Categorieën
Uit de streek

lochting

Een dialectwoord voor moestuin. Lochting was oorspronkelijk een samenstelling van look en tuin.

21 maart, het begin van de lente. Hoewel, volgens de weermannen die er verstand van hebben begint de lente veel vaker op 20 maart dan op 21 maart. Maar goed, de lente is begonnen en dat lokt mensen naar buiten. En naar de tuin. Wie groene vingers heeft, begint al te plannen wat hij in de moestuin wil doen binnenkort. En dat is dan ook de plek waar we vandaag even halthouden: de Vlaamse lochting.

Foto: Pixabay

Op de kaart van moestuin in de Database van de Zuidelijk-Nederlandse Dialecten (DSDD) is duidelijk te zien dat lochting een woord is uit de zuidwestelijke regio van ons taalgebied. Het komt voor in Vlaanderen en in Zeeuws-Vlaanderen. In Zeeuws-Vlaanderen voelt het wel zeer Vlaams aan, volgens het Woordenboek der Zeeuwse dialecten.

Look

Lochting was oorspronkelijk een samenstelling van look en tuin. Zowel look en tuin betekenden lang geleden niet hetzelfde als nu. Look was een algemener woord voor groenten zoals bieslook, knoflook, prei, sjalot en ui. Lauch kan in het Duits nu nog prei betekenen, net zoals leek in het Engels. Maar de algemenere look-betekenis vind je in die talen ook nog in het tweede deel van Knoblauch en garlic ‘knoflook’. In het Belgisch-/Vlaams-Nederlands betekent look nu altijd ‘knoflook’.

Omheining

Het tweede deel tuin – lang geleden nog tuun – betekende oorspronkelijk ‘omheining; ruimte die omheind was’. Het was dus als het ware een afgesloten ruimte waar groenten gekweekt werden. De tuin, zoals de huidige taalgebruiker die kent, is dus niet meer dezelfde als die van honderden jaren geleden.

Krulbollen

De moeilijke verbinding k+t werd later verzacht tot ch+t, en het laatste deel kon – zeker toen tuin in de betekenis ‘omheining’ niet zo duidelijk meer was voor de spreker – vervagen tot -(t)ing, een achtervoegselachtig einde dus. In het Nederlands bestonden er immers wel meer woorden die op -ing eindigden, zoals messing ‘mestvaalt’, nuchting ‘ochtend’ en stalling ‘stallen’. De oorspronkelijke betekenis van tuin als ‘omheining’ is wel nog bewaard gebleven in de Vlaamse volkssport krulbollen, waar de houten afsluiting vóór en achter de bolbaan nu nog tuin genoemd wordt. Bij het krulbollen gooi je met een licht afgeschuinde bol naar een staak.

Luchten

De herkomst van het woord lochting was trouwens lang een raadsel voor taalkundigen. Dat zien we nog in het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), waar de etymologie de makers al zorgen baarde. De schrijvers van het woordenboekartikel lochting dachten aan een afleiding van locht ‘lucht’ of van een daarvan afgeleid werkwoord lochten. De oorspronkelijke betekenis zou dan ‘plaats waar men van de open lucht kan genieten; open plaats achter of bij een huis’ geweest zijn. Veel genieten van een moestuin lijkt ons in lang vervlogen tijden niet echt aan de orde. Het was eerder hard labeur ‘zwaar werk’! Trouwens, er zijn ook taalkundigen die twijfelen aan de look+tuin-theorie, maar een beter alternatief is nog niet gevonden.

Betekenisverschuiving

Woorden kunnen in hun geschiedenis grote betekenisverschuivingen ondergaan, waardoor je soms op het verkeerde been gezet wordt als je van het huidige Nederlands uitgaat. Die verschuivingen kunnen gevoelsmatig zijn. Zoals wijf bijvoorbeeld, dat vroeger een heel algemeen woord was voor ‘vrouw’ (denk maar aan het neutrale Engelse wife), maar dat in de loop van de geschiedenis een negatieve bijklank heeft gekregen. Betekenisverschuivingen kunnen ook gewoon op het feitelijke vlak liggen. Dat is wat met look en tuin is gebeurd. Look heeft een betekenisvernauwing ondergaan, tuin een betekenisverruiming. Het oorspronkelijke tuin ‘omheining, iets dat omheind is’ veranderde in de loop van de geschiedenis. Een plaats die omheind was met wallen voor de veiligheid werd in het Engels uiteindelijk town ‘stad’. Werd de plaats omheind door een houten hekwerk of later een draad om het vee niet te laten weglopen, dan kon het evolueren tot wat wij nu in het Nederlands als ‘tuin’ definiëren: een moestuin of een siertuin.