Categorieën
Uit de streek

zeesletsen

Flipflops, pielepoten en zeesletsen: (dialect)namen voor teenslippers.

Zomer en strand, vakantie dus. Op stranden en bij zwembaden, maar ook in het gewone straatbeeld zie je flipflops of teenslippers verschijnen zodra het warm genoeg is om zonder sokken buiten te komen. Over de hele wereld dragen kinderen en volwassenen van alle leeftijden dan eenvoudige schoenen, die bestaan uit een dunne rubberen zool met een y-vormig bandje in leer of plastic die over de bovenkant van de voet en tussen de tenen loopt. Oorspronkelijk werden ze vooral door surfers gedragen of aan het strand. De naam flipflops is in de jaren 1950 in Amerika ontstaan, maar ze zijn veel ouder. Sommigen denken dat dergelijk schoeisel al minstens 6000 jaar bestaat. Je ziet ze bijvoorbeeld al op oude Egyptische muurschilderingen in graven en tempels.

Foto: Fe Ilya –  CC BY-SA 2.0

Geluid

Waarom ze flipflops worden genoemd, is niet moeilijk te raden. Luister maar eens naar al die tenenslipperdragende toeristen in de zomer. De flipflops zijn zo gemaakt dat de zool tegen de onderkant van je voet slaat als je loopt, en dat maakt een ‘flipfloppend’ geluid. Het is dus een klanknabootsend woord, een onomatopee. Dat is ook zo met kleppers dat in het noorden van Nederland voor dit strandschoeisel wel eens is genoemd. Kleppers associeer je meer met het type schoenen met een houten zool en een bandje over de wreef, maar taalgebruikers lenen wel eens woorden van voorwerpen die er een beetje op lijken. Wat de teenslipper en de houten schoen gemeen hebben, is dat ze lawaai maken bij het lopen. Dat dat bij die flipflops niet echt ‘kleppen’ is, vindt de taalgebruiker blijkbaar niet zo erg.

Sletsen

Behalve flipflops hoor je in Nederland en Vlaanderen vooral het woord teenslippers. Geen geluid, maar het gebruiksgemak – je schuift er je voeten zomaar in – en het heel specifieke aan dit type schoeisel, namelijk dat die een bandje tussen de grote teen en de teen ernaast heeft, zijn bepalend. Slipper wordt in het Nederlands vooral gebruikt voor een lichte pantoffel, zonder teenstuk en zonder hiel, met een band over de wreef. Later werd het ook de algemene naam voor de plastic bad- of strandsandaal. Het woord is afgeleid van het Engelse to slip ‘schuiven, glijden’. Het verschil met een muiltje is dat je bij een slipper de tenen nog ziet. Een vergelijkbaar woord is teensletsen in de zuidelijke dialecten. Ook hier is het ruimere sletsen dat ‘pantoffel’ betekent, gebruikt om in combinatie met tenen de slipper te benoemen. Teensletsen hoor je het vaakst in Vlaanderen, waar slets vrij algemeen bekend is in de dialecten om een pantoffel in het algemeen te benoemen. Dit slets hebben we in een ver verleden ook al uit het Engels gehaald. Het is verwant aan het Engelse to slide, dat eveneens ‘schuiven’ betekent.

Ciabatta

Vormen met strand-, zee– en zomer– kunnen zowel naar de gewone strandslippers verwijzen, als naar de teenslippers. In Vlaanderen hoor je in het tweede deel ook vaak slof en sloef. Die woorden horen bij het werkwoord sloven (‘schuiven over’). Ze schuiven over je voet, als het ware. Het woord slof wordt trouwens ook wel gebruikt voor andere langwerpige voorwerpen zoals een slof sigaretten, een pak met tien sigarettenpakjes erin. Andere pantoffel-woorden in Vlaanderen die gebruikt worden voor de slippers zijn sloffers, sloefers, sleffers, slaffers, sluffers en sliffers. Elke klinker is welkom. Sluffer en slaffer zijn net als slof afgeleid van sloven; sleffer en sliffer misschien van sleffen, een versterkend werkwoord bij slepen. Strand-, zee– en zomer kan overal voorgevoegd worden. Hetzelfde geldt voor savatten in West-Vlaanderen. Dat is daar net als slets, slof en varianten het gewone woord voor een pantoffel. Het woord gaat terug op het Italiaanse ciabatta. De ciabatta – dat lekkere Italiaanse brood met olijfolie – heeft zijn naam gekregen door de gelijkenis met de pantoffel: plat en breed. West-Vlamingen ontleenden hun savatten dus via een paar Franse omwegen aan het Italiaans.

Pielepoten en zories

Het Waasland – dat is de streek in de buurt van Sint-Niklaas, ten westen van Antwerpen – geeft de naam pielepoten (de uitspraak varieert er wel). Een piel is in die streek de naam voor een eend. De vergelijking zit hem in de poten van de eend, die vliezen heeft tussen de tenen. Sommige mensen noemen dit schoeisel ook spottend zandscheppers. Loop maar eens door het mulle zand, dan begrijp je waar die ze hun inspiratie hebben opgedaan.

Ook in het Engels zijn verschillende namen in omloop. In Nieuw-Zeeland heten ze jandals, een samentrekking van Japanese sandals, in Australië hoor je ook thongs, wat verwijst naar het riempje tussen de tenen. Zuid-Afrika noemt ze plakkies – ze plakken wel een beetje aan de voeten. In Amerika zijn er wat streekgebonden namen bekend: aan de oostkust hoor je zories. Dat verwijst naar zori, de oorspronkelijke Japanse naam voor schoenen die op teenslippers lijken. Men vermoedt dat teenslippers in Amerika bekend werden na de Tweede Wereldoorlog, toen soldaten ze uit Japan meebrachten. Die Japanse oorsprong zie je ook in jandals.

Laat de zomer gerust komen, het flipfloppende geluid van de zandscheppers, pielepoten of strandsloefers neemt elke zonneklopper (‘zonaanbidder’) er graag bij!

Dit artikel is verschenen in het Grote Taalmuseum Vakantieboek (2021). Het Vakantieboek staat vol talige verhalen, gedichten, quizzen, puzzels en spelletjes, en is voor €14,95 te koop in de webwinkel van het Taalmuseum.