescherming

Naast het volgen van een cursus kunnen ook beschermingsmiddelen ervoor zorgen dat een val minder ernstige gevolgen heeft. Uit de luchtvaart kennen we bijvoorbeeld het valscherm, in het Woordenboek der Nederlandsche Taal fraai omschreven als een ‘parapluvormig toestel van sterke taf of zijde, waarmee een luchtreiziger betrekkelijk veilig van een groote hoogte kan neerdalen’. Degene die aan dit valscherm – of met een gebruikelijker woord parachute — bungelden, droegen een valhelm. Het WNT omschrijft het uitsluitend als ‘een helm van een parachutist’. Maar in historische kranten duikt de valhelm ook op in artikelen over piloten en wielrenners.

Een worst om je hoofd

In plaats van valhelm kom je in kranten aan het begin van de twintigste eeuw ook valhoed tegen, maar heel gebruikelijk is dat woord niet geworden als term voor dit hoofdbeschermingsmiddel. Misschien komt dat omdat het woord valhoed vooral in verband gebracht werd met kinderen. In 1948 definieerde het WNT een valhoed als een ‘hoedje met opgevulden rand dat pas loopende kinderen bij het vallen tegen letsel aan het hoofd beschermt’. Het gebruik ervan dateert al uit de zestiende eeuw. Er bestonden eenvoudige uitvoeringen van stro maar welgestelde burgers lieten fraaie exemplaren van kostbare stoffen als trijp of fluweel vervaardigen. Op oude prenten en schilderijen worden ze wel eens afgebeeld. Ze zien eruit als worsten die als een krans om het hoofd liggen. Daarom was ook het synoniem wrong in gebruik.

In het midden van de 20e eeuw was het gebruik van de valhoed onder kinderen al lang op zijn retour. Zou een herintroductie van moderne en modieuze valhoeden niet een goede manier zijn om ouderen te beschermen tegen de ernstige gevolgen van vallen? Jan Luyken zou er zeker mee instemmen. Al in 1712 schreef hij in zijn Des Menschen Begin, Midden en Einde:   

De Valhoed.

Bedekt het teere blood, Voor zeere val, of stoot.