Categorieën
Uit de streek

tieken

Het verhaal van tieken, kieken en kuiken.

Straks is het weer Pasen. Bij Pasen horen paaseitjes en paashazen. Maar misschien herinner je je ook nog de tijd dat je als kind op school in de paastijd paaskuikentjes meekreeg naar huis. Een traditie die nu gelukkig niet meer bestaat. Veel van die paaskuikentjes stierven immers een te vroege dood, doordat ze in kinderhanden wel eens te veel vertroeteld werden. In een deel van Zeeland heet een kuikentje tieken, tiek of tiekje. Waarom heten kuikentjes zo en waar komen die woorden vandaan?

Tieke, tieke, tieke

Tieken, tiek of tiekje hoor je vooral in het noorden van Zeeland. De namen hebben te maken met het geluid waarmee de diertjes gelokt worden. De lokroep voor kuikentjes is in die streek namelijk ‘tieke, tieke, tieke …’ Dat de lokroep de naam wordt van een dier gebeurt wel meer. Zo is de naam voor een varken in Brabant – kuus – ook gebaseerd op de lokroep voor varkens: ‘kuus, kuus, kuus’.

Nog meer geluiden

Ook andere namen voor kuikentjes zijn gebaseerd op de lokroepen. In Zeeuws-Vlaanderen, maar ook in Oost-Vlaanderen hoor je heel vaak tsjiepke en sjiepke, tjoeke is bekend op de Bevelanden, Schouwen-Duiveland en in West-Zeeuws-Vlaanderen. Tietje wordt gebruikt op Goeree-Overflakkee, maar ook in het noorden van Noord-Brabant. In de Brabantse dialecten zijn kuikentjes pieletjes. Piele betekent in een deel van Zeeuws-Vlaanderen trouwens ‘jonge eend’ en niet ‘jonge kip’. Nogal verwarrend dus!

Nog meer verwarring

Het bekendste dialectwoord voor ‘kuiken’ in grote delen van Zeeland, maar ook in Vlaanderen, was kieken of kiekje. Het oorspronkelijke woord kieken voor het ‘jong van een kip’ werd in de Vlaamse dialecten stilaan de naam voor ‘kip’. Dat gebeurde onder invloed van de Brabantse dialecten waar kieken al veel vroeger deze betekenis had. In de Zuid-Nederlandse dialecten is kieken in tegenstelling tot de standaardtaal – waar kuiken het heeft gehaald – nu nog altijd zeer algemeen in de betekenis van ‘volwassen hoen’ en in mindere mate voor ‘jonge kip’.

In Zeeland en in West-Vlaanderen was kieken halverwege de vorige eeuw wel nog altijd de naam voor een kuikentje, maar ook hier worden nu vooral paaskuikentjes verkocht. Kieken bleef dan wel bewaard in de dialecten, maar vaker in de recentere betekenis ‘kip’. Kuiken werd het standaardtaalwoord voor ‘jong van de kip’ en dat woord is ondertussen ook al in de meeste dialecten binnengedrongen. Ook kieken en kuiken zijn trouwens klanknabootsende woorden.

Haan

De paaskuikentjes zullen niet wakker liggen van al die verwarring. De meeste paaskuikentjes zijn jonge haantjes. Als ze groot worden is er geen verwarring meer, want dan heten ze gewoon overal haan, in de dialecten en in de standaardtaal.

Meer lezen