Categorieën
Uit de streek

blaffetuur

Dialectwoorden voor het draaiende houten vensterpaneel dat aan weerszijden van het raam buiten is bevestigd.

Half augustus lanceerden de auteurs van de Atlas van het dialect in Vlaanderen, verbonden aan het Instituut voor de Nederlandse Taal en de UGent, een dialecttest naar aanleiding van de publicatie van het boek op 28 september. De test werd 12.242 keer ingevuld, en het lievelingswoord dat vaak genoemd werd in de Vlaamse favoriete-woordenlijstjes is blaffetuur.

Foto: Señor Hans – CC BY-NC-ND 2.0

Dialecttest

In de grote dialecttest eindigt blaffetuur op de vierde plaats in de algemene top 10 voor Vlaanderen, en zelfs op de eerste plaats in de provincie Antwerpen. In Oost-Vlaanderen eindigt het op de zesde plaats. Het woord is in heel Vlaanderen bekend, maar vooral in het centrum. Toch bestaan in alle dialectgebieden ook andere woorden om het draaiende houten vensterpaneel dat aan weerszijden van het raam buiten is bevestigd te benoemen. In West-Vlaanderen is dat watervenster, fenteneel of buitenluiker. Oost-Vlamingen kennen buitenblaar of waterblaar, in de Brabantse dialecten hoor je slagvenster en volet en in Limburg vensterslag. Dat er ondanks de vele andere dialectwoorden zoveel mensen het woord als hun favoriet opgeven en het zo wijdverspreid voorkomt, wijst erop dat blaffetuur zich vanuit het centrum over heel Vlaanderen aan het verspreiden is. Ook al is het dus in heel wat dialecten geen authentiek woord, toch wordt het door velen als favoriet opgegeven.

Blaffetier en plaffetuur

Niet iedereen zegt blaffetuur, vaak hoor je plaffetuur en de uu wordt vooral in Brabantse dialecten ook wel ie: blaffetier, plaffetier. Bij de opmerkingen in de enquête werd ook gevraagd naar de oorsprong van het woord. Het eerste deel van het woord blaffe zou het Franse blave of het Latijnse blaffardus kunnen zijn. De betekenis is ‘bleek, blauwachtig’. De luiken waren wellicht niet van in het begin van hout gemaakt. Het waren geoliede doeken of stukken perkament, die nog wat licht – gefilterd en dus bleek – doorlieten. Toen de ramen later werden afgesloten met houten luiken, is het woord gewoon meegenomen om het nieuwe voorwerp te benoemen. Dat gebeurt wel vaker. Meer nog, tegenwoordig wordt het woord ook meer en meer gebruikt om rolluiken te benoemen. Ook dat kwam in de enquête duidelijk naar voren. Rolluiken heten ook vaak persienne, volet, afrolder, rolstoor of lattestoor.

Wind en water

Dat de luiken moesten dienen om de ramen tegen regen en/of wind te beschermen, blijkt onder andere uit het West-Vlaamse fenteneel, afgeleid van het Franse ventenelle of het Spaanse ventanilla (‘venstertje’), waarin vent wind betekent. Die wind vind je trouwens ook in het Engelse window, dat letterlijk ‘windoog’ betekent. Het water zie je dan in woorden als watervenster of waterblaar. Blaar is een dialectwoord voor blad. De bladzijden van een boek heten in de Vlaamse dialecten blaren. Dat het vaak om de luiken aan de buitenkant gaat, lees je in buitenblaar en buitenluiker. Volet (uitgesproken als volee) hebben we geleend uit het Frans; het is afgeleid van het werkwoord voler ‘vliegen’.