Categorieën
Terug in de taal

Verknollen

Tegenwoordig betekent verknollen ‘bedriegen’ of ‘verknoeien’, maar dit woord had vroeger ook een andere betekenis.

“Weet jij wat verknollen betekent?” vroeg een kennis mij enige tijd geleden. Hij was het woord tegengekomen in het dagboek dat zijn betovergrootvader Abraham Rutgers van der Loeff (1808-1885) in 1841 was begonnen en tot kort voor zijn dood had bijgehouden. De openingszinnen, die ik later kreeg toegestuurd, luiden als volgt:

“Ik wil een dagboek beginnen. Wel herinner ik mij hoe ik op dat mij anders vreemde denkbeeld gekomen ben, maar ben mij toch het waarom niet regt helder bewust. Het gaat mij nu als iemand, die in een oogenblik van opwinding iets besloten heeft en het, om zich consequent te blijven, ook begint uit te voeren – maar dan ook nuttigheden gaat berekenen, om ze als bedoelingen van zijn ondernemen te kunnen verknollen.”

Toen mij de betekenis van dit woord gevraagd werd, had ik die niet paraat. Maar zodra de gelegenheid zich voordeed, nam ik mijn toevlucht tot de online versie van het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT). Daaruit leerde ik de herkomst en de verschillende betekenissen van het woord kennen.

Foto Congerdesign via Pixabay

Van weinig waarde

Laat ik beginnen met de oorsprong van het woord. Verknollen is samengesteld uit ver– en het werkwoord knollen of het meervoud van knol ‘klomp, kluit’. Dit woorddeel ver– treffen we ook in andere werkwoorden aan waarbij het gaat om het beschadigen van iets wat door het daaropvolgende werkwoord wordt uitgedrukt: verfomfaaien, verknoeien, verschroeien, verslijten, verwonden en verzengen.

Een knol – zoveel zal duidelijk zijn – vertegenwoordigt een geringe waarde. Denk maar aan de uitdrukking iemand knollen voor citroenen verkopen waarbij je iemand bedriegt door hem iets minderwaardigs voor iets kostbaarders in handen te stoppen. Bij de oudste voorbeeldzinnen uit het WNT – eind 17de eeuw – heet het overigens nog iemand knollen verkopen of iemand knollen in de hand stoppen. De toevoeging voor citroenen is van later datum. We komen die wel al tegen in het spreekwoordenboek van Carolus Tuinman uit 1726.

verkopen

En dan de betekenis van verknollen uit het dagboekfragment. De eerste en daarmee oudste betekenis die het WNT van dit werkwoord geeft, is ‘bederven’, ‘verknoeien’, maar die sluit niet goed aan bij wat Rutgers van der Loeff beoogt te zeggen. En hoewel hij theologie in Groningen had gestudeerd en woonachtig was in het Groningse veendorp Noordbroek toen hij aan zijn dagboek begon, waag ik het te betwijfelen of hij verknollen hier in de Groningse betekenis ‘iets voorliegen’, ‘iets op de mouw spelden’ gebruikte.

Volgens mij bediende Rutgers van der Loeff zich hier van de tweede, weinig gebruikelijke betekenis van verknollen, ‘iets laten doorgaan voor’, ‘verkopen voor’. Hij probeert zin te geven aan – of verantwoording af te leggen voor – het opschrijven van zijn gedachten en belevenissen. Daarmee zou die zin uit het dagboek toegevoegd kunnen worden aan het nu nog enige 19de-eeuwse citaat bij deze betekenis. Dat zou dit woordenboeklemma alleen maar verbeteren, zeker niet verknollen!