Categorieën
Uit de streek

kieszak

Wat is een kieszak en wat heeft het met tanden te maken?

In een reactie van luisteraars naar aanleiding van het radioprogramma De wereld van Sofie gebruikte iemand het woord kieszak. Maar wat betekent het en waar komt het vandaan, vroeg Sofie, de presentatrice van het programma, zich af.

Kieszak

Het woord kieszak is vooral in West-Vlaanderen bekend. In de Database van de Zuidelijk-Nederlandse dialecten werd het het vaakst opgegeven in de betekenis ‘iemand die zich niet stoort aan zedelijke normen’, en iets minder vaak als ‘iemand met een slordig voorkomen’. Op een westelijke Oost-Vlaming na (Maldegem en Waarschoot) bleef het woord in de beide betekenissen beperkt tot West-Vlaanderen. Ook kiezigaard en kieslander duiken op als synoniem van kieszak.

Zakken en landers

Het tweede deel van de samenstelling kieszakzak – wordt wel vaker gebruikt in woorden die personen aanduiden, vaak negatief zoals in twiszak (dwarszak), zeurzak (iemand die valsspeelt), rotzak, klootzak. Maar je hoort het ook in neutralere of positievere woorden zoals gelukzak en pietzak ‘persoon die geluk heeft’.

Lander als tweede deel in een dergelijke samenstelling is niet zo bekend. Kieslander is opgenomen in het Oostendse dialectwoordenboek. In het Meetjesland is een beerlander een durfal en in Kortrijk verkoopt een kletslander kletspraat. Hier en daar vind je laplander voor deugniet. Dat laatste is misschien afgeleid van Laplander in de betekenis van ‘iemand uit Lapland’.

Kiezige kiezigaards

Het eerste deel kies hoor je ook in kiezig. Kiezig (vaak als kizzig uitgesproken) wordt in West-Vlaanderen, Zeeland en een deel van Oost-Vlaanderen gebruikt als iets ‘vuil, vies, walgelijk’ is en als iemand schunnige praat verkoopt of het niet te nauw neemt met de zeden. Kies kennen we ook uit kieskeurig. Kies betekende oorspronkelijk dus helemaal niet ‘vies’ maar ‘fijngevoelig, precies’. Die betekenis hoor je nu soms ook nog wel in de dialecten. In Bornem en Opwijk is kies bijvoorbeeld nog opgetekend voor ‘kieskeurig in eten’. Vroeger kon je ook kiesatig en kiesetig zijn zoals in het Duits. We kennen ook kieskauwen voor ‘traag en met tegenzin eten’ en kieskauwer, o.a. in Noord-Brabant.

Kiezen of kauwen

Kiezig wordt in de etymologische woordenboeken meestal in verband gebracht met kiezen. Kieskeurig betekent dan dat je heel precieze keuzes maakt bij het kiezen. Maar Debrabandere denkt aan een andere oorsprong. Omdat kiezig in het West-Vlaams vaak als kizzig uitgesproken wordt, denkt hij dat kizzig verwant is aan een Middelnederlands werkwoord kesen dat ‘kauwen’ betekent. Kesen staat in oudere woordenboeken zoals in dat van Kiliaan genoteerd in de betekenis ‘langzaam kauwen’ en dat staat dicht bij kieskauwen en kiesatig. Ook kies in de betekenis van ‘tand’ zou etymologisch teruggaan op een woord dat ‘kauwen’ betekende. 

De betekenisevolutie naar ‘walgelijk’ kan volgens Debrabandere als volgt verlopen: wat je met tegenzin eet, kan walging opwekken en dus walgelijk worden. Eenzelfde betekenisevolutie zie je ook bij het woord vies ‘smerig, vuil’, dat ook ‘kieskeurig, afkerig van’ kan betekenen. Denk bijvoorbeeld aan ‘ik ben er vies van’. En viespeuk of een vieze vent wordt net als kieszak gebruikt in de betekenis van iemand die het niet zo nauw neemt met de zeden.

Meer lezen